Prik

Best een knappe prestatie. Nog geen jaar nadat corona in het Land van Cuijk de eerste slachtoffers maakte, is in de regio het eerste spuitje tegen de stiekeme ziekmaker gezet. Inge Janssen was de gelukkige. De cardioloog kreeg eergisteren in het Maasziekenhuis als eerste de prik.

Ze voelde er niks van, zei ze. Mooi. Dat er maar veel prikjes mogen volgen.

Natuurlijk gaat 2020, vanwege dat virus, vanwege het grote aantal sterfgevallen, de grote druk op de ziekenhuizen en de klap voor de economie, als een gitzwart jaar de geschiedenisboeken in. Er is ook een keerzijde. 2020 heeft wel degelijk iets positiefs laten zien: dat de mensheid als geheel deze ultieme test van veerkracht redelijk goed heeft doorstaan. Had het niet allemaal veel erger gekund? 

In vroeger tijden zou een veelvoud aan mensen gestorven zijn. Wisten we niet eens waaraan we stierven, wat je ertegen kon doen, waar de ziekte vandaan kwam. In 1349 sloeg de pest genadeloos toe in Keulen en kregen de joden de schuld: ze werden zonder pardon vermoord. Anderen meenden dat een zangvogeltje, de Lanius garrulus, de ziekte bracht. Nu zit het beest voor eeuwig met het onvriendelijke etiket ‘pestvogel’ opgescheept.  

We zijn echt knappe koppen geworden. Weten ongeveer hoe het virus op mensen is overgeslagen, dat we door afstand houden de gevolgen kunnen beperken, hoe we het gros van de zieken weer overeind kunnen helpen. En nu hebben we zelfs al vaccins. 

Ik ken priktwijfelaars. Mensen die te weinig vertrouwen hebben in wat de mensheid vermag. Dat mensen ongelooflijke klojo’s kunnen zijn, zagen we woensdag nog in Washington. Maar het tegenovergestelde geldt ook: we zijn onnoemelijk knap. Kom maar op met die prik. 

Foto: Ed van Alem