Gennep viert duizendjarig bestaan

Aflevering 115 van Sprekend Verleden

Op zaterdag 15 juli 1950 schalt om één uur ’s middags het ANP-nieuws uit de radio’s. De nieuwslezer van het ANP meldt: ‘In november van dit jaar zal het Noordlimburgse stadje Gennep duizend jaar bestaan. Dit wordt althans aangenomen door de autoriteiten van deze gemeente. Want zeer waarschijnlijk is Gennep al ouder dan duizend jaar. In ieder geval viert het dit jaar feest en wel van 29 juli tot 6 augustus. De burgerij zal het gemeentebestuur een nieuw carillon voor het stadhuis aanbieden.’ 

De inwoners van het Niersstadje weten natuurlijk allang dat er feestelijkheden op komst zijn. En die duizend jaar, klopt dat eigenlijk wel? Ach, het Limburgsch Dagblad schrijft dat het stadje misschien wel te bescheiden is. Dat het waarschijnlijk veel ouder is. Het document waar gemeente en burgerij zich op baseren, is een charter van keizer Otto. Daar staat een datum op: november 1050. Het is het oudst bekende document waarop Gennep, in dat officiële handschrift aangeduid als Pagus Genapis, wordt genoemd. De krant schrijft dat het voor de hand ligt te vermoeden dat de plaats veel ouder is.

Of het nu duizend jaar is of elfhonderd, de Gennepenaren maakt het niets uit, als ze maar feest kunnen vieren. Misschien hebben ze het wel afgekeken van de overkant van de Maas, van Cuijk, dat twee jaar geleden het 2.000-jarig bestaan durfde te vieren. Hoe dan ook is het vijf jaar na die verschrikkelijke oorlog, waar Gennep als een complete ruïne uit is voortgekomen, hoog tijd voor een feestje. 

De echte reden is dat de wederopbouw voorspoedig gaat. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is de restauratie van het eeuwenoude stadhuis dat zo zwaar beschadigd werd. De afronding van de restauratie wordt het hoogtepunt van de festiviteiten.

Twee weken na het radiobericht, op zaterdag 29 juli, gaat de feestweek van start. Inderdaad heeft de burgerij vele guldens bij elkaar gespaard om in het herstelde stadhuis weer een nieuw carillon te kunnen plaatsen. Die zaterdag klinken de klanken van het klokkenspel over de Markt en de daken van het stadje. Zodra deken Janssen het stadhuis heeft ingezegend, opent burgemeester Gilissen de buitengewone raadsvergadering in de herstelde raadzaal. Van heinde en verre zijn de genodigden gekomen. De oorlog is nog lang niet vergeten, maar er wordt wel al een hand uitgestoken naar de oosterburen, waarmee Gennep voor die verwoestende wereldbrand eeuwenlange zulke goede contacten had. De burgemeesters van Goch en omliggende gemeenten zijn genodigd én verschenen.

Een dag later verstoren hoornblazers van het Sint Martinusgilde de zondagsrust. In de ochtend is er een openluchtmis en daarna trekken kleurrijke gildes en schutterijen door het stadje. Veel bekijks krijgen Valuas en Guntrud, het reuzenpaar uit Venlo. Daarna bestrijden de gildes elkaar in het vendelzwaaien en richten de schutterijen hun geweren op het uiteinde van de schutspaal.

De heel week is het kermis in Gennep en zijn er spelen voor de kinderen. Er is een viswedstrijd en voor de liefhebbers is er een populair opera- en operetteprogramma. In de Maas worden op de woensdagavond zwemwedstrijden gehouden. 

Illustratie:  

Detail van het affiche ter gelegenheid van het 1.000-jarig bestaan van Gennep.