Osse boeven: bank Vierlingsbeek te ver weg

Aflevering 123 van Sprekend Verleden

Koopman Cornelis K. uit Vierlingsbeek moet lang in spanning zitten. Pas op 30 november 1936, twee jaar nadat hij werd beschuldigd, spreken de rechters hem in hoger beroep vrij. In de tussentijd is het peentjes zweten. De Bossche rechtbank heeft hem al vrijgesproken, maar de officier van justitie ging in hoger beroep. Eindelijk concludeert ook het gerechtshof dat K. terecht is vrijgesproken: er is te weinig bewijs. 

Waar werd de koopman van beschuldigd? Hij zou twee notoire boeven uit Oss ertoe hebben aangezet de brandkast van de Boerenleenbank in Vierlingsbeek te kraken. In die kluis, zo wist K., zat op een zekere dag in het najaar van 1934 ten minste een bedrag van 2.000 gulden (anno nu vergelijkbaar met 20.000 euro). Hoe K. dat kon weten? Heel simpel. Hij had bij de bank een hypotheek aangevraagd. Het bestuur van de bank had de hypotheek toegekend en de kassier had hem het goede nieuws verteld. En ook waar ergens in het gebouw die brandkast zich bevond.    

Volgens justitie had K. die wetenschap gedeeld met de twee beroepscriminelen uit Oss.

Dat waren inderdaad geen doetjes. In het Osse milieu stonden de twee mannen, Lambert Vos en Antoon Hendriks, bekend als Bijs de Sijp en Toon Soep. Onschuldig klinkende bijnamen, maar ondertussen… Ze hadden al heel wat op hun kerfstok. Op het bureau van politie gebruikten ze voor Toon Soep overigens een chiquere naam: Antoine de Bouillon. Volgens de overlevering had Toon zijn bijnaam te danken aan zijn vader, die ooit tijdens het middaguur zijn huis uitrende om naar een brand te gaan kijken. Hij had de vermicelli nog in zijn snor en vanaf die dag heette vader, en de rest van de familie, Soep. 

Uiteraard, zo meende justitie, zou K. de buit hebben willen delen. Maar K. zei voor de rechtbank dat ie de twee pertinent nog nooit had gezien of gesproken. Laat staan dat hij ze had uitgelokt om de Vierlingsbeekse bank te beroven. De Sijp verklaarde echter dat hij en Toon Soep K. wel degelijk hadden gesproken. En wel in het café van Van der Wielen in Oss. Leentje Brans, een 28-jarige kapster uit Berghem, kwam voor de rechtbank vertellen dat zij het drietal ook in de herberg gezien had. Volgens De Sijp zou K. de mannen veertien dagen van tevoren tippen. Hij had uitgelegd hoe de mannen moesten rijden. Het gebouw was makkelijk te vinden: er stond met grote letters ‘Boerenleenbank’ op de gevel. Er zou zelfs al een verkennend fietstochtje zijn geweest.

Ook Toon Soep verklaarde dat hij K. een aantal keren gesproken had en dat het idee voor de kraak van de koopman afkomstig was. Uiteindelijk is het niet van de kraak gekomen, omdat, aldus de boeven, Peer de Bie, een derde handlanger, Vierlingsbeek te ver weg vond liggen. Dan zou hij nooit op tijd terug kunnen zijn bij zijn baas van de werkverschaffing… 

Drie jaar gevangenisstraf hing K. boven het hoofd, ook al was de inbraak niet gepleegd. Maar zijn raadsman, mr. Hengst, hield een gloedvol pleidooi: waar is het bewijs, meneer de rechter? Dat was er dus niet. En dus belandde K, na twee jaar in de rats te hebben gezeten, toch niet achter de tralies. Of de hypotheek nog is doorgegaan? Geen idee…

Foto: Het bestuur van de Boerenleenbank van Vierlingsbeek poseert, rond 1920, voor het bankgebouw. Foto: De Oude Schoenendoos.