|
De soldaat van de eeuw
Door GEURT FRANZEN De soldaat van de eeuw, van de vórige eeuw, is niet de loopgraafstrijder die in de Vlaamse modder met duizenden tegelijk is gesneuveld, noch de bevrijder van Normandië die eenzelfde lot beschoren was. De soldaat van de eeuw is geen florissante eer die vergezeld gaat van medailles en andere eretekenen – er is zelfs geen graf voor de onbekende; de soldaat van de eeuw is het Afrikaanse kindsoldaatje. Niet omdat hij zo dapper is. Maar omdat hij het levende symbool is van de universele onmacht van volwassenen om oorlog te voorkomen. Acht, tien, twaalf jaar waren ze, zíjn ze nog steeds. Hun uniform is het afdankertje van een volwassen militair dus hangt oversized om de dunne lendenen. Hun ogen staan wild en zien in die van anderen alleen haat en geweld. Wat wil je ook, de jongens en meisjes staan stijf van de drugs. En om de tere schoudertjes hangt het onafscheidelijke vriendje Kalasj, die zo goed wordt verzorgd en zo teder wordt gestreeld: de kalasjnikov. Het gerakketak van die mitrailleur – de loop wordt nietsontziend op alles en iedereen gericht – is de laatste decennia voor duizenden Afrikanen het laatste geluid geweest dat ze hoorden voordat ze in een gnama veranderden (de geest die overblijft na iemands dood). De kalasjnikov heeft in het hedendaagse Afrika de functie overgenomen van het potlood in handen van de koloniale grootmachten aan het eind van de negentiende eeuw: het trekken van grenzen. De kindsoldaat, aan hem is de roman gewijd van de Afrikaanse schrijver Ahamadou Kourouma (1927). In Allah is niet verplicht vertelt hij het verhaal van de kleine Birahima. Een jongetje uit Ivoorkust dat onder het verkeerde gesternte is geboren. In de hut waar hij als peuter rondscharrelt en zijn hand verbrand in het open haardvuur ligt in een hoekje zijn moeder langzaam weg te rotten. Een zweer aan haar been, waar noch de medicijnman noch de blanke artsen iets aan kunnen doen, heeft haar lot bezegeld. Een vader is er ooit geweest, maar Birahima zwijgt er later liever over: “Ik praat niet graag over mijn vader. Dan krijg ik hartzeer en buikpijn. Omdat hij is gestorven zonder de witte baard van een wijze oude man.” Als Birahima een jaar of acht is, wordt hij naar een tante gestuurd in het verre Liberia. De dorpsraad wijst een volwassene aan die het ouderloze kind moet begeleiden: Youcouba, die liever Tiécoura wordt genoemd want de politie is naar hem op zoek. Youcouba is een briefjesvermenigvuldiger, een grigriman, een féticheur. Een man die kleine talismannen maakt die de drager ervan behoedt voor onheil. De zoektocht van Birahima en Youcouba naar tante, wordt een twee jaar durende reis door Liberia en Sierra Leone, in een periode waarin beide landen zijn verwikkeld in de meest bloedige stammenoorlogen die het werelddeel ooit heeft gekend. Op die in Ruanda na wellicht. Het tweetal weet enkel in leven te blijven door zich steeds weer opnieuw aan te sluiten bij een van de vele krijgsheren die om de macht strijden. Samuel Doe, Charles Taylor en Prince Johnson zijn daarvan de bekendste. Hun legers zaaien dood en verderf. Veel soldaten zijn kinderen als Birahima, straatjongens die bij de geiten slapen en op de erven en velden wat bij elkaar bietsen om te eten. De krijgsheren ronselen de straatjongens, stoppen ze vol met hasj, hangen ze een kalasjnikov over de schouder en geven ze vervolgens opdracht iedereen te beroven die op hun pad komt. Tegen de tijd dat Birahima zijn tante vindt, zijn we vele doden verder. En hij komt ook nog eens te laat: tante is net gestorven. Niet dat het iets uitmaakt. Birahima heeft geen opvoeder meer nodig, ook al is hij pas tien. Overleven is het enige wat telt en dat heeft hij inmiddels in de vingers. En er is altijd nog Allah: “Allah laat in zijn oneindige goedheid nooit een mond leeg die hij heeft geschapen.” Allah is niet verplicht is geen vrolijk boek, dat mag duidelijk zijn. Kourouma laat de kleine Birahima zelf aan het woord. Diens verhaal is rauw en eerlijk en dus gedrenkt in bloed. Het geluid van kalasjnikovs die een bloedbad aanrichten is nog maar net weggestorven of het gerakketak van een nieuwe moordpartij dient zich alweer aan. Dat eerlijke verhaal uit de mond van de jongen geeft de roman echter wel iets aantrekkelijks mee. Het verhaal is het verhaal van een onschuldige, hoe schuldig ook aan de dood van velen. Tegelijk beseffen we dat dit het verhaal is van velen. Van duizenden wezen en straatkinderen die net als Birahima alleen maar kunnen kiezen tussen doden of gedood worden. Dat is geen opwekkend verhaal. Maar zoals Birahima in zijn jeugdige koranwijsheid regelmatig weet te melden: “Allah is niet verplicht om rechtvaardig te zijn in alle dingen die hij hier op aarde doet.” Ahamadou Kourouma, Allah is niet verplicht, Uitgeverij Meulenhoff, 222 blz, fl. 39,56.
|
Ahmadou Kourouma Allah is niet verplicht
Fragment
Ahmadou Kourouma
|