Burgemeesters zoeken naar woorden na inval op 10 mei

Aflevering 118 van Sprekend Verleden

Wat moet je als burgemeester zeggen bij de opening van de eerste raadsvergadering nadat een buurland je brutaal heeft overvallen en bezet? Dat is de vraag die burgemeesters in de regio vast zal hebben beziggehouden, na de Duitse inval op 10 mei 1940. Moet je ach en wee roepen, je boosheid en verontrusting etaleren, of het grotendeels negeren en overgaan tot de orde van de dag? 

Elke burgemeester bewandelt een eigen pad. Die van Beers, Toon van Raaij, kiest voor negeren. Als zijn raad op 21 juni 1940 voor het eerst bijeenkomt, zegt hij niets over de oorlog. Alleen praktische zaken komen aan de orde. Zoals: wat doen we met het grote aantal bomen dat door de ‘defensieve maatregelen’ is gesneuveld? De raad besluit het hout openbaar te verkopen. Later in het jaar komt ook het herstel van bruggen ter sprake.

Zijn collega van Beugen en Rijkevoort, H.J. van Hulten, kiest voor een heel veilige weg, zo maken we op uit de bewaard gebleven, maar later in de oorlog deels verbrande raadsnotulen: ‘De rust is weer teruggekeerd, zoodat alles weer zyn normaal verloop kan hebben. Hy stelt voor de besprekingen te beperken binnen het kader van de zakelykheid.’ Daar is de raad het mee eens. De draad wordt weer opgepakt. Hetgeen erop neerkomt dat net als vanouds weer gesteggeld wordt over het meest voorkomende agendapunt: de verpachting van landbouwgrond. Wel wordt besloten dat de kermissen in Beugen en Rijkevoort ‘wegens de tydsomstandigheden’ worden afgelast.

Hoe anders is het in Grave. Op 30 mei 1940 roept burgemeester J. Ficq de raad in een spoedeisende vergadering bijeen. Ficq ‘herdenkt in gevoelvolle woorden hen, die in de strijd voor het vaderland zijn gevallen.’ Hij memoreert de Gravenaren die bij een bomaanval in Nuland zijn omgekomen en in het bijzonder Georg Döpken, commandant van de te Grave gelegerde militairen, die in Den Dungen is gesneuveld. 

In Haps gaat het raadswerk gewoon door. Maar burgemeester Herman van Hulten zegt op 24 juni wel dat drie dienstplichtigen uit het dorp nog  niet zijn teruggekeerd. Hij hoopt op hun behouden terugkomst. Hij meldt ook dat de opgeblazen brug tussen Haps en Wanroij voor gezamenlijke rekening wordt hersteld.

De eerste Cuijkse raadsvergadering na de Duitse inval wordt pas op 16 augustus 1940 gehouden. Josephus van de Mortel zegt dat ‘gelukkig onder de burgery geen dooden zyn te betreuren.’ Hij herdenkt de militairen die op 10 mei bij de Maas zijn gesneuveld en wordt door wethouder Pistorius uitvoerig bedankt voor zijn hulpvaardigheid tijdens die donkere dagen, met name voor zijn bemoeienis met het ophalen en kisten van de lijken der gesneuvelden.

In Sambeek zegt burgemeester P. Stevens op 27 juni: ‘Gelukkig is ons dorp van groote ellende gespaard gebleven.’ Helaas valt een inwoner van zijn gemeente te betreuren en is van twee anderen het los onzeker. Jan Cornelissen (35) is gesneuveld. Twee dagen vóór de Duitse inval werd hij onder de wapenen geroepen en op 10 mei kwam hij om het leven toen zijn kazerne in Den Haag werd gebombardeerd. Vervolgens gaat de raad over tot de orde van de dag: de intrekking van een eerder besluit om grond te verkopen aan J. van der Cruijsen.

Bij de illustratie: Notulen gemeenteraad Beugen en Rijkevoort en een portret van Jan Cornelissen, een gesneuvelde soldaat uit Sambeek. (Bron: brabantsegesneuvelden.nl)