|
Een kweekvijver van orgaandonoren
Kazuo Ishiguro/Laat me nooit alleen
Door GEURT FRANZEN Als er te weinig orgaandonoren zijn, zoals in Nederland, zou je ze ook kunnen kweken. Je zou mensen kunnen klonen en de lichamen van die klonen, zodra ze volgroeid zijn, een voor een kunnen ontdoen van de vitale organen en daarmee het leven van kanker-, nier- en andere patiënten verlengen. Wetenschappelijk mogelijk, ethisch onverantwoord. Kazuo Ishiguro (1954), Brits schrijver van Japanse afkomst, schetst in zijn nieuwe roman Laat me nooit alleen een wereld waarin die praktijk een doodgewone is. Zo doodgewoon dat je er beroerd van wordt. Dit Laat me nooit alleen laat je achter met een leeg, onaangenaam gevoel. Het is science fiction, maar met een hoog realiteitsgehalte. Klonen en orgaantransplantaties zijn immers geen wetenschappelijke fata morgana’s, het is keiharde realiteit. Ishiguro, die in 1982 debuteerde met A Pale View of Hills, verwierf grote bekendheid met The Remains of the Day, dat in 1993 werd verfilmd. Anthony Hopkins speelde de rol van een meer dan loyale butler in dienst van een Engelse lord met nazi-sympathieën. Laat me nooit alleen zou wel eens net zo bekend kunnen worden, niet zozeer vanwege de grote literaire kwaliteit als wel vanwege het omstreden onderwerp. Het realiteitsgehalte van dit boek is hoog omdat alles zich afspeelt in een gewone Britse samenleving in de jaren negentig van de vorige eeuw. Het enige afwijkende is dat er een stelsel van kostscholen bestaat waarin kloonkinderen worden klaargestoomd voor een bizarre rol in de schaduw van die maatschappij. Rond de twintig worden ze ‘verzorger’ van oudere collega’s die enkele jaren ouder zijn en hun eerste ‘donaties’ hebben gedaan. Twee, drie keer worden de mensen geopereerd. Een vierde donatie overleven de meesten niet; zo rond de dertig eindigt hun leven. Hoe de transplantaties in hun werk gaan, welke organen worden weggenomen, maar ook hoe de klonen worden gekweekt, zijn vragen waar Ishiguro geen antwoord op geeft. Ook hoe het systeem in elkaar steekt, hoe het wordt gefinancierd bijvoorbeeld, laat de schrijver in het midden. De orgaanklonen vormen een groep mensen met een afwijkende oorsprong (geen ouders, geen familie, geen roots), in een samenleving die de ethische kant van de zaak volledig negeert. Het achterwege blijven van precieze informatie en ethische vraagstukken, doen je op een gegeven moment afvragen of deze roman eigenlijk wel gaat over klonen en orgaandonaties. Misschien moeten we ons minder richten op de verschillen tussen de hoofdpersonen en onszelf en aandacht schenken aan de overeenkomsten. De drie hoofdpersonen in Laat me nooit alleen zijn Ruth, Tommy en Kathy, de vertelster. De drie groeien op in de beschermende omgeving van kostschool Hailsham. De vriendschappen tussen hen variëren, zijn soms heel hecht en dan weer vertroebeld door onenigheid. Nadat ze Hailsham verlaten, raken ze elkaar uit het oog, totdat Kathy de verzorgster wordt van Ruth, die haar eerste donaties heeft gehad. Als Tommy, ook al enkele malen geholpen, zich aansluit bij de twee, krijgt een oud idee opnieuw glans: stel dat twee klonen verliefd op elkaar zouden zijn, zou het genootschap dan geen uitstel geven, je wat extra jaren te leven gunnen? Het idee wordt een obsessie en voor de lezer wordt het de belangrijkste spanningsboog: zullen Tommy en Kathy, die veel voor elkaar voelen, inderdaad gevrijwaard worden van verdere operaties? De hoofdvraag die komt bovendrijven is een existentiële, die evenveel op ons van toepassing is als op de emotioneel gemankeerde kloonmensen: kun je ontkomen aan je lot? En als je beseft dat dat niet zo is, waarom glijd je dan toch mee in de stroom en kies je er niet voor uit de sleur te breken en het heft in eigen hand te nemen? Zoals gezegd: Laat me nooit alleen is geen plezierige roman. Na lezing overheerst aanvankelijk vooral een onaangenaam gevoel. Maar de volstrekt originele manier waarop Ishiguro zo’n elementaire vraagstelling aansnijdt, roept bewondering op en na een tijdje besef je dat Laat me nooit alleen je toch niet loslaat. Dat zegt iets over de kwaliteit van deze roman. Kazuo Ishiguro, Laat me nooit alleen, vert. Bartho Kriek, Atlas, 304 blz, 19,90. (De Gelderlander, 17 maart 2005)
|
Kazuo Ishiguro Laat me nooit alleen
Fragment
Kazuo Ishiguro Foto: Jane Bown
|