|
Nog altijd geen zin om dood te gaan
Michel Houellebecq DE WERELD ALS MARKT EN STRIJD
Door GEURT FRANZEN We zijn eenzame handelsreizigers geworden, verkopers langs de deur, aanbieders van een enig en ondeelbaar lijf. Neem mij! Neem mij! Michel Houellebecq (1958) ziet een genadeloze concurrentiestrijd geleverd worden op de markt van werk en seks. Iedere werknemer en iedere speler in de liefdesarena trekt een trukendoos open om zichzelf zo goed mogelijk te presenteren. Je verkoopt je tegen de best mogelijke prijs en als je daar eenmaal aan toegeeft, blijf je daar mee doorgaan. "Het dringt binnen in elk segment van ons bestaan", zegt de Fransman. De roman waarin Houellebecq zijn boodschap heeft verpakt, De wereld als markt en strijd, verschijnt deze week in Nederlandse vertaling. Het is zijn debuutroman, maar niet de eerste kennismaking met de schrijver. Zijn tweede fictieboek, Elementaire deeltjes, werd hier vorig jaar al uitgebracht. Schrijvers zijn vaak uit op identificatie. Kan de lezer zich makkelijk verplaatsen in zijn personage, dan lijkt de wereld van de roman vanzelf wat meer op de wereld van de lezer. Maar Michel Houellebecq houdt niet van makkelijk. Met de naamloze hoofdpersoon die hij neerzet in De wereld als markt en strijd is het moeilijk identificeren. Niet dat de situatie waarin de eenzame softwaredeskundige zich bevindt niet de jouwe zou kunnen zijn. Het probleem is dat je geen compassie met hem krijgt, terwijl er zoveel reden is om dat wel te hebben. Het is zijn eigen presentatie van de miserabele toestand waarin hij zich bevindt, die het moeilijk maakt je te verplaatsen. Koel en klinisch beschrijft hij zijn kloterige leven. Zijn eenvoudige overgave aan de psychische ongesteldheid, aan opname in een psychiatrische inrichting, aan zijn suïcidale neigingen, oogt afstandelijk en roept geen mededogen op. Hij stijgt niet uit boven het wezen van een personage, een in inkt geschreven figuur die vergeten is zodra het boek wordt dichtgeslagen. Nu is daar gelukkig Raphaël Tisserand. Net als de hoofdpersoon medewerker van een softwarebedrijf die de praktische toepassing van bits en bytes aan eenvoudige ambtenaartjes in de provincie moet uitleggen. Raphaël is niet moeders mooiste. Integendeel, zijn fysieke verschijning roept afkeer op. Maar hij hunkert vreselijk naar de liefde, naar seks. Zijn hele wezen is gericht op verovering van de andere sekse – binnen en buiten zijn werk – maar zijn uiterlijk vormt een onvermurwbare blokkade. Raphaël is echter onvermoeibaar en blijft tot het laatst toe – er zal een dramatisch 'laatst' volgen – jagen op het onwillig wild. Onze hoofdpersoon daarentegen is al passief als we hem leren kennen en glijdt allengs verder weg in die poel van lethargie. Het zijn tegenstrijdigheden en contrasten die typerend zijn voor Houellebecq's stijl. De kunstmatigheid van de hoofdpersoon staat lijnrecht tegenover het 'program' van de auteur: literatuur moet geen wereld van woorden zijn, geen fictie in de zin van een 'wereld in woorden'. Tegelijkertijd zien we door de ogen van dat artificiële personage wel een mens van vlees en bloed – Raphaël - wiens onbeantwoorde zucht naar liefde zo aandoenlijk is. Ook typisch houellebecqiaans zijn de schokeffecten. Hij weidt gedetailleerd uit over belastingaangiften en te betalen rekeningen, confronteert je met een geïsoleerd zinnetje als deze: "Maar je hebt geen vrienden.", om daarna onverstoorbaar zijn droge alinea's over betalingen te vervolgen. Eigenlijk is De wereld als markt en strijd een lineair vertelde, korte geschiedenis van een depressieve whizzkid heel lineair. Een jongeman die zich niet weet te conformeren aan de regels van het spel. Het spel, of liever: de concurrentiestrijd die woedt op kantoor, tijdens de borrel na het werk, op het feestje van collega's. "Knutselen, in de breedste zin des woords." Het individuele bestaan als een lijdensweg veroorzaakt door de begeerte, en het is de taak van de dichter terug te gaan naar die oorsprong van al wat is. De ironie en relativering in zijn werk compenseren zijn cynisme. Het is allemaal niet zo zwart-wit als hij doet voorkomen. Je hoeft niet bang te zijn voor Michel Houellebecq. Zijn zwartgalligheid is kunstmatig. Vitaliteit is een sterkere kracht. Eerst schrijft hij dit: "Feit is (…) dat niets de steeds vaker terugkerende momenten kan tegenhouden waarin de combinatie van volstrekte eenzaamheid, de indruk van algehele leegte en het voorgevoel dat je leven afstevent op een pijnlijke, onherroepelijke catastrofe je doen verzinken in een toestand van acuut lijden." Dat is heavy. Maar hij laat er deze zin op volgen: "En toch heb je nog altijd geen zin om dood te gaan."
Michel Houellebecq, De wereld als markt en strijd, De Arbeiderspers, 176 blz, f34,95.
|
Michel Houellebecq De wereld als markt en strijd Auteur leest zelf een stukje voor uit Elementaire Deeltjes
Michel Houellebecq |