Moeder

MOEDER

Als het maanlicht monsters tekende
op mijn kinderkamerbehang
en mijn kinderkeeltje schreeuwde
een sus van moeder en ik was niet bang.
Lag mijn knie weer open, bloedend
mijn hoofd gestoten, wat een pijn
was ik drammerig of woedend
een aai van moeder, weg chagrijn.

refrein:

Moeder, mama, maatje van me
in elke wolk zie ik je gezicht.
Moeder mama maatje van me
als ik denk aan jou wordt mijn leven licht.
Moeder mama maatje van me
geen dag voorbij dat ik je niet mis.

couplet 2:

Was mijn vader weer humeurig
was ‘t rapport van school weer slecht
één gezicht bleef altijd fleurig
moeder breide alles recht
Had ik de vaat weer laten staan
en was ik blijven hangen voor tv
nooit zou zij mij dan vermanen
moeder kwam, keek met me mee.

couplet 3:

Zie ik mijn vader eenzaam sloffen
zelfs geen schaduw aan zijn zij
zie ik de gaten in zijn sokken
ik denk aan haar en zo doet hij.
In eenzaam bed, in eenzaam duister
ik denk aan dood, het maakt mij bang
ik verzin dan snel een zacht gefluister
verzin die nachtzoen op mijn wang.

Previous post Achter de pakwagen
Next post Bellen