Brabants bont

Dat mondkapje bedrukt met de Brabantse vlag – gisteren in deze krant te zien voor de mond van scheidend commissaris der koning Wim van de Donk – is een dappere poging de rest van Nederland te willen doen geloven dat in Brabant alles nog bij het oude is. Brabants bont staat voor zachte g en gezelligheid, voor levenslust en laat maar waaien.
Dus je knipt een tafelkleed van Brabants bont in stukken, naait er een lapje van dat je voor je neus en mond bindt, stapt de bus in en denkt dat iedereen denkt: leuk, daar heb je zo’n gezellige Brabander. Uit de provincie waar het leven nog goed is.
Maar het leven is allang niet meer goed in Brabant. De lucht bevat concentraties ammoniak, stikstof en fijnstof die tot de hoogste van Nederland behoren, die je letterlijk aan het huilen maken. Eigenlijk zouden Brabanders niet alleen in tijden van corona, maar altíjd een mondkapje moeten dragen. Ziektes als Q-koorts en covid-19 vinden er meer dan gemiddeld een vruchtbare bodem. De afgelopen maanden draaiden begrafenisondernemers overuren en elke woensdagavond klepperden de Brabantse kerkklokken hun onmacht uit over de bevolking.
Sinds deze week heeft Brabant weer een dagelijks bestuur. Een college dat wordt meebestuurd door een partij die de klimaatverandering door fossiele brandstoffen bagatelliseert en een bovengemiddelde aantrekkingskracht heeft op neo-fascisten en antisemieten. Een college dat de cultuur in Brabant – het land van Jeroen Bosch en Vincent van Gogh, van Hans Teeuwen en Guido Weijers – afdoet als louter vrijetijdsbesteding en volgend jaar vakkundig naar de kloten gaat helpen door er rücksichtslos op te bezuinigen.
Dat mondkapje is hard nodig. Als schaamlap.