Een verloren beursje op Ledeackerse akker

Je hoeft in Cuijk de spade maar in de grond te steken en je stuit op de Romeinen. Dat wil niet zeggen dat de bodem elders in de regio geen sporen draagt van die tot de verbeelding sprekende periode uit onze historie.
Neem nu Ledeacker. Dat het allesbehalve een lege akker is, bewees Jan Kusters uit Vianen. De amateurarcheoloog, die in deze regio al zoveel schatten naar de oppervlakte wist te brengen, speurde met zijn metaaldetector in de ‘Lekerse’ bodem en vond, tussen 2006 en 2009, enkele bijzondere Romeinse munten. Die sindsdien als de muntschat van Ledeacker te boek staan.
Kusters spitte de bronzen munten op in een akker ten noordwesten van camping De Ullingse Bergen. Het zijn er acht in getal. Ze zijn speciaal omdat er munten bij zitten die uit de regeerperiode van keizer Postumus stammen. Noordelijker dan in Ledeacker zijn deze munten nooit gevonden.
Marcus Cassianus Latinius Postumus, zoals zijn volledige naam luidde, leefde tussen 215/225 en 269 na Christus. Hij was geen echte Romein, in die zin dat zijn wieg niet in Rome of het huidige Italië stond, maar in Gallië of België. Ja, misschien was het wel een Belg. Maar in zijn tijd gerespecteerd als keizer van de Romeinen. Zolang als het duurde. Want net als veel van zijn voorgangers en opvolgers stierf hij niet van ouderdom, maar door het zwaard. Het Romeinse rijk kende in vijftig jaar, tussen 235 en 285, 26 keizers; bijna allemaal sneuvelden ze in de strijd of werden door concurrenten vermoord. Postumus’ beeltenis staat op vijf Ledeackerse munten, zogenaamde dubbele sestertii. De drie andere zijn van oudere datum.
Kusters’ vondst was zo speciaal dat de Rijksdienst voor het Erfgoed in 2010 de akker doorspitte. Op zoek naar nog meer munten of andere Romeinse voorwerpen die konden verklaren waarom deze acht daar terecht waren gekomen. Op wat scherven van Romeins aardewerk na, werd niets bijzonders gevonden. Wat niet betekende dat de onderzoekers geen theorieën hebben gevormd over het waarom van die muntschat. Meest voor de hand liggend: een passant, vermoedelijk een Romein, heeft zijn leren beursje verloren. De beurs is vergaan, de munten opgeslokt door de bodem. Vermoedelijk lagen ze in een andere, nabijgelegen bodemlaag die bij egalisatie tijdens een ruilverkaveling verschoven is.
Dat is de theorie die de onderzoekers het meest voor de hand vinden liggen. Maar het kan net zo goed een schat zijn geweest die bewust in de bodem is verstopt. In afwachting van betere tijden. Ten tijde van Postumus was sprake van geldontwaarding én van grootschalige vervalsing. Ook deze acht komen vermoedelijk uit het atelier van een vervalser. Ten slotte wordt de mogelijkheid opengehouden dat de munten uit religieuze overwegingen in de aarde zijn gestopt. Een offer om de goden gunstig te stemmen.
We weten het niet zeker. Wat we wel zeker weten, is dat de Ledeackerse bodem een mooie vondst bevatte die bewijst dat ook daar Romeinen zijn geweest. Wie de munten wil bekijken, moet naar Leiden. In het Rijksmuseum van Oudheden liggen ze in een mooie lade uitgestald.

Bij de foto: De Romeinse munten die Jan Kusters in Ledeacker heeft gevonden, nu te zien in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Dit is aflevering 33 van de historische rubriek Sprekend Verleden die elke maandag in de editie Maasland van De Gelderlander verschijnt. Daarin gaat Geurt Franzen op zoek naar het verhaal achter voorwerpen en documenten die zijn overgeleverd uit de rijke geschiedenis van Oost-Brabant en Noord-Limburg.