Kerktorens neer en mensen op de vlucht

Aflevering 7 van Bevrijding Stap voor Stap

Eén voor één verliezen de dorpen hun gezicht. Vanaf een afstand herken je je dorp niet meer. Wat mis ik? O ja, de toren…
Geen kerktoren blijft heilig voor de Duitsers. ’s Nachts sturen ze springcommando’s de Maas over. Leggen dynamiet in die torens en blazen ze zonder pardon op. Waarom? Zijn ze jaloers op onze mooie torens? Nee. De Britten gebruiken de torens als OP’s, Observation Posts. Uitkijkposten. Kruipt zo’n Engelsman naar boven, speurt met zijn verrekijker naar de overkant van de Maas, waar de Duitse stellingen zijn. Als ie beweging ziet, geeft hij via zijn radio de positie van de vijand door aan de artillerie. En dan is het boem. Je zou zeggen: waarom bewaken de Engelsen die torens ’s nachts niet? Tja. Ze zijn met te weinig, zeggen ze. ’s Nachts trekken ze zich veilig terug achter de spoorlijn. Laten de Maasdorpen bibberend achter in Niemandsland.
De Knoeperd van Sambeek is te stevig, die kerktoren krijgen de Duitsers niet klein, ook niet na twee pogingen. Maar die van Oeffelt, Beugen en Boxmeer wel. Op 15 oktober 1944 is het de beurt aan de kerktoren van Maashees. Ook de kerk, helemaal de vernieling in.
Het Land van Cuijk mag dan een soort van bevrijd zijn, in Gennep en omgeving is het andere koek. Daar zitten de Duitsers nog stevig in het zadel. Maar de strijd wordt wel hevig. Op zondagmorgen krijgen we het te horen vanaf de preekstoel: evacueren! Waarnaartoe dan? Naar de overkant, bevrijd gebied? Nee. Duitsland in…
Op zondagavond de 15e is de eerste groep vertrokken, in de stromende regen. Zullen we toch maar hier blijven? Maandagmorgen om 10 uur een Duitse officier: over twee uur wegwezen! Vooruit dan maar. Terwijl de Duitsers al achter onze varkens aan gaan die nu vrij rondlopen, sjokken we met 1.500 man richting Hommersum. Voor een paar oudjes die echt niet meer kunnen, vinden we een bolderkar. De Duitse boeren in het grensgebied zijn niet onvriendelijk. Beseffen natuurlijk dat dit lot binnenkort ook hun deel zal zijn. We krijgen brood en appels. Het regent pijpenstelen. We willen schuilen, maar een soldaat te paard, die zegt dat ie ‘der verdammte Krieg’ ook spuugzat is, spoort ons aan verder te trekken. Doornat bereiken we Goch waar een school ons nachtverblijf is. Slapen op de grond, het lichaam van de één is hoofdkussen voor de ander. Eindelijk rust, maar dan komen de vliegtuigen. Granaten komen neer. Worden we nu gedood door het leger dat ons zou moeten bevrijden? De kelder in, tot tweemaal toe. ’s Morgens geradbraakt weer op weg. Naar Kalkar, waar warme koffie wacht en brood.
Onderweg: vliegtuigen die boven ons cirkelen. Snel, maak witte vlaggen! Zwaaien! Chaos en gehuil, maar de vliegtuigen vliegen gelukkig verder.
Na nog een doorwaakte nacht in Rees bereiken we de volgende dag, rond elf uur, de Nederlandse grens. Zachtjes neuriën we het Wilhelmus. Het gevaarlijkste deel van de reis is hopelijk achter de rug. In Gendringen melden we ons bij het evacuatiebureau.
Kunnen we hier blijven? Nee. De voettocht gaat verder. Hoogland wordt onze bestemming, dat is nog zeven dagen lopen…

Bij de foto: Ruïne van de kerk van Maashees na het oorlogsgeweld. Foto: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

Geraadpleegde bronnen:

  • Dagboek van Hendrik Thijssen uit Gennep, 1944/1945
De route die dagboekschrijver Hendrik Thijssen samen met andere Gennepse evacués heeft afgelegd.