Uitroepteken

Het was druk in het Sint Tunnisse bos, kopte deze krant maandag. Met een gezellige foto, van fietsers breed uitwaaierend over het pad. Mensen die, verleid door de lentezon, even de sores, die dezer dagen zo zwaar op ieders schouders drukt, van zich aftrapten. In de regels die de foto begeleidden, kwam een boswachter aan het woord die de euvele moed had ouders te prijzen die hun kinderen mee naar het bos hadden genomen. Oei.
De vingertjes lieten niet lang op zich wachten.
De vingertjes van de zelfbenoemde missionarissen die het nodig vinden anderen, bij voorkeur via social media, de les te lezen. Missionarissen die zich dit voorjaar, een bijzonder voorjaar vanwege het vroege stuifmeel én een tot voor kort onbekend virus, verlustigen in het kapittelen van de ander. De ander krijgt altijd de schuld. Met uitroeptekens, heel veel uitroeptekens.
Natuurlijk krijgt die boswachter een veeg uit de pan op social media. Dat het arme mens ook vindt dat het minder verstandig is om met zijn allen op een kluitje te gaan zitten, nu het Coronavirus rondwaart, dát lezen de betweters niet. Want komt ze niet uit.
Ik word een beetje ziek van al die uitroeptekens. Terwijl ziek worden juist níet de bedoeling is. De uitroeptekens van bestuurders, en die van lui die ervoor doorgeleerd hebben, die wil ik nog wel accepteren. Ook al staan ze soms achter geboden waar ik eerder een vraagteken bij verwacht. Die van het Gronings ziekenhuis bijvoorbeeld: stuur geen kaartjes naar onze patiënten! Corona wordt ook op papier verspreid!
Dus geen kaartjes meer naar de doodzieke medemens. Maar doodgewone medemens die niet voor dokter heeft doorgeleerd, wil je stoppen met de ander de les te lezen?

Foto: Ed van Alem