|
Philip Roth en de spiegel van Alleman
PHILIP ROTH ALLEMAN
Door GEURT FRANZEN Philip Roth’s nieuwe roman ademt in alles de dood. Een diepzwart omslag, een openingsscène aan een graf, een hoofdpersoon die continu de adem van Magere Hein in zijn nek voelt. Toch gaat de roman over het leven. Het leven van een man, die, vooraan in de zeventig, elke dag een beetje meer beseft dat zijn lichaam het laat afweten. Zijn hart en bloedvaten vormen een bijzonder zwakke plek en met enige regelmaat ligt hij op de operatietafel, voor een dotterbehandeling of bypass. Met één been in het graf, en de lezer ontdekt snel hoe letterlijk dat genomen kan worden, maakt hij de balans op van dat leven. En daar wordt hij niet vrolijk van. Alleman, zoals de roman heet, verwijst naar een Middeleeuwse moraliteit die in verschillende talen is opgedoken en bij ons bekend staat als Elckerlijc. Het vijftiende-eeuwse toneelstuk, waarin abstracte personages zoals Deugd en Schoonheid voorkomen, houdt de mens een spiegel voor. Het personage Elckerlijc, waarmee ‘iedereen’ wordt bedoeld, moet aan het eind van zijn leven rekenschap afleggen bij God. Hoe dichter hij bij het graf komt, hoe eenzamer hij wordt: kennissen en vrienden, maar ook karaktereigenschappen als schoonheid en kennis, laten hem in de steek. Alleen Deugd vergezelt hem in het graf, maar niet dan nadat Elckerlijc zijn zonden heeft opgebiecht. Roth heeft geen moderne versie van het oude stuk geschreven. Maar titel en thema zijn overduidelijke verwijzingen naar het aloude idee dat iedereen, vroeg of laat, verantwoording moet afleggen. Of dat nu aan zichzelf is, of aan een God, doet er hier niet toe. Niet voor niets is de hoofdpersoon in Alleman een naamloos personage. We zouden allemaal die man kunnen zijn. Hij heeft geen naam, maar wel een gezicht, een karakter en een geschiedenis. Hij was ooit een succesvol reclameman. Wilde eigenlijk liever kunstschilder worden, maar koos uiteindelijk voor geld en carrière. Is drie keer getrouwd geweest en heeft drie kinderen waarvan er twee niets meer met hem te maken willen hebben. Zijn eerste twee vrouwen bedroog hij. En waarom hij met de derde was getrouwd - een dertig jaar jongere schoonheid die haar gebrek aan intelligentie met fysieke eigenschappen compenseerde - wist hij eigenlijk zelf ook niet. Een arts laat hem na de zoveelste operatie niet alleen met haar naar huis gaan: “Die vrouw is in de grond van de zaak een afwezigheid in plaats van een aanwezigheid en ik moet mijn patiënt in bescherming nemen.” De dood nadert met rasse schreden. En met buitengewoon veel inlevingsvermogen weet Roth,z elf ook al de zeventig gepasseerd, het aftakelingsproces te beschrijven. Hij laat het niet bij de fysieke beperkingen maar legt ook de nadruk op het voortschrijdende besef bij de hoofdpersoon dat het gewoon snel afgelopen zal zijn. Hoe pijnlijk dat besef is en hoe jaloers de man wordt op zijn oudere broer die niets aan fitheid en veerkracht inboet en het eeuwige leven lijkt te hebben. Ronduit ontroerend is Roth’s beschrijving van het seniorencomplex aan zee waar de man op een gegeven moment naartoe vertrekt. De zelfstandig wonende, niet onbemiddelde senioren, die koste wat het kost een menswaardig leven proberen te leven. Maar het lichamelijk verval en de kankertumoren zijn onverbiddelijk. Uiteindelijk staat de ik-persoon er alleen voor. Het is het moment waarop hij, de dood in de persoon van een grafdelver al in de ogen kijkend, tot berouw komt over zijn zonden. Spijt krijgt dat hij zijn vrouwen bedrogen en zijn zoons verwaarloosd heeft. Bijna tegelijk daarmee, zie het als de biecht van Elckerlijc, komt bij hem de berusting en een opgewekt en onverwoestbaar gevoel. En dan staat niets het vertrek voor de laatste reis nog in de weg. Een ontroerende roman over een naargeestig, maar onvermijdelijk thema. Philip Roth, Alleman, vertaald door Ko Kooman, De Bezige Bij, 208 blz, € 17,50. (De Gelderlander, 11 mei 2006)
Een jodenhater als president van de VS philip roth het complot tegen amerika
Door GEURT FRANZEN Roosevelt verliest in 1940 de presidentsverkiezingen. Niemand minder dan Charles Lindbergh, de bravourepiloot die in 1927 met zijn Spirit of St. Louis de Atlantische Oceaan overstak, verslaat de zittende president. Er is weinig aan te merken op de populaire Lindbergh. Behalve dit: hij bewondert nazi-Duitsland. Niemand kan de loop van de geschiedenis wijzigen. Behalve schrijvers. Philip Roth heeft in zijn nieuwste roman, Het complot tegen Amerika, een kleine voetnoot aangebracht in de Amerikaanse geschiedenis. Door zich voor te stellen dat Lindbergh, die destijds wel over een kandidatuur nadacht, maar het niet zover liet komen, in de oorlogsjaren het hoogste ambt bekleedde en door vervolgens zijn verbeelding te sturen langs de vangrail van de werkelijkheid. Het resultaat: een indrukwekkende roman. Fictie, maar zo feitelijk en zo voorstelbaar dat het beangstigend wordt. Want áls de piloot zou hebben gewonnen, waren de yankees ons niet komen bevrijden en was het licht uitgegaan voor miljoenen joden in Amerika. Gelukkig laat Roth het bij een voetnoot. Zijn wijziging in de loop van de geschiedenis blijft beperkt tot een klein nevengeultje dat hij heel geleidelijk weer terug laat vloeien in de hoofdstroom. Lindbergh houdt het maar een paar jaar vol en Roosevelt keert terug op zijn post. Maar totdat het zover is, heeft de eenvoudige joodse familie Roth, met de tienjarige Philip als verteller van het verhaal, het zwaar te verduren. Vader, moeder en twee zoons wonen tot 1940 heel rustig in een joodse wijk in Newark, onder de rook van New York. Vader is een trouwe aanhanger van president Roosevelt en zijn wereld valt in duigen als Lindbergh in 1940 de macht overneemt. Langzaam, tergend langzaam, verandert er iets in het land van de vrijheid. Er komen geen bordjes ‘Verboden voor joden’ en er worden ook geen jodensterren op jassen genaaid. Dat zou te gemakkelijk zijn geweest voor de schrijver. Roth laat juist zien hoe subtiel machthebbers een samenleving kunnen infecteren met het virus dat rassenhaat heet. Geen muren om het ghetto, zoals in Warschau, maar de joodse wijk infiltreren met Italiaanse families die als enigen huursubsidie krijgen. Of door het broertje van Philip op zomervakantie te sturen naar het boerse Kentucky, waar hij zo in de watten wordt gelegd door de hardwerkende christelijke boerenfamilie dat hij de indoctrinatie van Lindbergh’s integratieprogramma (Just Folks) niet bemerkt. Broertje Sandy wordt zo een volledig door het integratiebureau gemanipuleerde saboteur, die het ooit zo harmonieuze gezinnetje zwaar op de proef stelt. Dat komt tot een ongenadige climax als hij op een dag wordt uitgenodigd om deel te nemen aan een diner ter ere van Hitlers trawant Von Ribbentrop. Die nazi wordt met alle egards ontvangen door de Amerikaanse president. Ondertussen blazen de schoorstenen van Auschwitz al volop. Langzaam verandert het proces van integratie in een van desoriëntatie. De Amerikaanse joden weten het niet meer. De een vlucht naar Canada, de ander laat zich gewillig overplaatsen naar geïsoleerde streken. En ondertussen krijgen Ku Klux Klans de vrije hand, worden joden uit hun auto’s getrokken en op straat gelyncht. Zoals gezegd, de ellende is van korte duur en Roth breit alles weer recht, ook al is dat op een wat gekunstelde, minder geloofwaardige manier. Lindbergh verdwijnt zomaar in het niets en de goede krachten in het volk nemen de leiding over. Het complot tegen Amerika is meer dan enkel het zoveelste bewijs dat Roth nog steeds een van de beste Amerikaanse schrijvers is. Zijn verhaal is aangrijpend en spannend, zijn beeld van een doorsnee joodse gezinnetje roept vertedering op. Meest gelukte personage is onbetwist de vader. Je ziet hem zo zitten, gekluisterd aan de radio, luisterend naar de enige columnist die zich durft te verweren tegen de regeringskliek. Zijn eerlijke, maar tot mislukken gedoemde pogingen zijn puberzoon voor zijn zaak te herwinnen. Zijn tranen als hij zijn gezin uiteen ziet vallen, zijn heldenmoed als hij een klein verweesd jongetje duizend kilometers verder moet ophalen, de lange schaduwen van de Ku Klux Klanmaskers langs de kant van de weg wetend. Het complot tegen Amerika is ook een opmerkelijk actueel boek omdat het een hoofdvraag stelt: moet de VS militair ingrijpen in een ander land? Maar de belangrijkste verdienste is deze: Roth krast een heel dun laagje vernis weg en ziedaar: worden opgezweept om een ander te haten, enkel en alleen vanwege diens ras of geloof, daar is heel weinig voor nodig. Philip Roth, Het complot tegen Amerika, vert. Ko Kooman, 430 blz, 17,50 euro. (De Gelderlander, 4 november 2004)
Seks om de dood buiten de deur te houden
Door GEURT FRANZEN Soms wordt fictie door de werkelijkheid ingehaald. Aan het eind van Het stervend dier, Philip Roth’s nieuwste roman, lezen we hoe de 70-jarige David Kepesh de millenniumnacht doorbrengt. Hij kijkt tv en ziet hoe de wereld de nieuwe eeuw met veel vuurwerk en pathetiek verwelkomt. Naast hem op de bank zit de bloedmooie Consuela, die hem zojuist een treurige boodschap heeft verteld. Kepesh vergelijkt de door vuurwerk fel verlichte hemel boven New York met het werk van Osama Bin Laden. Het wereldwijde spektakel van de eeuwwende noemt hij een grote illusie. En hij toont zich een heuse visionair: “Kijkend naar deze opgeklopte vertoning, dit geregisseerde pandemonium, zie ik in een visioen de rijke wereld gretig de donkere middeleeuwen van de welvaart binnengaan. Een nacht van menselijk geluk als startsein voor barbarij.com.” Roth schreef het minder dan een jaar geleden, maar lang vóór de dag waarop de Twin Towers instortten. Seks en dood, daar draait het om in Een stervend dier. Een combinatie die het altijd goed doet. Roth mag dan misschien geen patent op de combinatie hebben, de thema’s zijn alom aanwezig in zijn werk. Dat geldt voor zijn beroemdste roman, Portnoy’s klacht, en dat geldt voor de twee andere romans waarin David Kepesh de hoofdrol speelt (De Borst en Professor in de begeerte). Seks is voor Roth niet iets dat bezoedelt. Seks is het enige waarmee we de dood op zekere afstand kunnen houden, zo laat hij zijn alter ego Kepesh zeggen. “Seks is niet alleen maar wrijving en oppervlakkig genot. Seks is ook onze wraak op de dood. Vergeet de dood niet. Vergeet nooit de dood.” Kepesh is een bijzonder viriel mannetje. Hij is docent op een New Yorkse universiteit en een populair cultuurcriticus, bekend van tv. Kepesh legt het graag aan met jonge vrouwen; hij recruteert ze uit de collegebanken. Lang duren de relaties nooit. Hij is alleen maar geïnteresseerd in de seks en in de macht die hij ermee uitoefent, en de meisjes… De meisjes zijn nieuwsgierig, als we Kepesh mogen geloven: “Veel van die meisjes hebben al sinds hun veertiende seks gehad, en tegen hun twintigste zijn er één of twee nieuwsgierig naar hoe het is met een man van mijn leeftijd, al is het maar één keer, en popelen ze om het de volgende dag aan al hun vrienden te vertellen, die dan hun neus ophalen en vragen: ‘Maar zijn vel dan? Rook hij niet een beetje raar? En dat lange witte haar? En die kinkwab? En zijn buikje? Werd je niet een beetje misselijk?” Seks om de dood buiten de deur te houden, seks als de dagelijkse conditietest om te bewijzen dat je nog alive and kickin’ bent. Alles loopt goed, totdat Kepesh tegen Consuela aanloopt. Een bloedmooie meid, dochter van Cubaanse bannelingen, en de enige die er in slaagt Kepesh op de knieën te krijgen. In figuurlijke zin – Kepesh raakt tot over zijn oren verliefd en doet alles om haar te behagen – maar ook letterlijk. De scène waarin de grijze cultuurcriticus voor de schone Cubaanse op de knieën valt, is een bijzondere, hoewel ongeschikt voor preutse puriteinen. Seks slaat om in liefde, in afhankelijkheid, in jaloezie. Kepesh beseft het gevaar als geen ander: “Hoe weet ik dat een jongere man haar van me af zal nemen? Omdat ik eens de jongere man was die dat zou hebben gedaan.” Uiteraard komt aan de relatie met Consuela een einde. Niet door toedoen van een ander, maar door Kepesh zelf. Want te leven in de voortdurende angst dat je liefje elk moment kan worden afgepikt, is ondraaglijker dan te leven zónder haar. En zo wordt pijnlijk duidelijk dat er een flinke bres is geslagen in Kepesh’ verdedigingslinie. De dood op afstand houden? Vergeet het maar. De professor heeft over het hoofd gezien dat ook andere factoren, zoals liefde, maar vooral ook macht, een rol van betekenis spelen in het spelletje dat (over)leven heet. Als Consuela jaren later weer opduikt in zijn leven, draagt ze de dood als een diepdonkere schaduw met zich mee. Voor het eerst laat Kepesh’ libido hem in de steek. En als Consuela opnieuw haar armen naar hem uitstrekt, niet uit lust dit keer, maar als een mens dat geborgenheid en ondersteuning zoekt, is het de denkbeeldige lezer die hem dít voor moet houden: “Denk eerst even na. Denk na. Want als je gaat, ben je verloren.” Veelschrijver Roth heeft met Een stervend dier laten zien dat hij het vak nog lang niet heeft verleerd. Het is krachtig in zijn taalgebruik, maar mager in de uitwerking van de personages. Vooral de vrouwen komen er karig van af. Van de andere kant geeft het, net als bijvoorbeeld het vorig jaar verschenen De menselijke smet, een indrukwekkend beeld van de op voorhand verloren strijd tegen lichamelijk verval. Het is de schrijver zelf die zijn eigen onvermijdelijke teloorgang boek na boek verbeeldt. Philip Roth, Een stervend dier, Uitgeverij Meulenhoff, 159 blz, f.36,36.
Het ganse volk besmet
philip ROTH de menselijke smet Door GEURT FRANZEN De zomer van 1998 was de zomer dat in Amerika iedereen met zijn gedachten bij de penis van de president was. De seksuele escapades van een wereldleider en zijn stagiaire werden in de media breeduit gemeten; het Amerikaanse volk zat erbij en wist niet wat te denken. De moraal van het volk werd, voor zover daar nog iets van over was, aan flarden gescheurd. De zomer van 1998 is de zomer waarin Philip Roth (1933) zijn roman De menselijke smet projecteert. Hij vertelt het verhaal van een 71-jarige voormalige hoogleraar die een verhouding heeft met een 34-jarige schoonmaakster. Daarmee brengt Roth het bijna mythische seksschandaal van het Witte Huis terug tot menselijke proporties. Maar De menselijke smet is meer dan een analogie van het presidentiële debacle. Het is de ontrafeling van een immens, persoonlijk geheim, die uiteindelijk de wortels van een door hypocrisie aangetaste samenleving blootlegt. Daarmee was Roth al eerder begonnen. De menselijke smet is de afsluiting van een trilogie waarin de Amerikaans-joodse schrijver een kroniek schildert van het naoorlogse Amerika. De jacht op communisten in de jaren vijftig stond centraal in Ik was getrouwd met een communist (1998); in Amerikaanse pastorale (1997) rekende Roth af met de Amerikaanse droom door een genadeloos vergrootglas te leggen op de manier waarop het volk de Vietnamoorlog verwerkte. Voor deel drie, het net vertaalde De menselijke smet, kwam de affaire Lewinsky de schrijver zo in de schoot vallen. Zoals in de eerdere romans voert Roth ook nu als verteller de schrijver Nathan Zuckerman op; in De menselijke smet schrijft Zuckerman een roman met dezelfde titel, over hetzelfde onderwerp. Een literaire stunt waarmee Roth afstand weet te creëren, maar tegelijkertijd zijn lezers mee de diepte intrekt van zijn plot. Want de lezer komt veel eerder achter het grote geheim van de roman dan Zuckerman en zo ontstaat een spanningsboog – hoe zal Zuckerman het geheim ontrafelen? – die tot het einde toe strak gespannen blijft. Dat geheim draagt de ex-hoogleraar Coleman Silk al vijftig jaar met zich mee en het is nauwelijks te bevatten dat de waarheid al die tijd door slechts één persoon – een prostituee - is ontdekt. Coleman Silk doet zich voor als een blanke jood, maar is in werkelijkheid een lichtgekleurde neger. Als 20-jarige student wordt hij verliefd op een blank meisje en omdat een eerder vriendinnetje hem liet zitten toen ze via zijn moeder ontdekte dat hij een neger was, verbreekt hij alle banden met zijn familie en doet zich voortaan voor als een blanke. Daarmee zijn ras, zijn moeder, zuster en broer voor eens en altijd verloochenend. Silks geheim is een smet op zijn glanzende carrière en op zijn gelukkige gezinsleven. Beide ontpoppen zich, als gevolg van zijn koppige stilzwijgen, tot broze kaartenhuizen die uiteindelijk ineenstorten. En natuurlijk is zijn persoonlijke smet te vergroten tot een besmetting die het ganse Amerikaanse volk heeft getroffen. Laat dat maar aan Roth over. Hij veegt de vloer aan met de hypocriete seksuele moraal van de Amerikanen en stelt zowel de openlijke discriminatie van het zwarte volksdeel in de jaren vijftig en zestig als de geforceerde emancipatie van zwarten in later jaren aan de kaak. Tussen neus en lippen door veegt hij ook nog even de vloer aan met het Amerikaanse onderwijssysteem. Roth heeft veel woorden nodig voor zijn ontmaskering van de Amerikaanse droom. Misschien wel te veel. Sommige lijntjes die hij uitzet, maakt hij niet af en sommige uitweidingen kunnen gerust gemist worden, maar steeds slaagt hij er weer in je aandacht vast te houden door juweeltjes van scènes te beschrijven. Die waarin een Vietnamveteraan met een oorlogspsychose door zijn kameraden 'therapeutisch' wordt geholpen door hem mee te nemen naar een Chinees restaurant – om weer te wennen aan Aziatische types - is zo'n voorbeeld van adembenemend mooi proza. Daarin slaagt Roth er in medelijden op te wekken voor dezelfde man die hij later een misdadige gek noemt. Want het zuivere en het onzuivere zijn in elke mens verenigd, zegt Roth; niemand is volmaakt en dat is misschien wel het allermenselijkste aan het mens-zijn. Zelfs een president blijft niet zonder smet; in het ergste geval is het straks nog het enige waardoor hij wordt herinnerd. Philip Roth, De menselijke smet, Uitgeverij Meulenhoff, 415 blz, f 45,00.
|
Philip Roth Alleman Philip Roth Het complot tegen Amerika Bekijk de boektrailer van de uitgever Fragment
Philip Roth
Philip Roth Het stervend dier Philip Roth De menselijke smet
|