Skip to content
Menu
Geurt Franzen
  • Activiteiten
  • Profiel
    • Media
  • Columns
    • Dwarskijker
    • Geen nieuws
    • Theater.nl
    • Vakantie
    • Weekwoord
  • Over kunst
  • Fabels
  • Historie
    • Bevrijding Stap Voor Stap
    • Belgische Opstand
    • Diverse historische artikelen
    • Sprekend Verleden
  • Lezingen
  • Mijn boeken
    • Plagen & Tegenslagen
    • Duiveldans
    • Tot frontgebied verklaard
    • Zeven Dagen
    • Bijdragen aan boeken van derden
    • Werk in uitvoering
  • Songteksten
    • Carrousel
  • Contact
  • THEATER
Geurt Franzen

6. De Maas, grensrivier tussen landen in oorlog

Posted on 5 augustus 202428 augustus 2026

(Eerder verschenen in De Gelderlander in de rubriek Plagen & Tegenslagen)

Als de Limburgse gemeenten zich najaar 1830 bij België aansluiten, heeft dat gevolgen voor de Maas. Het deel tussen Grave en Maashees is van het ene op het andere moment een grensrivier tussen twee landen die in oorlog zijn met elkaar. De bevelvoerder van Maastricht, de enige Limburgse stad die tijdens de Belgische Opstand Hollands zal blijven, heeft de rivier afgesloten. Het Maasverkeer valt daardoor zo goed als helemaal stil. Dat heeft grote gevolgen voor handelaars en schippers. Vooral het transport van steenkool uit Luik naar Holland en Pruisen bracht veel geld in het laatje. 

Van oudsher is er veel verkeer over de Maas tussen het Land van Cuijk en Mook, Gennep, Heijen en Bergen en de Gelderse dorpen. De veerponten brengen kooplieden, kermisbezoekers en trouwlustigen naar de overkant, al eeuwenlang. Het Land van Cuijk heeft, vanwege de geïsoleerde positie door de ontoegankelijke Peel, meer contact met Noord-Limburg en Gelderland dan met Brabant. 

Aanvankelijk blijven de Maasveren varen, maar de mensen die overgezet worden, worden streng gecontroleerd. Voor Belgische oproerkraaiers of spionnen is geen plaats in Brabant.   

Het veer tussen Katwijk en het ‘vijandige’ Mook wordt voorjaar 1831 stilgelegd. De eigenaren besluiten de pont te verplaatsen naar het Spijk, bij Heumen, op niet Belgisch territorium. Niet iedereen mag reizen door het grensgebied, alleen kooplieden mogen dat, met een speciale pas op zak. Nogal wat Land van Cuijkse kooplieden reizen één of twee keer per week naar de markt in Nijmegen om waren in te kopen of te verkopen. Ze steken nu over met het Spijkse veer of met het voetveer van Linden naar het Heumense kasteel. Op 4 juli 1831 komt daar abrupt een einde aan. Het militair gezag ontdekt dat nogal wat mensen die aan de Gelderse kant aankomen, niet naar Nijmegen gaan, maar rechtsaf slaan, naar het ‘Belgische’ Mook. Daarom worden de veerponten gesloten.

Het gemeentebestuur van Cuijk en Sint Agatha protesteert tegen de vergaande maatregel. Maar de Brabantse gouverneur piekert er niet over om de veerverbindingen weer open te stellen. Pas een halfjaar later, als de schermutselingen van augustus 1831 achter de rug zijn – daarover later meer – komt de Brabantse bestuurder terug op dat besluit. Het Spijkse veer wordt dan weer in gebruik genomen. Maar alléén voor kooplieden en handelaren en alléén op de Nijmeegse marktdagen, te weten maandag en donderdag. En de kooplieden worden geëscorteerd, om er zeker van te zijn dat ze niet toch afbuigen naar Mook en Middelaar. Die gebrekkige veerverbinding blijft bestaan tot september 1837. Om van Katwijk naar Nijmegen te komen, moet een koopman zes uur reizen. Het veer Katwijk-Mook zal uiteindelijk negen jaar niet varen. De andere veerponten, zoals die van Oeffelt, worden in de loop van 1831 in beslag genomen en naar de haven van Grave versleept (bron: Rond De Grenssteen, nr 34/1995). Wordt vervolgd. 

Illustratie: Gezicht op de Maas met veerpont. Prent van Wenceslaus Hollar, naar een ontwerp van Jan Peeters. Bron: Rijksmuseum Amsterdam

©2026 Geurt Franzen | WordPress Theme by Superb WordPress Themes