Mag het weer mooi zijn?

Of een gebouw of kunstwerk oogstrelend was, werd in de eeuw die achter ons ligt niet zo belangrijk gevonden. Schoonheid werd zo goed als geheel verbannen uit kunst en architectuur. Gebouwen moesten functioneel zijn, kunst moest je aan het denken zetten. Het is tijd voor eerherstel, vindt de New Yorkse designer Stefan Sagmeister. We zijn voorgeprogrammeerd om schoonheid te herkennen en te waarderen. En we worden er betere mensen van. 

Dit artikel is eerder verschenen in het zaterdagmagazine FD Persoonlijk van het Financieele Dagblad van zaterdag 28 maart 2020

In de New Yorkse wijk Brooklyn ligt een viaduct zoals er zoveel zijn in de wereld. Op de rijbaan bovenop is weinig aan te merken. Maar net als bij veel viaducten is de onderkant niet om aan te zien. Een smerige, winderige, betonnen tunnel, waar het stinkt naar pis. Een verdwaalde passant maakt dat hij wegkomt. 

Tenminste, tot voor kort. Inmiddels is het er druk. Het ene na het andere bruidspaar meldt zich in het tunneltje, nu de wanden zijn aangepakt door de New Yorkse topdesigner Stefan Sagmeister (1962) De treurige plek is getransformeerd in een fleurige, aantrekkelijke locatie. Op de gestippelde wand is in een krullerig, megagroot lettertype het woord ‘yes’ gekalligrafeerd. Een perfect decor voor trouwfoto’s.

Sagmeister laat het niet bij het beschilderen van spuuglelijke tunnels. De designgoeroe is een krachtig pleitbezorger geworden voor de herwaardering van schoonheid. Niet alleen in zijn eigen vakgebied, design, maar ook in architectuur en kunst. Geef schoonheid een kans, zegt hij. Want de mens is geprogrammeerd om schoonheid te ervaren en te waarderen. Schoonheid beïnvloedt ons dagelijks leven, prikkelt onze zintuigen en maakt ons volgens Sagmeister zelfs tot betere mensen. In het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg stelde hij samen met collega Jessica Walsh (1986) een interactieve tentoonstelling samen. Daarin laat het duo de bezoeker ervaren wat schoonheid is. De expositie vormt een hartstochtelijk pleidooi voor eerherstel van schoonheid. 

Schoonheid verdween begin vorige eeuw in het statisch archief van de kunstgeschiedenis. In de architectuur was het de Amerikaanse bouwmeester Louis Sullivan (1856-1924) die met zijn credo ‘form follows function’ de aanzet gaf tot de devaluatie. Een gebouw moet eerst en vooral functioneel zijn, zo kun je zijn motto uitleggen. Versiering is ballast, wees spaarzaam met ornamenten. Architecten na hem legden zijn stelling veel strikter uit en dat leidde uiteindelijk tot de naoorlogse bouw van staal en beton, tot grijze woonkazernes waarvan de meeste alweer zijn afgebroken, tot winderige winkelcentra die niet van elkaar te onderscheiden zijn en tot enge tunnelviaducten, broedplaatsen van crimineel gedrag. In de beeldende kunst deed Marchel Duchamp (1887-1968) als een van de eersten een poging om schoonheid te elimineren. Zijn beroemde urinoir uit 1917 – ‘Fountain’ geheten, dat werd geweigerd op een expositie, inmiddels wordt betwist of Duchamp zelf de indiener was – heeft de beeldende kunst ingrijpend veranderd. Tegelijk met de acceptatie van een urinoir als object van kunst, werd het begrip schoonheid doorgespoeld. Bijna honderd jaar later, in 2004, werd de porseleinen pisbak uitgeroepen tot ‘het meest invloedrijke moderne kunstwerk ooit’. In de decennia die volgden na 1917, transformeerde de beeldende kunst van een verlangen de ander esthetisch te behagen tot een verlangen om de kijker in verwarring te brengen. 

Waarom we weer naar mooie dingen moeten kijken? Omdat de mensheid niet zonder kán, zegt Sagmeister. Omdat het kunnen ervaren van schoonheid een universele kracht is die in ieder mens verscholen ligt. De mens is gevoelig voor een omgeving die met zorg en gevoel voor schoonheid wordt ingericht. Smaakvolle objecten verbeteren onze stemming.

Maar schoonheid is toch een puur individuele ervaring? Wat de één mooi vindt, kan de ander toch spuuglelijk vinden? En zijn het geen goedkope kunstjes – krullen en tierelantijntjes – die worden toegepast om een voorwerp schoonheid mee te geven? 

Het blijkt niet zo te zijn. Dat je een object mooi kunt vinden, maakt deel uit van de kern van mens-zijn. En esthetische voorkeuren zijn veel minder subjectief dan wel wordt beweerd. Laten we schoonheid definiëren als het verschijnsel dat we iets prettig vinden om naar te kijken. Vanwege de kleur, de vorm of de onderlinge verhoudingen van de elementen. En dan blijkt het gros van de mensheid dezelfde zaken mooi te vinden. Die algehele waardering is ook niet cultuurgebonden, maar van alle tijden en van alle windstreken. 

Naast balans, helderheid en verhouding is symmetrie heel bepalend voor de visuele aantrekkingskracht. Hoe vervelend ook voor wie een middelmatig gezicht heeft, het symmetrisch gezicht van een topmodel zonder diploma brengt haar verder in de sollicitatieprocedure dan een gemiddelde sterveling mèt. Wordt ons op school geleerd dat een symmetrisch gezicht mooier is? Nee, onze voorliefde blijkt voorgeprogrammeerd en is zo oud als de mensheid zelf. Onze vroegste voorouders slepen stenen om tot handwerktuigen. Waarom maakten ze die symmetrisch, vroegen wetenschappers zich af. Een andere verklaring dan dat symmetrische werktuigen er aantrekkelijker uitzagen, hebben ze niet gevonden. Misschien steeg de maker of bezitter van het mooiste werktuig wel in aanzien binnen de groep. In de eeuwen die volgden was symmetrie niet meer weg te denken. Van piramides tot Eiffeltoren. 

De bron van symmetrie, maar ook van herhalende patronen en opvallend kleurgebruik, ligt in de natuur. De gulden snede, veelvuldig toegepast in architectuur, fotografie en schilderkunst, vinden we terug in de spiraalvormige kern van een zonnebloem. Een pauwhen kiest de pauwhaan met de kleurigste veren, die het mannetjesdier in volmaakte symmetrie als een waaier uitstrekt. Ook bij de mens speelt schoonheid een grote rol bij de partnerkeuze. Vraag het maar aan boer Geert bij Boer Zoekt Vrouw.

Wetenschappers hebben dat oergevoel voor schoonheid inmiddels op verschillende manieren aangetoond. De Britse hoogleraar Chris McManus liet zijn studenten een weinig bekend schilderij van Mondriaan zien naast een licht aangepaste kopie. We weten dat Mondriaan zijn vakjes en lijntjes niet willekeurig aanbracht, maar volgens een uitgedachte structuur. 85 procent van zijn studenten wees het originele schilderij aan. Het experiment is op verschillende plekken in de wereld herhaald met vergelijkbare resultaten. 

Zelfs als het menselijk brein aan het eind van zijn Latijn is, kan het schoonheid nog van lelijkheid onderscheiden. Alzheimerpatiënten in Wenen, die hun eigen kinderen niet meer herkenden, legden tien foto’s van kunstwerken op volgorde van lelijk naar mooi. Veertien dagen later, toen ze hun kunstje allang vergeten waren, legden ze bij herhaling van het experiment de foto’s in exact dezelfde volgorde.

Sagmeister transformeerde met een paar potten verf een naar urine ruikende no go area in een populair fotodecor. Edi Rama, de burgemeester van de Albanese hoofdstad Tirana, had na de omwenteling geen geld om de armzalige, in communistische stijl opgetrokken wijken op te knappen. Ook hij liet een legertje schilders op komen draven. Ze toverden de grijze gevels om in een veelkleurig decor waar vormgevers van de Efteling jaloers op kunnen zijn. Niet alleen daalde de criminaliteit met sprongen, de bereidheid van de bewoners om belasting te betalen ging ook omhoog. Zijn collega van Rio de Janeiro deed in verpauperde wijken iets vergelijkbaars, met hetzelfde effect. De burgemeester van Sao Paulo verbood alle schreeuwende reclames in zijn stad. Een onverwacht gevolg: de burgers deponeerden voortaan hun afval in de prullenbakken en niet meer zomaar op de stoep…

De tentoonstelling ‘Sagmeister & Walsh, Beauty’ in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg, is nog te zien tot 26 april 2020. www.mkg-hamburg.de [correctie: vanwege Corona zijn de musea gesloten]

Foto: Stefan Sagmeister & Jessica Walsh, Yes!, subway, Brooklyn-Queens Expressway, 2016  Foto: Maggie Winters Gaudaen for Pop! Wed Co.