Kijk dan goed

Het kunstenaarsduo Scheltens & Abbenes fotografeert alledaagse voorwerpen in opdracht van toonaangevende modehuizen en magazines. Van aanrechtbak tot sokken. Maar op zo’n bijzondere manier, dat het kunstobjecten worden. Lijkt een foto van een trainingspak op een schilderij van Mondriaan of Van der Leck.

Stukjes zeep in een vitrine, verschillend van vorm en kleur. Is dat wat het is, een uitstalling van zeep? Of is het kunst? Het ligt er maar net aan hoe je naar zo’n foto kijkt, zeggen Liesbeth Abbenes (1970) en Maurice Scheltens (1972). Je moet gewoon goed kijken.  

Dus kijken we nog eens. Zien twee diagonalen brutaal de compositie doorsnijden. De schaduw van elk stukje zeep een nieuwe vorm leggen over stukjes daaronder. Langzaam wordt de zeep minder zeep…

Hoe verleidt het duo ons tot goed kijken? Door in te zoomen op details of patronen. Zodat we gaan twijfelen. Zijn dat echt de rondingen van een aanrechtbak? 

Al achttien jaar vormen ze, ook privé, een duo dat als twee-eenheid opereert op het snijvlak van opdrachtfotografie en kunstfotografie. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, zij doorliep de Gerrit Rietveld Academie en de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Inmiddels hebben ze geëxposeerd in Tokyo, Parijs en Chicago, opdrachten uitgevoerd voor modehuizen als Paco Rabanne en Valentino en fotoseries in Double Magazine en MacGuffin.  

Op dat snijvlak voelen ze zich thuis. Vanwege ogenschijnlijke tegenpolen: opdracht en vrijheid. Ogenschijnlijk, want, zegt Abbenes: ‘De opdracht lijkt een kader, maar voor ons is het de deur naar vrijheid. Dat kader, daar gaan we lekker tegenaan duwen.’

Scheltens: ‘Kijken hoe ver je kunt komen. De opdracht is een duw in de rug: ga hier linksaf…’

Abbenes, lachend: ‘Dan gáán we linksaf, maar meteen daarna naar rechts…’ 

In de opdracht ligt de drive. Zonder opdrachtgevers werkt het niet. 

Scheltens: ‘Als ze maar niet met een schets komen aanzetten.’

Abbenes: ‘Die gaat de prullenbak in.’

Grote firma’s die accepteren dat jij geen gewone productfoto’s maakt, maar foto’s die een trainingspak alleen maar als uitgangspunt nemen. Zodat het uiteindelijke resultaat een beauty van een foto is waarop dat trainingspak… nou ja, nog wel te herkennen is, maar met moeite. Omdat je goed moet kijken. 

Het duurt even voordat je die status hebt.   

Scheltens: ‘We werden interessant toen ons werk op tentoonstellingen verscheen. Daar ontstond onze autonomie. Natuurlijk ging dat aarzelend.’

Nu kunnen ze nee zeggen. Zelfs tegen lucratieve opdrachtgevers. Of aan het eind van de middag, als de ploeg uit Parijs denkt tot ver in de avond te kunnen doorwerken, ze met zachte hand de Amsterdamse studio uitwerken. ‘Wij gaan met de kids naar hockey, jongens. Doei, morgen is weer een dag.’ 

Nee zeggen, niet vanuit arrogantie of sterrenstatus. Scheltens: ‘Nee kunnen zeggen is de ultieme vrijheid voor een kunstenaar. De enige manier om je eigen stijl te ontdekken.’

Belangrijker nog dan de opdracht is het ding dat op een dag in hun studio staat. Of het nu een parfumdoosje is of een aanrechtbak, het object is vanaf dan een bouwsteen voor de compositie. Het herkenbare wordt eruit gehaald, door in te zoomen, door op een bepaalde manier te belichten of door de lens te richten op de reflectie van het object. Zoals een chirurg in een lichaam kijkt, zo gaan ze te werk. Op zoek naar de essentie van het materiaal, naar structuren, patronen.

Mooi voorbeeld, vinden ze zelf, is de opdracht voor oogschaduw: ‘We hebben de oogschaduw gelaten voor wat het was en zijn diep in het doosje gedoken. Ingezoomd tot op de schroefjes van het scharniertje. Tot onze verbazing ging de opdrachtgever helemaal met ons mee.’

Niet elk object geeft zich zomaar bloot.

Abbenes: ‘De tegels…’

Scheltens: ‘Komt een firma met wandtegels aanzetten. Wat moet je dáár nu mee…’

Maar toch. De studio wordt leeggeruimd, een tegel op zijn kant geplaatst, een lamp erop, nog eens draaien… Klik zegt de camera, een andere tegel ertegenaan, opnieuw klik…

Fotograferen is, hoezeer ook gemeengoed geworden, een kwestie van skills. Maar verwacht achter de werkwijze van Scheltens & Abbenes geen bijzondere techniek. ‘Het is zoals het is’, zegt Scheltens. ‘We gebruiken een goede camera, zetten hier een daar een lampje neer en dat is het dan. Kijken, rondlopen, schuiven met dingetjes en opnieuw door de lens kijken. Meer is het niet. Veel belangrijker dan techniek, is weten wat je wil.’

Abbenes: ‘Wat wíj doen, vragen we ook van degenen die onze foto’s zien: goed kijken. En vooral: durf zelf eens wat te vinden.’

Dat een opdracht een maand duurt, is heel normaal. 

Abbenes: ‘We fotograferen heel veel, maar het meeste gooien we direct weg. Het zijn schetsen. We kiezen ook niet uit een berg snapshots de beste. De beste biedt zich vanzelf aan, de enige die niet is weggegooid.’

Met zijn tweeën in de studio, heel ‘zen’, daar gebeurt het. Vaak is het verleidelijk om eerst wat ideeën door te nemen. Maar bijna altijd staat één van de twee op: ‘Kom, we gaan de studio in.’ Want het verhaal zit ín het object. Het hoeft zich alleen nog maar prijs te geven. Kan alleen door er heel goed naar te kijken. 

Foam

Scheltens & Abbenes exposeren van 15 maart tot 5 juni in Foam, Amsterdam. ZEEN is de titel van de overzichtstentoonstelling van achttien jaar werk op het snijvlak van productfotografie en autonome fotografie

Foto: Cos, Collections, Soap Bars, 2010 © Scheltens & Abbenes

Dit verhaal verscheen eerder in FD Persoonlijk van het Financieele Dagblad (23 maart 2019).