Scènes

Cuijk moet wat dieper in de buidel tasten om te voorkomen dat de schouwburg omvalt. 130.000 euro extra subsidie is nodig omdat het theater vanwege het virus in maart de deuren voortijdig moest sluiten.
‘Pien geld’, zou mijn moeder hebben gezegd. Pijn geld, voor een onvoorziene uitgave waarvoor ze het vakje ‘diversen’ van de Brabantia huishoudspaarpot moest leegmaken. Geld waarvan ze had gehoopt dat ze het deze maand zou hebben over gehouden. Voor een nieuw paar schoenen.
Gelukkig voor Cuijk eindigt over anderhalf jaar de subsidielast. Dan wordt de pijn voortaan gedeeld met de andere drie, als ze samen als Land van Cuijk verdergaan. Lijkt me voor sommige bestuurders een prettig vooruitzicht.
In september gaat het nieuwe theaterseizoen toch van start. Coronaproof, zo wordt ons beloofd. Met slechts 170 bezoekers in plaats van 630. Zal wel voelen als een te ruime jas. Zodra het zaallicht dooft, merk je dat niet meer. Tenzij de scène op het toneel tegenvalt, hè. Dan ga je uit verveling om je heen kijken.
Maar hoe gaat dat in zijn werk als we binnen komen? Eerst vijf vragen beantwoorden en vervolgens een thermometerpistool op je voorhoofd, net als bij de tandarts? En wat als iemand vóór je in de rij verhoging blijkt te hebben? Consternatie, dat spreekt vanzelf.
‘Sorry mevrouw, 38 vijf, ik mag u niet toelaten.’
‘Wát? Dat ding van u is niet goed. Nóg eens.’
‘Kijk zelf maar, wéér 38 vijf. U hebt koorts.’
‘Ach welnee, die temperatuur is bij mij zo wisselend. Het is de overgang. Ik had net nog een opvlieger. Toe beste man, opzij. Hier is mijn kaartje.’
Scènes bij de voordeur van het theater. Mooier kun je het niet krijgen. Ik smul er nu al van. Wat duurt september nog lang.