Veerbaas wil maar mag nog niet naar huis

Aflevering 34 van Bevrijding Stap Voor Stap

Eind april, begin mei 1945 belandt er een briefje op het bureau van waarnemend burgemeester Hutten van Boxmeer. Hij kent de afzender, natuurlijk, wie kent hem niet? Het briefje is ondertekend door J. Beckers, de veerbaas van het Groot Veer, de oeververbinding tussen Boxmeer en Heijen.
Anders dan andere Boxmerenaren is de veerbaas in de herfst van 1944 niet geëvacueerd. Op 26 september, de dag waarop Britse militairen het dorp binnenreden en de Duitsers het hazenpad kozen, is Beckers door ‘de moffen’, zoals hij het zelf schrijft, meegevoerd. De waarnemend burgemeester zal hebben opgekeken van het teken van leven van de veerbaas van wie al maanden niets vernomen is.
Beckers schrijft dat hij (en vermoedelijk een deel van zijn gezin want hij heeft het over ‘wij’) zich in Ede bevindt. De brief is door hem op 25 april verzonden, zo heeft hij in een hoekje van de brief gekrabbeld. Omdat de posterijen hun werk nog niet overal kunnen doen, heeft hij de brief meegegeven aan een in Nijmegen gelegerde ‘Tommy’ – een Engelse soldaat. In de hoop dat de brief via-via wel in Boxmeer zal belanden.
Hoe hij in Ede verzeild is geraakt, zal hij bij gelegenheid wel uit de doeken doen. Hij schrijft dat vorige week de Tommies Ede hebben bevrijd, maar dat ze hem niet terug laten gaan naar Boxmeer. Alle rivierovergangen zijn nog afgesloten. Hij komt de Rijn, de Waal en de Maas niet over zonder pasje. Civil Affairs, de afdeling van de geallieerde strijdkrachten die zich om de burgers bekommerd, wil hem wel zo’n pasje geven, maar dan moet hij kunnen bewijzen dat hij degene ís waarvoor hij zich uitgeeft en dat zijn terugkeer, als veerman, gewenst is. Of de burgemeester zo vriendelijk wil zijn een verklaring af te geven.
Voorlopig is er voor de veerman in Boxmeer weinig uit te richten. Het veerhuis wordt in een ‘war diary’ een ‘wrecked house’ genoemd. Een ruïne inderdaad, daar is niets aan gelogen. Nadat ze Beckers hebben weggevoerd, hebben ze het afgelegen huis in brand gestoken. En de veerpont opgeblazen. Twee maanden geleden, op 24 januari 1945, is het veerhuis nog het decor geweest van een militaire operatie. Tanks van de geallieerden hebben in het toen besneeuwde landschap een Duits bruggenhoofd opgerold en daarbij weinig zuinig omgesprongen met mortieren en granaten. Het veerhuis is van de gemeente, Beckers is pachter van de veerverbinding. Er is trouwens nóg iets van de gemeente: het kunstbeen van de veerbaas. Beckers heeft maar één been. Dankzij de gemeentelijke prothese kan hij zijn werk toch doen. Na de oorlog zal de gemeente het veerhuis laten herbouwen en er komt een nieuwe pont. Die zal 37.397 gulden gaan kosten (staat gelijk aan 190.000 euro in 2020). Gelukkig is er al een tijdelijke oeververbinding, in Oeffelt. Ook daar is het veer vernield en de spoorbrug, op 18 september 1944, door de Duitsers opgeblazen. Na de bevrijding van Gennep heeft de Britse genie in ‘no time’ een pontonbrug aangelegd. Vervolgens is over de pijlers van de vernielde spoorbrug een noodspoorbrug gebouwd. In slechts 33 dagen. Als de Maas niet uit zijn oevers was getreden, was het werk nog eerder klaar geweest. Sinds 1 april kunnen er weer treinen rijden tussen Brabant en Noord-Limburg. (Met dank aan Jan Tunnissen)

Bij de foto: De noodspoorbrug tussen Oeffelt en Gennep in aanbouw, maart 1945. Foto uit ‘De Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg Maatschappij’

Geraadpleegde bronnen:

  • De Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg Maatschappij’, 2008, Vincent Freriks en Hans Schlieper
  • Tot Frontgebied Verklaard, 2019, Guido Siebers en Geurt Franzen
  • Archief gemeentebestuur Boxmeer