(Eerder verschenen in De Gelderlander in de rubriek Plagen & Tegenslagen)
De inwoners van Maashees en Vierlingsbeek zijn zich in de vroege ochtend van donderdag 11 augustus 1831 rot geschrokken. Honderden Belgische soldaten en vrijwilligers van de burgerwacht, de Garde Civique, overspoelden hun dorpen.
Maar ook Oeffelt krijgt zijn deel. Een compagnie van de Garde Civique, de vrijwillige Belgische burgerwacht, steekt die donderdag bij Gennep de Maas over. Ze maken gebruik van de veerpont die aan Hollandse zijde lag, maar eerder door de Belgen naar de Gennepse kant was gehaald. Een marechaussee in Oeffelt, de enige die daar nog was achtergebleven, heeft geen schijn van kans en gaat er als een haas vandoor, zijn paard achterlatend, zo schrijft de Oeffeltse burgemeester later in zijn verslag.
Zowel in Vierlingsbeek en Maashees als in Oeffelt worden vrijwilligers van de Garde Civique herkend als zijnde inwoners van Noord-Limburgse dorpen, zoals Bergen en Venray. In Vierlingsbeek wordt zelfs het gerucht verspreid dat de Garde Civique die vanuit Venray de grens overkwam, geleid zou zijn door de burgemeester van Venray, Frans Verblackt. Bewijs daarvoor is er niet.
Een detachement kurassiers – infanteristen te paard – dat uit Grave op weg is naar het zuiden van het Land van Cuijk, raakt in Oeffelt slaags met de Belgische milities. Bij dat vuurgevecht vallen geen slachtoffers. De Belgen worden teruggedreven naar de Limburgse kant, ze nemen de gestolen veerpont weer mee naar de overkant.
Vanuit Gennep trekt die dag ook een colonne Belgische soldaten, van het garnizoen in Venlo, naar het noorden. Het zouden zo’n 300 soldaten zijn. Mogelijk is Nijmegen het doel van de aanval, maar het garnizoen van de Waalstad is de poort al uit en weet de Belgen ter hoogte van Malden tegen te houden. De Belgen keren om en tijdens de achtervolging passeren de Nijmeegse soldaten ter hoogte van Mook en Middelaar de grens en stoten door naar Gennep, waar de vijand zich niet meer laat zien.
Elk Genneps huis wordt doorzocht en de zoektocht levert twee geweren en veertig pieken op. De Gennepenaren worden daarna geacht de mannen van het Nijmeegse garnizoen van eten en drinken te voorzien. Vlees, kaas, brood en drank, in totaal kost het de gemeentekas 165 gulden, veel geld voor de armlastige gemeente. Het leidt ertoe dat Gennep in het vervolg van de troebelingen tussen België en Nederland een neutralere houding zal aannemen.
De volgende dag vaart een kanonneerboot van Grave naar Gennep en haalt de Oeffeltse veerpont terug naar de Brabantse kant. Om te voorkomen dat de boot nog eens wordt gebruikt voor een Belgische invasie, wordt de pont later naar Grave versleept. Daar zal de boot jarenlang weg liggen te rotten.
De volgende dag, vrijdag 12 augustus, eindigt de Tiendaagse Veldtocht. Het Nederlandse leger trekt zich terug uit België. Maar in het Land van Cuijk wordt opnieuw geschoten. Daarover volgende week meer.
Bijschrift: Schilderij van de Belgische burgerwacht, de Garde Civique, van Jean-Baptiste Madou. Bron: Bruxelles à travers les âges, Henry Hymans (1884)