Ziekenhuiseten

Maison de Boer gaat het eten in het Radboudumc verzorgen, lees ik. Nou moest ik daar de afgelopen dagen regelmatig zijn en als iets me heeft verrast is het wel het Radboudeten. Voordat je bij de verpleegafdeling bent, ben je al aan de verleiding van twee restaurants en drie snackautomaten blootgesteld. Restaurants waar de maaltijden smakelijk zijn en met een vriendelijk gezicht worden geserveerd. Op de verpleegafdeling zelf gratis koffie en thee in allerlei exotische smaken en voor een paar euro mag je mee-eten met de patiënt. De zieke zelf is al helemaal in zijn sas. De jongens en meisjes van de keuken lopen zich de benen uit het lijf en de patiënt mag zelf de driegangenmaaltijd samenstellen. Mijn patiënt was zo in haar sas met het eten dat ze de arts smeekte om langer te mogen blijven.

Kan een cateraar met zo’n chique naam daar nog overheen? Zal mij benieuwen.

Zelf moest ik nuchter bloed prikken. Met een rammelende maag naar het Maasziekenhuis en ervoor zorgen dat je om acht uur de eerste bent. Wat me nooit lukt. Er zijn altijd nuchtere gasten die nóg eerder van huis gaan. Nummertje 18.

Het drumconcert van mijn maag klonk ritmisch op tegen de hoge wanden van het atrium, maar de achttien voor me veinsden het niet te horen. Die wachtkamersolidariteit maakte me week. Waar mijn lege maag geen raad mee wist dus ik greep een beduimelde Linda en stortte me in een verhaal over pubers die verliefd worden op hun leraar. Gezellig.

Na twintig minuten stak Dracula’s zuster met een vrolijk gezicht de naald in mijn arm. ‘Smakelijk’, zei ze, wijzend op mijn maag. Bij binnenkomst had ik het bord bij het ziekenhuisrestaurant al zien staan: ontbijt voor 3,95 euro. ‘Doet u mij maar zo’n ontbijtje’, zei ik gul. ‘En een Gelderlander graag.’ Maar die hadden ze niet.

(Eerder verschenen in De Gelderlander, 12 september 2015)
Previous post Soep
Next post Vermaak