Abrupt einde aan dagboek wijkzuster

Aflevering 8 van Bevrijding Stap Voor Stap

Ze zeggen dat de beste mensen het eerst gaan. Rie Bloem was een best mens. Wie kende haar niet? Hoe de wijkzuster op de fiets het Land van Cuijk doorkruiste, dat was een aardigheid om te zien. Dat verpleegsterskapje op haar hoofd verklapte haar al van verre.
In haar agenda hield ze niet alleen bij wat ze die dag allemaal had gedaan. Vanaf het moment dat de Engelsen kwamen, schreef ze ’s avonds ook op hoe de bevrijding verliep, wie het slachtoffer was geworden van een granaat en al die andere ellende. Ze had de ogen niet in haar zak.
Zondagavond (22 oktober 1944) zette ze zich voor het laatst aan het schrijven van een dagboeknotitie. Dat wist ze zelf niet, dat het haar laatste aantekening zou zijn. De volgende dag werd ze zelf slachtoffer.
Hoe zou ze haar eigen dood hebben opgeschreven? Misschien wel net zo kernachtig als ze andere ernstige gebeurtenissen meldde: Zaterdag 7 oktober: Thissen op mijn gereden in Sambeek.
De wijkzuster kwam niet uit deze buurt. Ze was van Monnickendam. Maar ze kreeg snel het vertrouwen van de mensen in het Land van Cuijk. In 1941 haalde dokter Horbach uit Boxmeer haar hiernaartoe. Vooral de tuberculose (tbc) tierde hier toen nog welig. Ze moest consultatiebureaus opzetten voor het Wit-Gele Kruis en dat deed ze met verve. Op de scholen introduceerde ze het krasje van Pirquet. Je weet wel, dan krabben ze een klein beetje tuberculine in je huid. Als het na een paar dagen rood wordt, ben je de sigaar. Maar dan zijn ze er wel vroeg bij. Zuster Bloem zette ook moedercursussen op. Daar leerden aanstaande moeders over hygiëne, om kindersterfte te voorkomen.
Rie Bloem deed net alsof de granaten die de Duitsers op het Land van Cuijk afschieten haar niet konden deren. Dapper en onvermoeibaar leek ze. Op haar fietsje van dorp naar dorp. Angst kende ze niet. Ze was ook een tikkeltje eigenwijs. Ik ben niet van plan met een Roode Kruisband om te gaan loopen, als die anderen, schreef ze. Dat de vroedvrouw een veiliger heenkomen zocht, ver weg van Boxmeer, daar begreep ze niets van: Waar moet het heen als iedereen vergeet, dat hij zijn plicht te doen heeft.
De geallieerde soldaten konden het goed met de wijkzuster vinden. Ze kreeg veel van ze gedaan. Een lift krijgen van de soldaten was nooit een probleem: De Tommies brachten mij keurig thuis en hebben een kopje thee met ons gedronken, schreef ze op 17 oktober. Soms was de belangstelling wat groter: Eén vent flirtte steeds.
Helpen met het evacuëren van ouden-van-dagen en patiënten werd haar noodlottig. Ze was al een paar dagen in Venray in de weer. Daar zijn meer dan driehonderd doden gevallen en de mensen moesten geëvacueerd. Ze hielp met het wegbrengen van de psychiatrische patiënten. Op maandagmorgen de 23e werd ze gevraagd om kapelaan Olieslagers te vergezellen. Op de Smakterheide zouden een paar gewonde mannen liggen. Een Nederlandse soldaat bracht de twee in een jeep ernaartoe. Boer Goumans aan de Smakterweg hoorde een luide knal en zag een rookwolk opstijgen. Dat was het einde van wijkzuster Bloem en haar twee metgezellen: op slag dood door een mijn.
Ze heeft een provisorisch graf met een eenvoudig kruisje: A Dutch nurse.

Bij de foto: Wijkzuster Rie Bloem en een fragment uit haar dagboek.

Geraadpleegde bronnen:

  • Cal Peters, Lang geleden (2004)
  • Dagboek M. Bloem, Niod
  • Tot Frontgebied verklaard, Geurt Franzen en Guido Siebers (2019)