Kille cijfers over Brabantse doden in het verkeer

Het wil maar niet lukken met dat grote doel dat Brabant zich had gesteld: nul verkeersdoden. Als we op elke plek waar vorig jaar een dode viel een bermmonumentje hadden opgericht, waren er maar liefst 99 bijgekomen. Weliswaar een stuk minder verkeersdoden dan het jaar daarvoor (142), maar toch nog steeds rond het gemiddelde van de afgelopen tien jaar (112). Tien jaar waarin de Brabant, op 2013 na, koploper was van Nederland, de provincie met de meeste verkeersdoden. En dan was 2020 ook nog eens een jaar waarin het veel minder druk op de weg was, door al dat thuiswerken.

Natuurlijk rakelen kille cijfers oude discussies op. Aan de koffie, maar ook in het provinciehuis in Den Bosch. Bestuurders en deskundigen analyseren de cijfers en schrikken als ze zich realiseren dat een derde van de autododen geen gordel droeg. Ze vragen zich ook af hoe het komt dat het merendeel van de verongelukte fietsers ouder dan 60 is. Komt dat omdat ze veelal op e-bikes rijden en dus veel sneller? Moet de helm nu echt verplicht worden voor fietsers?

Ik heb geen idee. Vraag me alleen dit af: als de gordelplicht al niet wordt nageleefd, hoe gaat dat dan met een fietshelmplicht? Handhaving is, in theorie, eenvoudiger. Elke politieman of boa ziet in één oogopslag of een fietsers blootshoofds op zijn karretje zit of niet. Maar gaan fietsers er veiliger door fietsen? Zowel pubers als oudjes schakelen dan nóg sneller van standje ‘eco’ naar standje ‘sport’.   

Ondertussen krijgt die liedregel van Guus Meeuwis een heel andere betekenis: Dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht. Vader en moeder aan de keukentafel, duimen draaiend. Zoon of dochter is nog steeds niet thuis…