Bus

Naast de ingang van het museum in Hamburg stond de Duschbus. Eerst dacht ik dat het een luxe touringcar was waarmee welgestelde stedelingen naar de Costa Brava reden. Dat ze onderweg het zweet en het stof van de reis van zich af konden douchen. Toen las ik het plakkaat: ‘Waschen ist Würde. Ook daklozen hebben recht op een fris lichaam.’ Ik had er al tientallen gezien in de Duitse stad; de één stak zijn hand nog gretiger naar me uit dan de andere. Zelf kwam ik handen te kort om naar kleingeld te graaien. Vreemde paradox: hoe rijker de stad, des te groter de schare bedelaars.
Wekelijks staat de Duschbus op een centrale plek. Daklozen kunnen er gratis douchen. Even later kwam er een busje naast staan. Daaruit werden grote kommen soep geserveerd; een haveloos type zocht in de achterbak naar nieuwe tweedehands kleren. Hamburgse zwervers hebben behalve schone handen ook frisse kleren.
Met busjes breien we recht wat krom is in onze samenleving. Is dat goed? Sommigen zeggen dat zo’n busje het probleem van dak- en thuislozen niet oplost. Is het een probleem?
Bij ons rijden vrijwilligers in de buurtbus. Zonder dat busje komen sommigen het dorp niet meer uit. En wat te denken van het busje van Norbertushof in Gennep? Het uitgebrande exemplaar wordt gelukkig, dankzij een bijdrage uit de gemeentekas, vervangen. Het busje vergroot de toch al zo klein geworden wereld van de Gennepse senioren. Ik zie nog de verrukte blik op het gezicht van mijn schoonmoeder, die, toen zij in Norbertushof woonde, eindelijk haar broer uit Oss weer eens kon zien. Hij stapte met een al even verrukt gezicht uit dat busje.
ad er dan niemand anders kunnen rijden? Hou toch op met al die vragen.