Kanarie

Dwarskijker zaterdag 26 oktober 2019

Er vloog een kanarie door de zaal van Riche toen ik van de week te gast was bij de Boxmeerse sociëteit. Dat is een gerespecteerd gezelschap dat wekelijks bij elkaar komt voor een gezellige kout. En voor een goed glas, denk ik. Zes schrijvers, onder wie ik-zei-de-gek, mochten vertellen over hun passie en vervolgens een stukje voordragen.
De kanarie kwam aangevlogen toen Antoinette Versteegen een column voorlas. Iedereen hing aan haar lippen, zodat niemand, behalve ik, zag hoe de kanarie naar binnen vloog. Een ober had de deur niet goed achter zich gesloten. Het vogeltje cirkelde even door de zaal, vloog toen naar het spreekgestoelte en landde zachtjes op een schouder van de columniste. Ze had het niet door, gevangen in haar eigen verhaal.
Antoinette vertelde dat ze geboren en getogen was in ‘de Bouw’. Een vooroorlogse wijk, de eerste sociale woningbouw in Boxmeer. Volgend jaar bestaat de wijk honderd jaar. Ze vertelde dat de wijk in haar jeugd als een achterbuurt werd beschouwd. Dat ze haar afkomst ooit verloochende, maar nu haar roots koestert als een geus zijn zeilschip.
De kanarie bracht me terug naar de winter van ’69. Toen ik twee soorten vriendjes had: enkele uit de villawijk en een stuk of twee, stiekem, van ‘de Bouw’. Ik lag met een hersenschudding op bed en van buiten klonk het geluid van schaatsers die plezier hadden op een ondergelopen, bevroren weiland.
De vriendjes van de villawijk moesten schaatsen. Jos en Huub van ‘de Bouw’ kwamen aan mijn bed zitten. Brachten een kanarie in een kooi.
Toen Antoinette uitgesproken was, schrok het vogeltje van het applaus. Het beestje fladderde op en verdween. Er bleef een veertje achter, maar niemand die het zag.