Angstaanjagend toekomstbeeld in een perfecte roman

david mitchell wolkenatlas

 

Door GEURT FRANZEN

Er staat geen zin te veel in David Mitchells nieuwste roman en de allerlaatste is de allerbelangrijkste: “Maar, wat is een oceaan anders dan een massa druppels?” Geïsoleerd een zin zonder veel waarde. Een universele relativering van klassieke filosofen. Maar hier, voorafgegaan door duizenden andere zinnen - Wolkenatlas telt 540 bladzijden – is het een apotheose vol licht. Het is de enige strohalm voor de optimist; het is een iel, minuscuul sterretje aan een overigens diepdonker zwerk. Een zwak zonnestraaltje dat zich door een dik wolkendek worstelt.

Wolkenatlas is Mitchells derde roman. Opgebouwd volgens een beproefd procédé: introduceer een hoofdpersoon in een op het eerste gezicht unieke verhaallijn. Introduceer in het volgende hoofdstuk een nieuw personage, met een geheel eigen relaas. Herhaal dat in het derde en smeedt verderop in het boek alles ineen tot een sluitende stolp waaronder één perfect verhaal zichtbaar wordt, waarvan elk detail naadloos aan al die andere past. Heel voorzichtig nog, met enige clementie voor zijn lezer, paste hij de procedure toe in zijn debuutroman, De geestverwantschap. In Wolkenatlas gaan alle remmen los en leidt zijn werkwijze tot een ultieme triomf. Want Wolkenatlas is het beste Britse boek sinds jaren. 

Vijf verhalen met vijf unieke hoofdpersonen. Niet keurig gerangschikt, maar in partjes opgeserveerd. En wie tuk is op de verbindingen tussen de vijf, niet wil wachten totdat alles, veel en veel later, samenvalt, mag geen zin overslaan. Want hoe klein ook, koppelingen zijn er wel degelijk. Moedervlekjes in de vorm van een komeet bijvoorbeeld.

Het eerste verhaal is een verminkt bureaulademanuscript. Een dagboek van een reis naar Polynesië, ergens in de negentiende eeuw. Halverwege, midden in een zin, houdt het dagboek op en springt Mitchell naar een volgende geschiedenis: die van een berooid, aankomend componist die zich als schrijfmaatje verhuurd aan een ooit gerenommeerd, maar nu vergeten collega op leeftijd. In een Vlaams chateau in de jaren dertig van de vorige eeuw bedient de jongeman zowel zijn broodheer – die schaamteloos muziekstukken van de jongeman plagieert – als diens echtgenote, die de echtelijke sponde ’s nachts verruilt voor die van onze jonge held. Dat bed vervult later een kleine, maar wezenlijke rol in de structuur van de roman. Want wat ontdekt de jonge toondichter op de dag van zijn verhaast vertrek? Zijn bed wordt waterpas gehouden door de helft van een doormidden gescheurd boek: onder een beddenpoot ligt het ontbrekende deel van het Polynesische dagboek.

Mitchell breit verder: een spannend verhaal in de jaren zeventig in de VS. Jonge journaliste op het spoor van een grote zwendel door een nucleair bedrijf dat een rapport waaruit blijkt dat hun kernreactor een groot gevaar voor de volksgezondheid is, verdonkeremaant. Als de jongedame met haar auto een niet zelfgekozen duik van een brug maakt, lijkt het verhaal plots ten einde. De lezer die net sympathie heeft opgevat voor de dappere dame, treurt onnodig. Het geduld zal straks worden beloond. Mitchells tijdmachine raast ondertussen in duizelingwekkend tempo verder. De toekomst in met Sonmi-451, een genetisch geprogrammeerd wezen dat zich ontworstelt aan een modern slavendom. Nog verder gaan we de toekomende tijd in. Een deprimerend doemverhaal dat zich afspeelt ergens in de natijd. Als de dominante culturen op aarde zich uiteindelijk hebben afgeslacht en op afgelegen eilandjes in de Stille Zuidzee nog enkele restjes beschaving, tegen beter weten in, over een nieuwe toekomst dromen.

Zoals gezegd: alles komt samen. En tot die tijd wordt de lezer vermaakt en verstrooid, verbaasd en verrast, geraakt en geroerd. In ieder geval niet verveeld. Wolkenatlas is een wervelende roman, een springen van hoogtepunt naar hoogtepunt. Zelfs de angstaanjagende toekomstbeelden en het naargeestige mensbeeld waarmee Mitchell ons pest, voorkomen niet dat je van pagina naar pagina snelt en zou willen dat er geen einde aan komt.

Gelukkig is daar toch die laatste zin. Wie het goed voor heeft met de  mensheid beseft aan het eind dat zijn leven slechts een druppel is in een eindeloze oceaan. En de optimist mag daar gerust lezen dat een heleboel druppels samen een eindeloos mooie toekomst kunnen vormen.

David Mitchell, Wolkenatlas, vertaling Aad van der Mijn, Querido, 540 blz, 22,95.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


David Mitchell

 Wolkenatlas


Fragment 

 


 

David Mitchell


 

Interview