(Eerder verschenen in De Gelderlander in de rubriek Plagen & Tegenslagen)
Na het uitbreken van de Belgische Opstand, op 25 augustus 1830, maakt de regering zich zorgen over Noord-Brabant. Gaat die provincie België achterna? Brabant is overwegend katholiek, net zoals de muitende zuiderlingen. De militair commandant van Brabant is op zijn hoede. Als hij eind oktober 1830 hoort dat in Boxmeer geschoten is op de huizen van burgemeester Kerstens en gemeentesecretaris Hermans, stuurt hij militairen en marechaussees naar Boxmeer, om de rebellen tot de orde te roepen.
Is Boxmeer inderdaad een broeinest van revolutionairen? Daar blijkt weinig van te kloppen, zo blijkt als de soldaten en marechaussees eenmaal in het dorp zijn aangekomen. Uit de rapportage van de districtscommissaris van het district Boxmeer – dat is Henri de Quay – op 3 november naar de gouverneur stuurt, weten we dat er heel iets anders aan de hand was. Ja, er is wel degelijk met geweren geschoten op de ruiten van de Boxmeerse notabelen, eind oktober. Maar de schoten waren bedoeld om de burgemeester schrik aan te jagen. In het gevang zitten twee Boxmerenaren die verdacht worden van houtdiefstal. Hun maatjes hebben de schoten gelost om de burgemeester bang te maken. Dat had overigens het beoogde effect gehad, schrijft De Quay aan de gouverneur. Om escalatie te voorkomen, had de Vrederechter, vergelijkbaar met de kantonrechter nu, bevolen dat de mannen vrijgelaten moesten worden. De rust was wedergekeerd.
Het wantrouwen van districtscommissaris De Quay is echter nog niet geheel verdwenen. Per slot van rekening zijn de buurgemeenten aan de overkant van de Maas, zoals Gennep en Bergen en Well, zonder slag of stoot overgelopen naar het Belgische kamp. Bewoners aan beide zijden van de rivier hebben zóveel contact, dat De Quay het heel goed mogelijk acht dat de revolutionaire gedachte óók de rivier zal oversteken. Om dat te voorkomen, worden op de veerponten over de Maas marechaussees in burger gestationeerd. Die moeten verdachte personen en situaties melden aan de marechausseecommandant.
Dan gebeurt er toch iets ‘revolutionairs’. Ach, misschien was het gewoon een beetje ‘uniformpje pesten’. De Boxmerenaren zullen zich ongetwijfeld geërgerd hebben aan al die politie op straat. Op 15 november grijpt opperwachtmeester Ublinks van de marechaussee op de weg naar Sint Anthonis een paar ‘opstandige’ Boxmerenaren in de kraag. Wat hadden ze geroepen naar Ublink? ‘Leve De Potter!’ Dat was dezelfde leus die de muitende Belgen in Brussel hadden gescandeerd toen ze het opnamen tegen het Nederlandse leger. Louis de Potter was een journalist die naar Frankrijk was verbannen omdat hij in zijn stukken pleitte voor democratie en persvrijheid.
Als de Boxmerenaren voor de Vrederechter worden gebracht, ontkennen ze iets geroepen te hebben. Waarna de rechter niets anders kan doen dan de mannen vrij te laten. Want er is te weinig bewijs voor de aanklacht dat het oproerkraaiers zijn die de macht willen grijpen. Wordt vervolgd.
Illustratie: Links: een marechaussee te paard en rechts een officier van de marechaussee in uniformen uit de periode 1830-1832. Prent van Albertus Verhoesen. Bron: Rijksmuseum Amsterdam