Het jaar is amper begonnen, maar volgens mij hebben we de mooiste natuurfoto van 2021 al in de krant gehad. Gisteren. Had van mij best een paar kolommen groter gemogen, die dronefoto van een ondergesneeuwd Maasheggenweiland met daarin de sporen van een das. Sporen die getuigen van zijn of haar nachtelijke speurtocht naar regenwormen. Een avontuur dat het dier kriskras door de weilanden heeft geleid, een warrige draad van pootafdrukken in de sneeuw achterlatend. Die verklapt dat ons tot voor kort grootste landroofdier – de wolf is een blijvertje gebleken en toch een tikkeltje forser -, er geen structuur op nahoudt, dat ie ook maar wat aanrommelt om aan zijn kostje te komen.
Toen moest ik aan het kabinet denken. En zijn pogingen om het virus te bestrijden. Als je alle maatregelen die onze regering sinds maart heeft genomen op een vel papier zou uittekenen, krijg je een kaartje dat veel wegheeft van een dronefoto van een besneeuwde wei waarin een das naar wurmen heeft gewroet. Van Brabanders die geen handen mogen schudden tot de poging om groepsimmuniteit te creëren tot avondklok, met alles wat tussendoor is afgevaardigd, oogt, als we terugkijken, als een tikkeltje behoorlijke chaos. Als een dassenspoor dus.
Dat klinkt negatief, maar het toont ook een positieve kant. Want zoals die das in het donker dapper heeft doorgewroet, zo hebben ook onze ministers, misschien wel als blinden op de tast, dapper doorgedaan. Zoals de das zijn pogingen niet halverwege heeft gestaakt, zo heeft ook het kabinet door geploeterd. Helpt dít niet, dan helpt dát misschien.
Wij, aan de kant, wisten het allemaal beter. Maar wij hoeven geen sporen te maken, wij hoeven ze alleen maar te volgen.