Burgemeester

Peter de Koning is de zoveelste die het voor gezien houdt. Maandag liet de Gennepse burgemeester na de raadsvergadering een verbouwereerd gezelschap achter, na zijn mededeling dat hij stopt. Het veranderde bestuursklimaat van de afgelopen maanden maakt hem het werken onmogelijk, zei hij. Ruzie met de wethouders, het spelletje om de macht verloren, ik hoor een kapotte grammofoonplaat.
Burgemeester zijn klinkt mooi. Hier een lintje, dáár een troostrijk woord, morgen de schuttersfeesten met een schot op de vogel openen en overmorgen bloemen voor een gouden echtpaar.
Mooi niet. Het merendeel van de tijd zit je gevangen in een zaaltje met wethouders die je niet mocht uitkiezen, die door politiek handjeklap op het pluche zijn beland. Die elk een eigen agenda hebben, alleen voor het oog een gezamenlijke. Moet je een gemeenteraad in toom houden waar mores gelden waartegen die van het chimpansee-eiland van Burgers’ Zoo bleek afsteken.
Tussen 2010 en 2015 stapten 39 burgemeesters op. Bijna tien procent. Roel Ambrosius studeerde vorig jaar af aan de Tilburgse universiteit met een scriptie over die vertrekkers. Sombere conclusie: ze hadden allen het vertrek aan zichzelf te danken. Hadden aan gezag verloren door eigen, nalatig handelen.
Eén van de gevallen die hij had onderzocht was die van burgemeester Leo Schoots. De aardige man, tien jaar burgemeester van Cuijk, overleed vorige week. Hij vertrok toen de verhuizing van de schouwburg niet doorging. Een plan waar hij net iets te hard aan had getrokken. Een valkuil waar burgemeesters keer op keer in duikelen: je teveel met de inhoud bemoeien.
Houd het bij lintjes uitreiken. De enige zekerheid om er zelf ooit één te krijgen.

Foto: Ed van Alem