Van achttien naar één

Gassel toch niet naar Grave

[VIGNETKOP] VAN ACHTTIEN NAAR ÉÉN

In de aanloop naar de fusiegemeente Land van Cuijk laat Geurt Franzen in ‘Van achttien naar één’ zijn licht schijnen over de gemeentes in deze regio die de afgelopen tweehonderd jaar zijn verdwenen. Vandaag aflevering 3: de gemeente Gassel.    

Een grote gemeente is Gassel nooit geweest. Halverwege de 19e eeuw, rond 1840, zijn er 600 inwoners. Die zijn verspreid over 197 gezinnen en wonen in 99 huizen. Niet allemaal een eigen woning dus. Het is, net als de meeste gemeenten in het Land van Cuijk een landbouwende gemeente. Echte armoede is er niet: de grond is vruchtbaar genoeg en de gemeente hoeft zelden bij te springen als iemand niet kan rondkomen. In de winter wordt er op de grond, bossen en heide die de gemeente bezit, zo’n 120 hectare, werkverschaffing geboden aan lieden die het niet zo breed hebben.  

In de 19e eeuw staat er, net als in de buurgemeente Escharen, drie keer een Poos aan het hoofd van het gemeentebestuur. De eerste, A. Poos, was van 1812 tot 1838 burgemeester. Tussen 1850 en 1866 droeg Martinus Poos de ketting (hij was tegelijk burgemeester van Escharen) en de derde was Antonius Johannes Poos. Die was geliefd bij de Gasselnaren. Toen hij zijn zilveren jubileum vierde, dat was op 2 juni 1981, had de gemeente zich flink uitgesloofd om er een groot feest van te maken. Met een rondrit en toespraken, geschenken en volksspelen werd het 35-jarig jubileum voor die tijd groots gevierd. Sneu was het wel dat Antonius nog geen jaar later overleed; zijn gestel was niet zo sterk, hij werd nog geen 60 jaar oud. 

Het leven kabbelt rustig voort in Gassel. Enige zorg is de Maas. Als die hoog staat en de Beerse Maas wordt geopend, stroomt een groot deel van het grondgebied onder water. Dat geldt ook voor het landgoed Tongelaar, dat tot Gassel behoort. Halverwege de 19e eeuw moeten alle bosschages op dat landgoed worden gekapt om het water meer ruimte te geven. Ach, er gebeurt natuurlijk wel eens wat. Een mens moet ook wat te roddelen hebben. Zoals over wethouder Jans. Die is 62, heeft een vrouw en al volwassen kinderen, maar gaat in 1898 flink over de tong: het is nu al de tweede keer dat ie buiten het potje piest. Ook nu raakt het jonge meisje zwanger. 

Het scheelt dat Grave dichtbij ligt. Daarom hoeft Gassel zelf geen dokter, apotheker en vroedvrouw te hebben. En het vlees wordt voor de slachting gekeurd door een veearts uit Cuijk. 

Die afhankelijkheid van het stadje wordt door die buurgemeente ook als argument gebruikt, eind jaren dertig van de vorige eeuw. Grave zoekt uitbreiding en wil, naast Velp en Escharen, ook Gassel inlijven. Daar zit Gassel niet op te wachten. Er is toch een mentaliteitsverschil tussen dorp en stad. Aanvankelijk zijn Gedeputeerde Staten (GS) van Brabant wel gevoelig voor de wensen van Grave. Die gemeente toont zich in 1940 zo tevreden met de plannen, dat ze er geen bezwaar tegen hebben dat niet heel Gassel naar Grave komt: Tongelaar zal naar Mill en Sint Hubert gaan.

Maar dan, in 1941, veranderen GS van gedachten: een agrarische buffer tussen Cuijk en Grave wordt ineens belangrijk gevonden. En zodoende komen de 717 inwoners van de gemeente Gassel bij de herindeling van 1942 niet bij Grave, maar bij Beers. Grave protesteert heftig. Ze vinden het vooral raar dat Brabant een gemeente laat ontstaan, dat vergrote Beers, dat slechts 2199 inwoners zal krijgen. Terwijl Den Bosch elders in het Land van Cuijk, bij dezelfde herindelingsoperatie, gemeenten met een vergelijkbare omvang – Sambeek bijvoorbeeld – opheft wegens hun geringe omvang.

Het is een kwestie van tijd. In 1994 gebeurt het alsnog: de gemeente Beers wordt opgeknipt en Gassel komt alsnog bij Grave.

Foto: De hoge oever van de Beerse Overlaat in Gassel, 24 november 1930. Foto: Het Zuiden