Afdankertjes uit de Romeinse tijd

Tussen 1988 en 1990 werd op de Stamelberg in Gennep een vroegmiddeleeuwse nederzetting opgegraven. De verhoging in het weidelandschap was opgevallen en toen er een waterzuiveringsinstallatie moest worden gebouwd, werd besloten te gaan graven. Het Instituut voor Pre- en Protohistorie (IPP) van de Universiteit van Amsterdam mocht de klus klaren. Een gebied ter grootte van bijna 3,5 hectare werd minutieus onderzocht.
De aarde gaf de bewijzen bloot dat in de vierde en vijfde eeuw op die plek een nederzetting was geweest. Metaalvondsten, Romeins glas en aardewerk kwamen naar boven, en ook werden resten van palen en oventjes aangetroffen. Het moest een relatief rijke nederzetting zijn geweest. Niet minder dan 123 hutkommen en 12 huisplattegronden werden opgespoord, naast 4 waterputten en 16 graven.
Twee van de bijzondere vondsten zijn te zien op bovenstaande foto. Het zijn fibula, van oorsprong Romeinse mantelspelden. Ze worden bewaard in Leiden, in het Rijksmuseum voor Oudheden.
Het exemplaar links is een bronzen vogelfibula uit de periode 400-450. We herkennen een roofvogel met een oogje van almandijn, een rode, doorzichtige halfedelsteen. Het ronde exemplaar is net zo oud. Het is een bronzen, vergulde schijffibula met in het midden een blauw, glazen steentje. Daarvan zijn er veel in Engeland gevonden.
Tijdens het onderzoek op de Stamelberg kwamen een stuk of veertig van deze mantelspelden, of delen daarvan, tevoorschijn. Enkele werden gevonden in de resten van wat vermoedelijk het huis van een edelsmid was geweest; mogelijk afdankertjes die bewaard werden om te worden omgesmolten.
Omdat er zowel een loden model als een gietvorm werd gevonden, zou het kunnen dat de mantelspelden in Gennep zijn gemaakt. Maar sommige afdankertjes waren ‘tweedehandse’ fibula’s die nog echt door de Romeinen gedragen moeten zijn geweest.
De mantelspelden waren méér dan enkel een ouderwetse ‘knoop’ om je jas mee te sluiten. Het waren statussymbolen. Ze verleenden de drager aanzien en werden ook wel als grafgiften meegegeven aan de doden. Het aardewerk doet vermoeden dat de bewoners oorspronkelijk uit het noorden van Nederland of Noordwest-Duitsland kwamen.
Een uitputtend verslag van de opgraving is nooit verschenen. Wel deelrapporten. Over de voeding bijvoorbeeld. Er zijn resten van erwten, kersen, hazelnoten, huttentut, boekweit en verschillende granen gevonden. Daaruit concludeerden de onderzoekers aanvankelijk dat de voedingsmiddelen van elders werden aangeleverd. Dan zouden de Gennepse immigranten huurlingen van de Romeinen geweest kunnen zijn die hun voedsel van de Romeinen kregen. Dan zouden ze misschien de verdedigers zijn geweest van de strategische monding van Maas en Niers, iets verderop. Vermoed wordt dat dáár, op de plek waar later het Genneperhuis verrees, een Romeinse wachttoren heeft gestaan. Omdat er ook dierlijke resten zijn gevonden, trekken andere wetenschappers die conclusie in twijfel. Als de bewoners van de Stamelberg zelf vee hielden, was het misschien toch een zichzelf verzorgende gemeenschap.

Bij de foto: Links: bronzen vogelfibula, rechts een bronzen, vergulde schijffibula. Foto: Rijksmuseum van Oudheden in Leiden

Dis is aflevering 62 van de serie Sprekend Verleden, waarin Geurt Franzen op zoek gaat naar het verhaal achter voorwerpen en documenten die zijn overgeleverd uit de rijke geschiedenis van Oost-Brabant en Noord-Limburg.