|
OONYA KEMPADOO BUXTON SPICE
Door GEURT FRANZEN Onder de mangoboom ontluikt de seksualiteit van Lula. Het twaalfjarige meisje, hoofdpersoon in Oonya Kempadoo’s roman Buxton Spice, woont in een dorpje in Guyana. Terwijl de voormalige Britse kolonie ten prooi valt aan de terreur van dictator Forbes Burnham en rassenrellen het dagelijkse leven gaan beheersen, houdt het meisje zich samen met haar vriendinnetjes ledig met ontdekkingsspelletjes. De naïeve kinderen observeren als de besten: de natuur toont waarvoor de verschillen tussen de seksen dienen en de hoertjes in het dorp en de oudere pubers bieden bijna dagelijks nieuwe stof voor experimenten in afgelegen hoekjes. De dorpsgek blijkt een gewillig slachtoffer voor de nieuwsgierige meisjes. Een kleine uitdaging van de dametjes volstaat om hem te verleiden tot het geven van een seksuele voorstelling, waarbij een oude piano tot gewillige bijslaap dient. Ook de ezels die door het dorp sjokken dragen hun steentje bij aan de seksuele voorlichting voor de meisjes: “Midden op de dag, als iedereen stil was en uitgeput van de warmte, schoof de ritsige ezel van Cyril zijn langlange pik uit. Helemaal uit en dan schreeuwde hij als een malloot. Schaamteloos. Balkte tot iedereen wakker was en zag wat daar bungelde en vliegen ving. (...) De weg af ging-ie, op zoek naar een ezelin, briesend en met opgetrokken bovenlip. En hij stopte niet voor hij er een gevonden had.” Toegeven aan oerdriften, de natuur als maatgever, het zijn clichés van het Caribisch gebied die Kempadoo op een ongecompliceerde manier door haar verhaal weeft, en aanvult met dat van het bijgeloof: “Tante Ruth, de obeahvrouw, kon je met één blik doen sidderen.” De vrouw werd ingehuurd als er een dode te betreuren was. Niet dat de geestelijke bijstand van de kerk werd versmaad. Maar zodra de katholieke priester zijn hielen had gelicht, kwam tante Ruth om de ziel van de dode met behulp van oeroude rituelen nog eens écht te reinigen. Er is er één die alles ziet wat zich afspeelt in en rondom het erf van Lula’s ouderlijk huis. Dat is de mangoboom, de Buxton Spice. Met evenveel ontzag als hekel aanvaardt kleine Lula diens alziendheid en alwetendheid. “Zijn mango’s waren zoet,” zegt Lula. “Maar ik wilde hem nooit laten merken hoe lekker ik ze vond. Maar die rotboom wist het toch. Stond daar maar op te zwellen van alle geheimen.” Buxton Spice is Oonya Kempadoo’s eerste boek. Het is haar eigen jeugd, in het voormalige Brits-Guyana, die de 31-jarige beginnende schrijfster heeft willen vastleggen. Kempadoo woont allang niet meer in Guyana maar is wel degelijk eens chrifjster in de Caribische traditie. Sinds de Nobelprijs voor Derek Walcott is de belangstelling voor schrijvers uit het gebeid weredlwijd toegnomen. De meeste schrijvers hebben eeerste het gebeid verlaten voordat zij, in de Vs, Ebngeland of canada, het tto schrijver wisten te brengen. Het decor van hun wrken blijft echter vaak dat van de caribene, hun thema’s ontleend aan het zeden en gewoonten van het gebied. De grote aandacht voor de ontluikende gevoelens, voor de kleine gebeurtenissen in het dorp, voor de vrijwel achteloos waargenomen politieke kwesties die er spelen, zijn onmiskenbaar die van een meisje in de puberteit. Niet gefilterd door de bril van een 31-jarige schrijfster die terugkijkt; vooral beschreven zoals ze het toen heeft gezien en ervaren. De seks, de natuurdetails heeft ze zich het beste herinnerd en spelen daarom zo’n grote rol. De politiek, de moorden, het gevangenzetten van mensen uit de buurt wordt wel waargenomen maar het belang ervan wordt genegeerd. Totdat er op een dag voor het huis van Lula zelf een jeep stilhoudt en haar moeder wordt meegneomen voor verhoor. Dan ontdekt Lula dat het in de wereld van de volwassenen om meer draait dan het stillen van kleine verlangens.
|
Oonya Kempadoo Buxton Spice Readers Guide
Oonya Kempadoo
|