Slachtoffer van de Beerse Maas

Burgemeester Lambert van den Bosch van de gemeente Cuijk en Sint Agatha zette op vrijdag 24 januari 1834, iets na vieren, zijn zwierige handtekening onder een akte waarin een droevig feit werd vastgelegd: de dood van een soldaat. En het was niet eens oorlog. De militair heette Albert Rijsbaarman.

De ongelukkige, 42 jaar oud, was schutter bij het Utrechtsche Bataljon, dat in die dagen gelegerd was te Heumen. Uit een proces-verbaal, dat wordt bewaard in het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in Den Bosch, weten we hoe de Utrechtenaar aan zijn einde is gekomen. Het document is diezelfde dag opgemaakt door een gerechtsdienaar, Gradus Post geheten. Hij noteert dat de soldaat die ochtend als ordonnans, een koerier, in Cuijk was geweest en vervolgens aan de terugweg was begonnen naar zijn standplaats, Heumen.

Die terugweg was niet zo eenvoudig. De Maas stond namelijk heel erg hoog. Zó hoog, dat de Beerse Maas onder water was gezet. De Beerse Maas zou je als een droge rivier kunnen beschouwen, een bekken bedoeld als overloopgebied. Als het water in de rivier zó hoog stond dat de dijken gevaar liepen, werd overtollig water via de Beerse Overlaat, een verlaging in de dijk, in dat bekken gelaten. Dan liep een groot gebied tussen Beers en Den Bosch, enkele kilometers breed en 40 kilometers lang, onder water. 

Dat was geen pretje voor de grondeigenaren, maar zo werd voorkomen dat dichtbevolkte dorpen overstroomden. Om het stromende water niet te hinderen, mochten er geen bomen of gebouwen in het bekken zijn. Het landschap bestond voornamelijk uit weiland.

In januari 1834 stond het land ten noorden van Cuijk dus onder water. Maar niet al te hoog; als je de weg wist, kon je het al wadend wel oversteken. Rond een uur of elf waadde Rijsbaarman ter hoogte van de Groenendijkse Kampen, boven Cuijk, door het water. Plotseling verdween hij in de diepte. Hij vergiste zich in de weg en stapte in een diepe kuil. De soldaat was de zwemkunst blijkbaar niet machtig want hij kwam niet meer boven. Twee mannen zagen vanaf een afstand – volgens Gradus Post een afstand van ‘tien minuten’ – hoe Rijsbaarman jammerlijk verdronk. Zij konden de man niet redden, maar waarschuwden wel snel Gradus Post. Die wist, geholpen door een tweetal marechaussees, door ter hoogte van de kuil te gaan dreggen het lichaam van de soldaat snel te vinden. Het lichaam werd snel in het dichtstbijzijnde huis gebracht. De in allerijl gewaarschuwde dokter heeft, zo noteerde Post, ‘alle mogelijke kunstmiddelen tot opwekking des levens beproefd, doch vergeefs.’  

De Beerse Maas bestaat alleen nog in de herinnering. In 1942 is de Beerse Overlaat gesloten. Wat er nog wel aan herinnert, zijn twee kanonnen op de kade in Grave (zie foto). In een tijd zonder internet en mobiele telefoons moest er een manier gevonden worden om iedereen in het gebied van de Beerse Maas te waarschuwen als het bekken open werd gezet. Daarvoor werden de kanonnen in Grave ingezet. Zodra die gingen bulderen, maakten Jan en alleman zich uit de voeten: daar komt het water!

Bij de foto:  Foto van de Graafse kanonnen uit de Graafsche Courant van 24 juni 1930. 

Dit is aflevering 46 van de historische rubriek Sprekend Verleden die elke maandag in de editie Maasland van De Gelderlander verschijnt. Daarin gaat Geurt Franzen op zoek naar het verhaal achter voorwerpen en documenten die zijn overgeleverd uit de rijke geschiedenis van Oost-Brabant en Noord-Limburg.