(Eerder verschenen in De Gelderlander in de rubriek Plagen & Tegenslagen)
De militairen die tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) in het Land van Cuijk de grens bewaken – de Maas in het oosten en alles ten zuiden van Maashees – waar bivakkeren die eigenlijk? Volgens de Boxmeerse geschiedschrijver A.F. van Beurden woont de bevelvoerder in hotel De Keizer in Boxmeer. In Maashees geeft gemeentesecretaris Bovens een tijdlang onderdak aan twintig officieren. Maar de soldaten liggen in schuren en pakhuizen of bij boeren in het stro. De officiële term luidt: ‘ingekwartierd’.
Van sommigen vinden we in archieven sporen terug. Willem van Eijkeren, infanteriesoldaat, ligt ingekwartierd in Mullem. In Sambeek geeft de gepensioneerde kapitein Derk Frederik de Hamer onderdak aan twee militairen: Cornelis Smits en Arnoldus Hendrik Pieck, van het Geldersch Bataljon. Een van de twee is slordig met zijn geweer. De huiseigenaar, die vanwege zijn slechte financiële situatie in een depressie is geraakt, krijgt dat wapen in handen. De kapitein berooft zich ermee van het leven.
In Overloon is infanterist B. van der Zee ingekwartierd en soldaat Joannes Hoezoo woont op een adres in Holthees. Bij hoedenmaker Hendrik Verstappen in Vierlingsbeek logeert soldaat Caspar Janssen.
Die jongemannen houden hun ogen niet in de zak. Ze zien ook de Land van Cuijkse meisjes. Daar komen problemen van, zo vertellen de statistieken. In andere jaren in de 19e eeuw ligt het aantal baby’s van ongehuwde vrouwen in Brabant op zo’n 350 per jaar. In 1833, als de provincie bomvol militairen ligt, worden er 816 baby’s geboren.
Het blijft soms niet bij ‘vluchtige’ contacten, ook duurzame relaties ontstaan. Hessel Sjoerd de Vries is een muzikant van de infanterie, afkomstig uit Boxtel, die op 1 maart 1838 trouwt met de Boxmeerse Maria Willaert. En hun eerste baby komt keurig na negen maanden ter wereld. Ook Herman van Rossum, van de Geldersche Schutterij, wordt verliefd op een Boxmeers meisje: hij trouwt met Catharina Jansen. Peter Spee, in Vierlingsbeek ingekwartierd, van het Geldersche Bataljon, vraagt de hand van de Vierlingsbeekse Maria Opregt en Hendrik Schapink, schutter bij de Overijsselsche Schutterij, trouwt met de Cuijkse Antonetta Ruijs. En zo blijven er wel meer militairen ‘plakken’ in het Land van Cuijkse.
Is het allemaal pais en vree tussen de militairen en de Land van Cuijkse burgers? De huisgezinnen die kost en inwoning moeten verlenen, krijgen een kleine vergoeding, maar ze hebben soms ook het nodige te verduren. De Nijmeegse schrijver C.H. Clemens meldt in zijn Herinneringen en ontmoetingen (1840) dat sommige soldaten ’stolen als raven: kippen, duiven, eenden, kool, al wat maar eetbaar was.’ Al die jongemannen op een hoopje, dat trekt ook prostituees aan. Op 6 maart 1832 vraagt de Brabantse gouverneur de burgemeesters krachtdadiger op te treden tegen ‘losbandige vrouwspersonen die zich bij de troepen ophouden’. Wordt vervolgd.
Illustratie: Officier, schutters en een muzikant van de ‘Nederlandsche Schuttery’ op een prent uit 1830 van Hendrik Greeven. Bron: Rijksmuseum Amsterdam