Overloon wil Indisch Madurodam wel hebben

Aflevering 76 van Sprekend Verleden


Gabriël van Heusden, burgemeester van Vierlingsbeek, bijt zich in 1963 vast in een ambitieus plan om Overloon op te stoten in de vaart der volken. Dat tot zijn gemeente behorende dorp heeft naamsbekendheid door het Oorlogsmuseum, maar er is meer mogelijk, denkt hij. Hij wil in de bossen bij het Oorlogsmuseum een Indische versie van Madurodam laten bouwen. Een miniatuurversie van de voormalige kolonie Nederlands-Indië, met alle toeters en bellen, inclusief een Indisch restaurant.
Het plan komt uit de koker van A. A. Bogers uit Grave. Een oud-militair van de KNIL, het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, die van 1939 tot 1947 in Indië diende. Nu werkt hij op de Generaal de Bonskazerne in Grave. Bogers zocht najaar 1962 al de publiciteit. Toen liet hij doorschemeren dat het Indische Madurodam, dat ‘Gordel van Smaragd’ zal gaan heten, in Grave komt. De vereniging ‘Tempo Doeloe’ wordt aanjager van het miniatuur-recreatiepark. Die club wil Indische Nederlanders en Nederlanders die Indonesië slecht kennen, dichter bij elkaar brengen.
Grave is echter als locatie uit beeld verdwenen, Nijmegen ervoor in de plaats gekomen. In maart 1963 meldde Bogers de pers dat het Indische Madurodam in die stad zal komen. Een terrein van 80 hectare groot zou al verworven zijn. Maar de Nijmeegse wethouder verwees dat nieuws naar het rijk der fabelen. Hij wist nergens van.
Nu Van Heusden weet dat de onderhandelingen met Nijmegen niet vlotten, heeft hij contact opgenomen met Bogers en zijn comité het boscomplex in Overloon aangeboden. De initiatiefnemers zijn zeer te spreken over de locatie, ze vinden het ‘klimaat in Overloon zeer geschikt’. De nabijheid van het Oorlogsmuseum, dat veel bezoekers trekt, wordt als een grote pré beschouwd.
Van Heusden licht de gemeenteraad vertrouwelijk in. Hij krijgt steun en gaat dan voortvarend aan de slag met lobbyen. Er moet een comité komen van prominenten zodat banken voldoende vertrouwen krijgen om de Gordel van Smaragd te willen financieren. Eén van de eersten die Van Heusden benadert, is een hoge ambtenaar van Binnenlandse Zaken, W. van Ommen Kloeke. Die is ook vice-president van de Nederlandse Oorlogsslachtoffers Vereniging. Samen met ambtenaar Harry van Daal reist Van Heusden af naar Den Haag voor overleg. Dat verloopt goed, maar de hoge pief maakt een kanttekening die wellicht roet in het eten gooit. Van Ommen Kloeke acht het ongewenst dat oud-KNIL-soldaten in de organisatie zitten. De medewerking van het huidige Indonesië is hard nodig voor de verwezenlijking van de miniatuurversie. Maar de verhoudingen met Indonesië zijn al zo slecht. Vorig jaar was er bijna oorlog uitgebroken over Nieuw-Guinea. Oud-militairen in het comité opnemen, die tegen de Indonesische vrijheidsstrijders hebben gevochten, dat zal kwaad bloed zetten in Jakarta.
De initiatiefnemer, Bogers, ís echter een oud-KNIL-soldaat. Oei.
Van Heusden lobbyt nog wat verder. Ook Bogers geeft niet op. Een jaar later houdt hij nog steeds vol dat het Indische Madurodam in Overloon gaat komen. Toch sterft het plan een stille dood.*

Bij de illustratie: Schets van het Indische Madurodam in Overloon, vermoedelijk getekend door Prick van Wely uit Nijmegen.

* In 1979 probeert Bogers het nog één keer. Het tehuis voor ex-KNIL-soldaten, Bronbeek in Arnhem, dreigt te gaan sluiten. Bogers oppert de bouw van een Indisch Madurodam op het terrein van Bronbeek als mogelijkheid om het complex rendabel te maken. Eerder, in 1973, opperde F.J. Herder ook nog eens het idee van een Indisch Madurodam, nu op te richten in de buurt van Rotterdam. Zelfs in 1984 wordt het idee nog genoemd in de pers, opnieuw om sluiting van Bronbeek te voorkomen.

Geraadpleegde bronnen:

  • Archief gemeentebestuur Vierlingsbeek (BHIC)
  • De Gelderlander van 2 juni 1964
  • De Telegraaf van 28 januari 1960
  • Trouw van 20 november 1962
  • Amigoe di Curacao van 24 november 1962
  • De Zierikzeesche Nieuwsbode van 14 maart 1963
  • De Telegraaf van 14 maart 1963
  • De Volkskrant van 14 maart 1963
  • De Volkskrant van 15 maart 1963
  • Nieuwe Leidsche Courant van 31 januari 1979
  • Algemeen Dagblad van 13 januari 1984
  • Wikipedia