|
Raj Kamal
Door GEURT FRANZEN De waarheid van De blauwe beddensprei, de fabuleuze debuutroman van Raj Kamal Jha, ligt niet aan de oppervlakte, maar verscholen onder een fictieve literaire deken. Alsof het boek zelf een sprei is die bedekt wat een ander slechts mag gissen. Het motto van de roman, naar Ingmar Bergman, maakt het er niet makkelijker op: ’Soms moet ik me troosten met het feit dat hij die een leven van leugens heeft geleefd van de waarheid houdt’. Een man schrijft een nacht lang verhalen in een kamer in Calcutta, terwijl in een kamer naast hem een pasgeboren baby ligt te slapen. De moeder van het kind, zijn zuster, overleefde de bevalling niet. Morgen komt een kinderloos echtpaar de baby ophalen. Zijn jeugd, doorgebracht in hetzelfde huis met zijn zus, is de bron voor de verhalen; sommige zijn een exacte navertelling, andere vult hij in. “Soms zullen we (...) fantaseren”, laat Jha de man zeggen tegen het kind. “En onthoud, mijn kind, jouw waarheid ligt ergens in het midden.” Wat die behelst, die waarheid, is het antwoord op een simpele maar o zo belangrijke vraag: wie is de papa? Jha, met een ingenieursdiploma op zak, hecht aan structuur. De blauwe beddensprei lijkt op het eerste gezicht een lappendeken van ongesorteerde gebeurtenissen, maar er ligt wel degelijk een stevige blauwdruk aan ten grondslag. Zijn personages krijgen elke een eigen afdeling: vader, moeder, zus en broer; de verhalen zijn keurig gethematiseerd. Maar vooral zijn dosering van de feiten, die bij de lezer langzaam een vermoeden doet ontstaan en uiteindelijk tot een keurige ontknoping leidt, getuigt van een compositie vooraf. Calcutta is het decor waartegen zich de geschiedenissen afspelen en de lezer zal het weten ook. De trams, de bussen en de treinen, de hitte, de ventilatoren en de koelkasten, de uithangborden, de spandoeken en de feesten, de crematies, de roepies en de kantoorfriks, ze komen alle in diverse hoedanigheden voor en ademen in alles de sfeer uit van de Indiase miljoenenstad. Is die stad zo belangrijk voor ons verhaal? Ontegenzeggelijk legt het onophoudelijke heen en weer rijden van de trams, de dagelijkse gang van de witte boorden naar kantoor de nadruk op de monotonie van het dagelijkse leven, dat in India vooral betekent vasthouden aan oude rites en gewoonten. De plaats van de vrouw bijvoorbeeld is aan de voeten van haar man; als die haar als voetveeg gebruikt, dan hoort dat zo. Als die vrouw haar man geen zoon schenkt, dan zijn de beschimpingen aan haar adres zo vanzelfsprekend als de heilige koe in de straat. Een vrouw die zich niet schikt in dat cultuurpatroon, is een dankbaar onderwerp voor een romanschrijver. Laat dat maar aan Jha over. Zijn verhaal van de weerbarstige vrouw die na een miskraam door haar man wordt gekleineerd, is een prachtig poëtisch plaatje. Er wordt meer niet gezegd dan wel en toch blijft er weinig te raden over. En als ware het multiple choice mag de lezer ook nog eens kiezen hoe het verhaaltje afloopt. De herhaling drukt ons met de neus op de feiten. Zo vergeten we niet dat we ons in Calcutta bevinden, bij elke zin die we lezen. Maar waar de stijlfiguur van de herhaling pas echt functioneel wordt, is die van licht en donker. Een vluchtige telling levert een dozijn verwijzingen op naar straatlantaarns. Wie de verhalen aan zich voorbij ziet trekken, beseft waarom. Want in het donker gebeuren de dingen die niet mogen. Ontpopt zich de vader als een boeman. Vinden er onder een blauwe beddensprei onschuldige handelingen plaats die tot schuldige leiden. De blauwe beddensprei is een roman die vooral gaat over zichzelf. Over de kracht van woorden, over de macht van verhalen, over fictie en waarheid. Die waarheid lijkt op de laatste bladzijde zo klaar als een klontje. In acht cursieve woorden staat ze zwart-wit op papier. Alleen, zodra die woorden zijn uitgesproken, vliegen ze weg, als duiven in volle vlucht door de nacht. Wie wil, weet dan alles. Raj Kamal Jha, De blauwe beddensprei, vertaald door Jelle Noorman, Meulenhoff, 176 blz, f39,50.
|
Raj Kamal Jha De blauwe beddensprei
Fragment
Raj Kamal Jha
|