Vierlingsbeeks verzet tegen de Wehrmacht

Aflevering 73 van Sprekend Verleden

De rust op de gemeentesecretarie van Vierlingsbeek wordt ruw verstoord op vrijdag14 april 1944. Er staat een Duitse ambtenaar voor de deur. Hij handelt namens Willi Ritterbusch, de ‘Generalkommissar zur besonderen Verwendung’, een hoge Duitse pief, namens wie hij een opdracht verstrekt. Een dezer dagen valt er een lijst op de mat met de namen van tientallen jonge Vierlingsbeekse vrouwen. De burgemeester moet ervoor zorgen dat die dames zich melden in klooster Jerusalem in Venray. Daar mogen ze aan de slag voor de Wehrmacht. Het klooster is een opslagplaats voor textiel van het Duitse leger.
Wie heeft die lijst opgemaakt? Daar doet de ambtenaar geheimzinnig over. Zegt alleen dat het geregeld is via het arbeidsbureau. Voordat hij de deur achter zich dichttrekt, zegt hij nog dat als er niet wordt meegewerkt, ‘dwang van Duitschen zijde’ volgt.
Mannen worden al enige tijd door de Duitsers verplicht mee te werken in de zogeheten ‘Arbeitseinsatz’. Veel jongemannen duiken onder om daaraan te kunnen ontsnappen. Zijn nu de meisjes aan de beurt? Moet de gemeente daaraan meewerken? Of is verzet mogelijk?
Misschien denkt burgemeester Antoon Jans, die op zijn post is gebleven om te voorkomen dat een NSB-burgemeester het roer overneemt, in het weekend dat het maar een boze droom was. Maar als maandag de telefoon gaat, beseft hij dat het de keiharde werkelijkheid is. De ‘Fachberaterin für die Provinz Limburg beim Arbeitsamt in Maastricht’ aan de lijn. Ze zegt dat de lijst de volgende dag wordt verstuurd. Nóg eens wordt gevraagd wie die lijst heeft opgesteld. ‘Dass interessiert uns gar nicht’, zegt ze. Dat versterkt het vermoeden op de secretarie dat die lijst door een plaatselijke NSB’er is opgesteld om te treiteren.
De ochtendpost van woensdag brengt de vermaledijde lijst: er prijken 23 namen op, zoals die van de 16-jarige Nelly, dochter van timmerman Simons, en Josephina Derks (25), dochter van de Groeningse bakker. De namen en adressen zijn onvolledig, de lijst draagt geen officieel karakter en bevestigt het vermoeden van een valse streek.
De ambtenaren kiezen voor een bureaucratische weg om de meisjes uit de Arbeitseinsatz te houden. Het Maastrichtse ‘Arbeitsamt’ heeft immers niets te zeggen over Vierlingsbeek. Dat valt onder Boxmeer en hoofdbureau Den Bosch. De Duitsers trappen er niet in, maar het leidt wel tot vertraging. Die tijd gebruiken de ambtenaren om, samen met Reinhard Bours van het Boxmeerse arbeidsbureau, lid van de Ondergrondse, om voor 20 van de 23 vrouwen een betrekking te vinden als hulp in de huishouding bij grote Vierlingsbeekse families. De persoonsbewijzen worden aangepast. Drie meisjes die ‘overblijven’, krijgen zogenaamd een baan bij het distributiekantoor in Boxmeer. Tot twee keer toe, op 17 mei en 16 augustus, roepen de Duitsers de meisjes op. Maar ‘Den Bosch’ kan nu verklaren dat ze allemaal onmisbaar zijn. Zodat een Vierlingsbeekse ambtenaar eind van de zomer tevreden in zijn rapport kan noteren: ‘Van de kwestie is tot op heden niets meer vernomen’.

Bij de foto: Klooster Jerusalem in Venray, zoals het er vóór de oorlog uitzag. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Geraadpleegde bronnen:

  • archief gemeentebestuur Vierlingsbeek (BHIC)