(Eerder verschenen in De Gelderlander in de rubriek Plagen & Tegenslagen)
Laatste aflevering
Aan de vijandelijkheden tussen België en het Koninkrijk der Nederlanden komt in 1839 een einde als koning Willem I eindelijk de afspraken accepteert die de grote mogendheden voorstelden.
In de jaren daarvoor blijft het in het Land van Cuijk en het onder Belgisch gezag staande Noord-Limburg, na de invallen en schotenwisselingen van augustus 1831, relatief rustig.
Op een akkefietje na op 6 juli 1834. Twee tolbedienden, die er onder meer voor waken dat er gesmokkeld wordt, schieten die dag twee keer op een bootje dat oversteekt van Maashees naar het Noord-Limburgse Ayen. Volgens deOpregte Haarlemsche Courant zou de veerman van Ayen een man naar de Brabantse oever hebben overgezet en die was ervandoor gegaan voordat de tolbedienden hem hadden kunnen controleren. Daarna hadden de tolbedienden de veerman, die alweer richting Ayen voer, gemaand terug te keren. Die weigerde en toen was er op hem geschoten.
’s Middags zou rentmeester J. Stoffels van het landgoed Makken uit Vierlingsbeek ook naar Limburg zijn overgezet door zijn knecht. Die Stoffels werd verdacht van smokkelen. Hij was in het bootje gestapt zonder zich te laten controleren. De knecht werd geroepen dat ie terug moest komen. Toen hij weigerde, schoten de douanemannen in de richting van de boot. Twee opvarenden zouden die dag gewond zijn geraakt.
Vervolgens zou een groot aantal boeren uit Ayen vanaf de Limburgse oever zich aan de Limburgse kant hebben verzameld en het vuur hebben geopend op de douaniers. Later is een militaire patrouille komen kijken in Maashees, maar toen was de rust alweer teruggekeerd.
Op 19 april 1839 wordt in Londen de vrede beklonken. Het verzet van koning Willem I en de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831, hebben ertoe bijgedragen dat België zich uiteindelijk tevredenstelt met inlevering van een deel van Limburg, het deel dat we nu kennen als Nederlands Limburg. Belgische militairen trekken zich terug en Hollandse troepen nemen stap voor stap hun plek in.
Vanuit Boxmeer trekt op vrijdag 21 juni om middernacht de 18de afdeling van de infanterie over de weg langs Vierlingsbeek en Maashees richting de Limburgse grens, die de soldaten rond drie uur bereiken. Terwijl de militaire band het Wilhelmus speelt, marcheren de soldaten Geijsteren binnen waar de oranje vlag al wappert, zo schrijft de Nijmeegsche Courant. Vandaar trekt de colonne richting Venlo en in alle Noord-Limburgse dorpen waar de stoet doorheen trekt, worden de militairen met klokgelui begroet. Om elf uur bereikt de colonne Venlo.
Die dag, 22 juni 1839, wordt ook in Mook en Middelaar, onder luid klokkengelui, de Nederlandse vlag gehesen. Volgens de krant De Avondbode verheugen de inwoners zich dat ‘hunne betrekkingen met Nijmegen en Kuik weder zijn aangeknoopt, onder de regering van eenen Koning, van wiens bescherming zij nu ruim acht jaren verstoken zijn geweest’. (Dit was de laatste aflevering over de Belgische Opstand).
Bijschrift: Pagina uit het Scheidingsverdrag waarmee op 19 april 1839 België definitief niet meer tot het Koninkrijk der Nederlanden behoorde.