Verdronken na bommen van de ‘Dam Busters’

Twee brieven in een dossier uit het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC). Over een dramatisch ongeval. De eerste, van 6 juli 1943, valt op door het bijzondere briefhoofd. Het is briefpapier van de voormalige gemeente Beugen en Rijkevoort, die in 1942 bij Boxmeer werd gevoegd. Papier was schaars in de oorlog en dus werd het hergebruikt. Een streep door de oude gemeentenaam en de nieuwe erboven gedrukt. Simpel, maar doeltreffend.
In die brief vraagt de burgemeester van Boxmeer, dat was de NSB’er Marinus Stevens, aan het Gewestelijk Arbeidsbureau in Nijmegen of die officieel kan bevestigen dat drie Boxmerenaren in Duitsland om het leven zijn gekomen. De drie jongemannen waren, in het kader van de Arbeitseinsatz, de verplichte tewerkstelling in Duitsland, in het Ruhrgebied aan het werk in fabrieken.
De tweede brief, twee weken later in Boxmeer bezorgd, is van de Hauptabteilung Soziale Verwaltung uit Amsterdam. Daarin wordt bevestigd dat de drie Boxmerenaren zijn omgekomen. Maar zij niet alleen. Ook vijf mannen uit Nijmegen en twee uit Gennep is dat droeve lot beschoren geweest.
De Boxmeerse mannen zijn Henny Ankersmit (25), Toon Peters (25) en Cor van Hooft (19). De twee Gennepse slachtoffers heten Harry Daniels (22) en Jan Doors (25). De vijf kwamen om bij een Engelse aanval die het moraal van de Britten behoorlijk opvijzelde, die de mannen in de vliegtuigen die de aanval uitvoerden de titel ‘Dam Busters’ opleverden.
De Duitse oorlogsmachine draaide voor een groot deel op wapenfabrieken in het Ruhrgebied. De Britten bombardeerden de fabrieken wel, maar de Duitsers slaagden er altijd snel in die weer in bedrijf te krijgen. Daarom werd het doel verlegd. De Duitse fabrieken kregen hun stroom en koelwater voor een groot deel van een aantal stuwdammen in het Ruhrgebied. De Britten besloten die dammen te gaan bombarderen. Dat was echter een ingewikkelde operatie want ze werden goed bewaakt en het waren stevige bouwsels.
In het geheim ontwikkelden de Engelsen een bom die de naam stuiterbom zou krijgen. Laagvliegende bommenwerpers zouden die boven het stuwmeer lossen, waarna die al stuiterend bij de stuwdam zou komen en via een tijdmechanisme zou exploderen. Op de Schotse meren werd de bom met succes beproefd.
In de nacht van 16 op 17 mei vloog een eskader van negentien Lancaster bommenwerpers naar het Ruhrgebied. De actie was een succes, ook al keerden 7 Lancasters niet terug en kwamen 53 bemanningsleden om. De Möhnedam en de Ederdam werden vernield. Een vloed van twaalf meter hoog spoelde door de dalen en vernietigde dorpen en fabrieken. Zo’n 1.300 mensen verloren hun leven: burgers, maar ook veel dwangarbeiders, onder wie de Boxmeerse en Gennepse mannen.
Het was een grote klap voor de Duitse wapenindustrie. Maar toch. Een maand later was de productie alweer op peil… En waren de slachtoffers begraven.
Harry Daniels’ graf ligt in het destijds zwaar getroffen dorpje Neheim-Hüsten. Zijn plaatsgenoot, Jan Doors, en de drie Boxmerenaren, zijn na de oorlog bijgezet op het Ereveld in Loenen.

BIJSCHRIFT: De twee brieven over de slachtoffers van Neheim-Hüsten, bewaard in het BHIC te ’s-Hertogenbosch. Foto: Geurt Franzen