(Eerder verschenen in De Gelderlander in de rubriek Plagen & Tegenslagen)
In de zomer van 1831 is er een pastelling ontstaan tussen de opstandige Belgen en Nederland. Koning Willem I legt zich niet graag neer bij de afscheiding en is het niet eens met de grenzen die de grote mogendheden – Pruisen, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland – hem willen opleggen. Hij zint op wraak, op een militaire aanval om een deel van het grondgebied terug te winnen.
België heeft ondertussen als staatsvorm gekozen voor de monarchie en vindt de Duitse hertog Leopold van Saksen-Coburg bereid om koning te worden. Leopold I legt op 21 juli 1831 de eed af.
In het Land van Cuijk is de spanning voelbaar. De machthebbers zijn zenuwachtig en leggen de inwoners beperkingen op. De jaarmarkt van Boxmeer, die voor 15 juni staat gepland, mag doorgaan, maar zónder vermakelijkheden. Het gemeentebestuur moet daar streng op toezien, ook op het verbod om na acht uur ’s avonds nog cafés open te houden. Inwoners die illegaal de grens met België zijn overgestoken, zoals Peter Janssen (29) uit Boxmeer, worden opgepakt. Janssen wordt na verhoor vrijgelaten, maar zal door de politie scherp in de gaten worden gehouden. Een paar weken neemt de spanning nog meer toe. De jaarmarkten van Cuijk, die op 5 en 12 juli zouden worden gehouden, worden helemaal verboden. Dat is een vergaand besluit, lijkt de militaire commandant in Den Bosch te beseffen. Hij schrijft de commissaris-speciaal van het district Boxmeer dat als de Cuijkenaren tegen de orders in tóch aanstalten maken om een jaarmarkt te organiseren, de politie geen geweld mag gebruiken. De zaak mag vooral niet escaleren.
Dat de bestuurders nerveus zijn, is wel te begrijpen. Ze zien bijna elke dag colonnes militairen wegtrekken uit het Land van Cuijk. Het is duidelijk dat de Nederlandse legerleiding iets van plan is. Alle militairen worden samengetrokken in een gebied tussen het westen van Breda en de zogenaamde Acht Zaligheden, bij Eindhoven. Wat betekent dat voor het Land van Cuijk, dat sinds een paar maanden de oostgrens vormt van Nederland met het Limburgse België? Dat de inwoners nagenoeg onbeschermd worden achtergelaten.
Dan komt op 28 juni ook nog eens de opdracht dat alle marechaussees in het Land van Cuijk zich in Velp moeten melden. Ze worden daar onder een centraal commando gebracht om slagvaardig te kunnen optreden, elders in de provincie. In Boxmeer blijven slechts drie marechaussees achter om de orde te bewaken.
De troepenverplaatsingen blijven niet onopgemerkt. Sommige inwoners, zoals twee inwoners van Vierlingsbeek, zijn op de hand van de opstandelingen en geven informatie door. Op 2 augustus trekt het Nederlandse leger bij het Brabantse Poppel de grens met België over. Wat volgt is een militaire operatie die de geschiedenisboekjes in zal gaan als de Tiendaagse Veldtocht. In het Land van Cuijk houden ze hun hart vast. Want nu is er helemaal niemand die de grens bewaakt… (wordt vervolgd).
Illustratie: Portret van de eerste koning der Belgen, Leopold van Saksen-Coburg, en zijn gezin. Schilderij van Charles Baugniet.