Een komen en gaan van geallieerden

Aflevering 10 van Bevrijding Stap Voor Stap.

Deze week was de kerktoren van Oeffelt aan de beurt. Dinsdag (7 november 1944) was een springploeg van de Duitsers van de overkant van de Maas naar ‘bevrijd’ gebied gekomen. Het dynamiet deed zijn werk: de toren werd opgeblazen. Weer een uitkijkpost minder voor de geallieerden.
Je kunt zeggen wat je wil, maar de Duitsers hebben wel lef. In het donker in een rubberboot de rivier overvaren, door weilanden baggeren waar mijnen kunnen liggen en de pech hebben tegen een patrouille van de Engelsen op te lopen. Hoewel… de geallieerden trekken zich, zodra het donker wordt, veilig terug achter de spoorlijn.
Aan de geallieerde kant is het een komen en gaan. Steeds weer andere uniformen, een andere tongval. Eenheden wisselen elkaar af, soms zijn het verkenners, dan weer voetvolk, dan weer bedieners van kanonnen, artilleristen.
Zondag 5 november werd Mill overspoeld door militairen toen zich weer een nieuwe eenheid meldde. Het zijn de mannen van het Britse 63e Anti Tank Regiment. Meer dan vierhonderd soldaten. Waar laat je die? Niet in de kou en regen natuurlijk. Vooral niet in november. Het schijnt de natste november van de eeuw te zijn; de hemelsluizen staan open en lijken niet meer dicht te willen.
In Mill hebben ze toch plek voor al die jongens gevonden. Het hoofdkwartier van het regiment is in een aantal barakken neergestreken. Ook kasteel Aldendriel biedt onderdak. Twee scholen liggen ook vol met militairen: een school in Langenboom en de lagere school in Mill zelf. Het regiment sleepte zware kanonnen met zich mee en heeft tankjagers.
Een dag later maakten de Royal Dragoons hun opwachting. Dat zijn doorgewinterde vechtjassen. Ze hebben gevochten in de woestijn van Noord-Afrika. Aangezien Haps al vol zat, hebben de ‘Royals’ Sint Anthonis als basis gekozen. Ze komen de dorpen op de westoever controleren zodat de vijand niet in de verleiding komt dit gebied terug te veroveren.
Bij een eerste patrouille liepen ze een Duitser tegen het lijf die zonder mankeren zijn handen in de lucht gooide. Een korporaal die gedeserteerd is. Hij heeft mot gehad met een van de officieren en dacht: jullie kunnen me wat, ik ga naar de overkant en geef me over. Ze hebben hem verhoord. Hij vertelde dat de Duitsers zich op de oostelijke oever aan het ingraven zijn. Ze hebben een stelsel van loopgraven aangelegd en antitankgrachten gegraven. De Duitsers verwachten een aanval van de geallieerden.
Eigenlijk zit iedereen daarop te wachten. Dat de Engelsen hun zwaarste geschut in zetten en de Duitsers uit Afferden, Heijen en Gennep verjagen. Zodat hier iedereen eindelijk kan zeggen: nu zijn we écht vrij. Maar ook al zijn er nieuwe militairen gekomen, niets wijst op een grote aanval. Het weer is er ook niet naar. Regen, kou en overal modder, waarin voertuigen wegzakken en soldatenlaarzen in blijven steken.
Er wordt zelfs gefluisterd dat deze situatie nog wel een poosje zal voortduren. Dat ze gewoon wachten totdat de winter voorbij is. Er wordt zelfs gefluisterd dat iedereen geëvacueerd gaat worden…

Bij de foto: In Haps bivakkerende militairen gaan met Hapsenaren op de foto. Foto uit: Oud Haps op de foto, deel 2.

Geraadpleegde bronnen:

  • Brabants Historisch Informatie Centrum
  • Arts, Theo Czn. en Pierre Arts Jzn, Oud Haps op de foto, deel 2.
  • War diary van The Royal Dragoons, november 1944
  • War diary van het 63e Anti Tank Regiment, november 1944