De sensualiteit van een homp vlees

 

david madsen bekentenissen van een vleeseter

 

Door GEURT FRANZEN

David Madsen's nieuwe roman brengt zelfs een vegetariër aan het twijfelen. In zijn Bekentenissen van een vleeseter weet hij zo smakelijk over vlees en vleesgerechten te schrijven, dat het water je uit de mond loopt, ook als je een verstokte herbivoor bent.

Gelukkig is er één goede reden om zijn warme pleidooi voor vlees niet al te serieus te nemen: zijn waar is verdacht. De chef-kok die in zijn roman de scepter zwaait, bereidt namelijk het liefst… mensenvlees.

Orlando Crispe, de kok waar we het over hebben, doet dat overigens op meer dan voortreffelijke wijze. Het levert zijn ristorante – zelf spreekt hij liever van culinaire studio – drie sterren op en avond na avond zit zijn eetzaal gevuld. Orlando is meer dan welke kok ook geobsedeerd door vlees. Reeds als kind werd hij zich bewust van die bijzondere manie, toen hij op een dag een zojuist gestorven vogeltje in de tuin vond: "… ik werd zomaar opeens overvallen door de drang aan zijn vlees te zuigen. Ik rook de geur van het nog warme lichaampje – een soort scherpe, zoetzure, doordringende lucht die deed denken aan die van een natte hond. (…) ik moest echt vechten tegen het verlangen mijn tanden in zijn borst te zetten en mijn tong in de smakelijke, vochtige lichaamsholte te steken, zo glibberig donker van het bloed!"

Vanaf dat moment wil Orlando nog maar één ding: kok worden. Later, als restauranteigenaar, weet hij zijn obsessie om te vormen tot een heuse filosofie: die van het 'absorptionisme'. Waar zich het ene lichaam bevindt, kan het andere niet zijn, zo betoogt de culinair filosoof. Louter door zijn fysieke bestaan neemt de een de plaats van de ander in en dus hangt het voortbestaan van elke soort af van overgave en absorptie. Sommigen zijn geboren om zich over te geven, anderen om te absorberen. Een impala behoort tot de eerste, een leeuw tot de tweede categorie.

Het is filosofie van de koude grond, maar dat maakt niet uit want om filosofie gaat het helemaal niet in Bekentenissen van een vleeseter. Ook al is David Madsen in het dagelijks leven een in Londen geboren filosoof en theoloog die onder pseudoniem schrijft. Het is, hoe bizar de verwikkelingen ook zijn die hij beschrijft, toch vooral een uiterst vermakelijk en onderhoudend boek. In een lichtvoetige stijl geschreven, met een onverwachte ontknoping aan het eind die een lichte, maar consequente spanning in het boek houdt. Orlando's bekentenissen – hij schrijft ze in de gevangenis, waar hij wordt vastgehouden op verdenking van moord op een culinair recensent – worden gelardeerd met recepten. In de meeste is de hoofdrol weggelegd voor een normaal stukje rund- of varkensvlees, maar soms staat er op het boodschappenlijstje iets als: "800 gram eerste kwaliteit vlees van iemand die aan pijnlijk genot is bezweken". 

Bovenal is Bekentenissen van een vleeseter een vleselijk boek. Niet alleen vanwege Orlando's obsessie voor vlees, maar omdat het boek ook nog eens een grote orgie van niet alledaagse seksuele handelingen is. Eten van vlees is voor Orlando in wezen een liefdesdaad, een versmelting die net zo intiem is als de geslachtsdaad. Als leerling-kok sluipt hij het liefst 's nachts naar de koelcel om daar een sappige, scherp aromatische homp van de vleeshaak te halen. Niet om te bereiden, maar om te berijden. Leuk boek.

David Madsen, Bekentenissen van een vleeseter, Uitgeverij Atlas, 255 blz., f49,90.

 

 

 

 

 

 

 


David Madsen

 Bekentenissen van een vleeseter


Fragment 


 

David Madsen