Ook op 5 mei 1945 nog geen groen licht

Aflevering 35 (slot) van Bevrijding Stap Voor Stap

Het is zondag 29 april 1945 als Truus Peters uit Ven-Zelderheide, geëvacueerd in Uithoorn, in haar dagboek noteert dat ze die ochtend naar de heilige mis in de plaatselijke kerk is geweest. Ze noemt het een echte ‘bedelparochie’: er wordt maar liefst drie keer gecollecteerd tijdens de mis en voor de zitplaats moet ook nog eens vijf cent worden betaald. De dagen erna ziet ze vliegtuigen overkomen. Geen bommenwerpers, maar machines die, net als in de weken daarvoor, brood uitwerpen boven Rotterdam, Den Haag en Leiden. Ze schrijft echter ook dat de capitulatie van Hitler-Duitsland vast niet lang meer zal duren.
Ze heeft gelijk: de laatste week van de bezetting is ingegaan. Maar een snelle terugkeer naar Noord-Limburg zit er nog niet in. Ze moet nog even geduld hebben.
Dat geldt ook voor Diny van Abel (26) uit Gennep die in Oenkerk, Friesland, de bevrijding afwacht. Haar vader heeft de afgelopen dagen geprobeerd in Gennep te komen, maar dat is hem niet gelukt. Verder dan Deventer kwam hij niet.
Op 1 mei hoort ze dat Hitler dood is; hij heeft zelfmoord gepleegd in zijn bunker in Berlijn. Maar nog steeds geen groen licht voor de terugkeer naar Noord-Limburg. Om de tijd te doden, heeft ze met andere evacués een toneelstuk ingestudeerd. Dat wordt twee keer opgevoerd op zaterdag 5 mei. Het is een groot succes, maar beter dan het applaus is het nieuws dat die avond doorsijpelt in Friesland: Duitsland geeft zich over, de oorlog is voorbij…
Kunnen ze nu eindelijk naar huis? Nog niet. Het is chaos, er is geen vervoer, het kan nog onveilig zijn onderweg. Het geduld van de Gennepse familie wordt zwaar op de proef gesteld. Eindelijk, op zondag 27 mei, na een doorwaakte nacht, mag Diny haar bagage oppakken en met de rest van de familie in een auto stappen, op weg naar Noord-Limburg.
Het is een lange reis door het oosten van Nederland, waarin ze onder meer colonnes ziet met Duitse krijgsgevangenen. De auto rijdt door Arnhem, een kapotgeschoten stad. Vervolgens door Nijmegen, dat er al even treurig uitziet. Rond een uur of drie is er een stop in Mook, daar worden koppen soep uitgedeeld en de mannen worden getrakteerd op sigaretten. Om vier rijden ze ten slotte het zwaar beschadigde Gennep binnen. ‘Wat is het kapot overal. Niet om aan te zien (…) het ziet er in huis dieptreurig uit. Je zou zo weer gaan lopen… (…) Om 11 uur gaan we naar bed. Allemaal bijeengeraapt spul. We zijn doodarm.’
Gennep is inderdaad zwaar getroffen. Van het totaal aantal woningen, 714, zijn er 62 volledig vernield, 111 zwaar beschadigd en 511 licht beschadigd. Slechts 30 huizen hebben geen schrammetje opgelopen tijdens de gevechten in februari.
Niet alleen de ruïnes en zwaar beschadigde gevels getuigen van de zware strijd die om het stadje is gevoerd. Op tientallen plaatsen, in bermen en tuinen, staan kruizen in de grond gestoken, met daarop de namen van gesneuvelde militairen. Ten minste 30 Duitse en 49 geallieerde soldaten lieten in februari in Gennep het leven.

Bij de foto: Verwoeste gevels in de Zandstraat in Gennep.

Geraadpleegde bronnen:

  • dagboek Diny van Abel
  • dagboek Truus Peters
  • Vrede Vrijheid Vriendschap Operatie Veritable, 2015, gemeente Gennep