Ik was op zoek naar Maria, de moeder Gods. Had overal rondgevraagd, mijn kennissen en familieleden uitgehoord, maar de heilige vertikte het om voor de dag te komen. En toen zei iemand: ‘Je moet in Katwijk zijn.’
Ik schoot in de lach. ‘Grapjas. Weet wat je bedoelt. De Mariagrot bij de kerk. Jij denkt dat ze daar wel voor me zal verschijnen als ik op mijn knieën val. Net als toen met Bernadette Soubirous in Lourdes gebeurde. Mooi niet.’
‘Nee sukkel. Niet de Mariagrot. De Vrije Markt, dáár moet je zijn!’
Natuurlijk. Dat ik daar niet eerder aan had gedacht.
Dus op een druilerige zaterdag toog ik naar Katwijk en liet me, na betaling van tweeënhalve euro, meevoeren in de bonte mensenmassa die in een immens grote hal langs de kramen trok. Op zoek naar koopjes, hunkerend naar gezelligheid.
Ik keek mijn ogen uit. Ook mijn andere zintuigen kwamen niets tekort. Het rook er naar zolder, patat en Bockwurst. Op het horecaplein jankten Nederlandstalige smartlappen en Duitse schlagers en al die oude typemachines, Dinky Toys en elpees schreeuwden om betast te worden.
Alle kramen bekeken, alle gangen doorkruist, maar de Maria die ik zocht liet zich niet zien. Toch kan ik niet zeggen dat ik teleurgesteld huiswaarts keerde. Ik had immers de Vrije Markt bezocht. ’s Nachts in bed rook ik het nog.
De Vrije Markt heeft zijn langste tijd gehad, las ik gisteren in de krant. Marktplaats.nl en corona hebben samengespannen tegen de mega vlooienmarkt en nu is de loop eruit. Beetje zonde wel. De wereld wordt er een tikkeltje saaier door.
Dat Mariabeeld, dat ik even nodig had voor een promotiefilmpje voor mijn roman, heb ik uiteindelijk toch gevonden. In Ottersum natuurlijk, bij Maria Roepaen.
Foto: Ed van Alem