|
Een slapeloze man aan het raam
IAN MCEWAN saturday Door GEURT FRANZEN Een man ziet een brandend vliegtuig. Hij staat voor het raam, is veel te vroeg wakker geworden en staart over het slapende Londen. Het vliegtuig heeft de daling ingezet. Zal het toestel het nabij gelegen vliegveld nog halen? Dan verdwijnt de machine achter de bebouwing en laat de man aan het raam in onzekerheid achter. Staat er een ramp te gebeuren? Moet hij de politie bellen? Wij volgen de man aan het raam vanaf zijn te vroege ontwaken, gedurende de zaterdag die erop volgt. Een min of meer doodnormale zaterdag, deze vrije dag van Henry Perowne, hoofdpersoon in Ian McEwans nieuwe roman Saturday. Een indrukwekkende roman. Een persoonlijke, allerindividueelste geschiedenis, tegen het decor van een collectief ervaren werelddreiging. Saturday is in alles een roman van ná nine eleven, van na de aanslag op de Twin Towers in New York. De wereld is sindsdien niet meer dezelfde, wordt gezegd. McEwans roman is een onderzoek naar de apocalyptische dreiging die van het moslimterrorisme uitgaat, of liever, van het bijna als natuurlijk ervaren actie-reactiespel van terrorisme en de bestrijding ervan. Hoe die dreiging het leven van de eenling beïnvloedt. Een overtuigende exercitie, ook al is de hoofdpersoon een neurochirurg en dus een man die je moeilijk als model kan zien voor de gemiddelde burger. Het voordeel is wel dat het een mens is die kan denken, kan reflecteren op wat hij denkt, én, een geweldige vondst van McEwan, als hersendokter weet welke fysische processen dat denken sturen en drijven. Regelmatig laat hij Perowne’s gedachten, tijdens de wederwaardigheden die de man overkomen, wegglijden naar de bouwtekening van ons brein. Een man wiens beroep het is om gemankeerde hersenen te repareren, zo schrijft hij, kan niet anders dan respect hebben voor het materiële dat het brein strikt genomen is. En de grenzen ervan accepteren. Een mens is echter meer dan grijze cellen. Een mens heeft emoties die moeilijk te lokaliseren, nog moeilijker te beheersen zijn. En het is op deze doodnormale zaterdag dat Perowne dat doordringend ervaart.Het brandend vliegtuig roept geen ramp af over de wereldstad. Zonder veel brokken te maken, landt het op Heathrow. Maar het blijft wel de hele dag spoken in Perowne’s gedachten. De piloten, moslims uit een voormalige Sovjetstaat, worden gearresteerd, zo ziet hij op het journaal. Hadden zij een aanslag beraamd? Tegelijkertijd staat Londen deze zaterdag, het is 15 februari 2003, in het teken van de naderende aanval op Irak. Honderdduizenden demonstreren tegen het voornemen van Blair om Bush te steunen. Ze leggen het verkeer lam en dat brengt Perowne in zijn eerste penibele situatie van de dag. Op weg naar zijn squash-uurtje stuurt hij zijn Mercedes door een straatje waar hij eigenlijk niet in mag. Met een kleine aanrijding tot gevolg. Uit de geschampte rode BMW stappen drie breedgeschouderde jongens van de straat. Wat zij missen in hun hersenen, compenseren ze in hun spierbundels. Het is een ongelijke strijd: de chauffeur, Baxter, wil geen verzekeringspapieren zien, maar contant geld. Perowne, een eerste tik al geïncasseerd, weet zich desondanks met een truc van zijn belagers los te rukken. Maar de rest van de dag kijkt hij veelvuldig in zijn achteruitkijkspiegel: is dat een rode BMW? Perowne’s obsessie voor die auto is een van de spanningslagen die uiteindelijk tot een ademloze apotheose leiden. Baxter keert terug in het verhaal, nog voor de avond valt, en zijn wraak treft niet alleen Perowne, maar ook diens vrouw, diens dochter en diens schoonvader. Lees dit boek. Lift mee met Perowne, naar de squashzaal waar de neurochirurg ongelooflijk klop krijgt van een collega en daardoor, geheel tegen zijn natuur in, vreselijk basaal op reageert. Krijg samen met hem kippenvel als hij een repetitie van zijn zoon, een getalenteerd gitarist, bijwoont. En sta uiteindelijk, aan het eind van die lange, lange zaterdag waarop zelfs bloed heeft gevloeid in huize Perowne, opnieuw naast deze man aan het raam. Wederom kan hij de slaap niet vatten, staart hij over een slapend Londen. Maar is dit nog wel dezelfde man? Ian McEwan, Saturday, Jonathan Cape, 280 blz. De vertaling verschijnt binnenkort bij De Harmonie. Winnaar Bookerprize: korte roman, en toch nog te lang
Door GEURT FRANZEN Ziehier een dilemma van een hoofdredacteur: hij krijgt foto’s toegespeeld waarop een minister in compromitterende omstandigheden staat afgebeeld. Zijn collega’s en zijn beste vriend raden publicatie af. De krant, The Judge, is immers geen ordinaire tabloid maar een serieus, zij het wegkwijnend, dagblad. Het ego van de hoofdredacteur is echter dringend toe aan een oppepper van formaat en publicatie van de foto’s zou de kelderende oplage van de krant ten goede kunnen keren. Plaatst hij de foto’s? Het is een van de twee dilemma’s die de Schotse schrijver Ian McEwan aansnijdt in zijn jongste roman, Amsterdam, vorige week bekroond met de prestigieuze Britse Bookerprize. Met het tweede morele probleem wordt de vriend van de hoofdredacteur geconfronteerd. De man, beroemd componist, schrijft een muziekstuk ter ere van het nieuwe millennium; al enkele deadlines zijn verstreken, de musici zitten klaar om te repeteren maar de inspiratie voor het slotstuk blijft uit. Juist op het moment dat zijn muze zich aandient en de laatste ontbrekende noten voor het oprapen liggen, gebeurt er voor zijn ogen een misdaad. Grijpt hij in? Of wendt hij zich af, neemt papier en pen en schrijft de ontbrekende partituur uit? Over hun ethische dilemma’s, over de gevolgen van hun uiteindelijke keuzes én over de vriendschap van deze twee mannen, die danig op de proef wordt gesteld, daarover gaat Amsterdam. En over mooie, eigenzinnige Molly. Ooit, in de roerige jaren zestig, door beide mannen als de ware liefde beschouwd; uiteindelijk koos de excentrieke dame toch voor een ander. Molly’s einde, haar crematie, vormt het begin van McEwans achtste roman en leidt tot gebeurtenissen die uiteindelijk in ons eigen Amsterdam een ontknoping krijgen. Een ontknoping waarvan de beschrijving gerust achterwege had kunnen blijven. Want een van de tekortkomingen aan deze korte roman is dat hij te lang is. De ervaren McEwan, behalve romancier ook schrijver van filmscripts, weet hoe hij spanning moet opbouwen, hoe hij gebruik moet maken van literaire technieken zoals bijvoorbeeld het weglaten, om de lezer aan zich te binden en te prikkelen. De laatste dertien bladzijden ontdoen Amsterdam van zijn schuim. Alsof je met een vette mond in een schuimkraag hapt. Wat overblijft is een kapotgeslagen biertje. Het is een simpele wet in literatuurland: wat voor de hand ligt, hoeft niet geschreven. Voor wie dorst heeft, is dat geen probleem. Voor wie moeite heeft met een verkeerde voorstelling van zaken, komt er echter een probleem bij. McEwan doet voorkomen alsof het vooruitstrevende euthanasiebeleid van Nederland een dekmantel is voor een aan criminaliteit grenzende praktijk. Alsof je anoniem, door te zwaaien met een hand vol bankbiljetten, van een dokter zomaar een dodelijk pilletje of poedertje kunt krijgen. Voor welk doel dan ook. Amsterdam heeft alle ingrediënten in zich om een roman van formaat te kunnen zijn. Een frisse stijl, een klassieke maar toegankelijke structuur, humor, een boeiend thema: de jaren-zestig-generatie die worstelt met morele dilemma’s in het ik-tijdperk. Dat alles gevat in een decor dat aan de actualiteit van de dag is ontleend; de seksuele escapades van de minister van buitenlandse zaken en de stand-by-your-man-houding van diens echtgenote vormen daarvan wel het meest sprekende voorbeeld. Als McEwan op tijd was gestopt en de in Engeland heersende mythe van ‘Nederland vogelvrij-euthanasieland’ niet klakkeloos had overgenomen, was Amsterdam een waardige winnaar van de dertigste Bookerprize geweest. Ian McEwan, Amsterdam, Jonathan Cape Londen, f34,50. In januari verschijnt de Nederlandse vertaling, onder dezelfde titel, bij uitgeverij De Harmonie, f34,90.
|
Ian McEwan Saturday
Fragment
Ian McEwan
|