Front in de sneeuw en een Duitse liefdesbrief

Aflevering 19 van Bevrijding Stap Voor Stap

Ze hebben een liefdesbrief gevonden. Een liefdesbrief aan het front, groter kan het contrast bijna niet zijn. De brief zat in de binnenzak van het uniform van een Duitse soldaat die op 1 januari tegen een Canadese kogel is aangelopen. Waarom blijf je ook niet op je eigen helft, waarom steek je bij dit vreselijke weer de Maas over om te komen spioneren bij de Canadezen die het Land van Cuijk controleren? Eigen schuld, dikke bult. En toch is het triest, zo’n brief van een meisje op het lichaam van een dode soldaat. Aan welke kant je ook vecht, geen enkele soldaat die zo’n brief van thuis niet koestert en herleest, weggedoken in de loopgraaf, als de kogels over je hoofd vliegen en je hoopt dat die van jou er vandaag nog niet bij zit…
De Duitse soldaat stierf in Beugen, op Nieuwjaarsdag. Ze waren met zijn vijven, werden ontdekt door de Canadezen van Observatiepost ‘Sandy’ en toen de mannen die opdoken uit het niets het wachtwoord niet wisten, werd het vuur geopend. Drie gevlucht, één liep vast in een mijnenveld waar ie pas twee weken later zal worden gevonden en de vijfde is die soldaat met die brief. Het hoofdkwartier van de Canadezen is meer geïnteresseerd in de envelop. Daarop staat het nummer van de Duitse veldpost en daaraan valt af te leiden welke eenheid waar is gelegerd. T. Keltz, zo heet de soldaat. Hij komt uit Crailsheim, Baden-Wurttemberg. Bij de Maasdijk aan de Hagelkruisstraat hebben ze hem snel begraven.
De winter van 1944/1945 is een ouderwetse. Dat betekent heel veel kou en heel veel sneeuw. Op 8 januari begint het te sneeuwen en de sneeuwval duurt dagenlang. Sneeuw aan het front is een vijand die moeilijk te bevechten is. Je komt moeilijk vooruit, of het nu in een voertuig is of te voet. Je laat altijd sporen na. En in je soldatenuniform ben je ineens een wandelende schietschijf. Er zijn natuurlijk wel camouflagepakken, spierwitte uniformen. Maar hoe gaat dat, in zo’n oorlog. Net wanneer je ze nodig hebt, liggen ze nog in een magazijn of zijn ze door een andere eenheid eerder besteld. Een squadron van het 8e Reconnaissance Regiment van de Canadezen, dat rondom Oeffelt het Maasgebied in de gaten moet houden, heeft vier sneeuwpakken gekregen. Maar de mannen patrouilleren met zijn achten. Goede raad is duur. Toch maar in kleine groepen wacht gaan lopen, met het risico dat een overmacht de groep in de pan hakt? Eén van de Canadezen ziet er de humor wel van in. Omdat elk pak uit twee onderdelen bestaat, een broek en een jas, stelt hij voor die delen van de camouflagepakken over de acht man van de patrouille te verdelen. Als de mannen zijn uitgelachen, besluiten ze dat toch maar in de praktijk te brengen. Earl Wrightman neemt deel aan zo’n merkwaardige patrouilletocht: ‘Als ik om me heen keek, zag ik een paar donkere benen, zonder bovenlichaam. Nog spookachtiger was een bovenlichaam dat zonder benen door het landschap leek te zweven. We konden er hartelijk om lachen. En we bedachten dat als we door de Duitsers zouden worden opgemerkt, dat we misschien het geluk zouden hebben dat ze er doodsbang vandoor zouden gaan…’

Bij de foto: Canadese militairen in camouflagepakken in de sneeuw, januari 1945, Berg en Dal. Foto: Barney J. Gloster

Geraadpleegde bronnen:

  • Tot frontgebied verklaard (2019), Guido Siebers & Geurt Franzen