|
Doorwaakte nacht met Haruki Murakami
Haruki Murakami After Dark
Door GEURT FRANZEN Haar slaap duurt al twee maanden. Ze eet, alhoewel niemand ziet dat ze eet. Maar het voedsel dat haar ouders naast haar bed zetten, verdwijnt steeds. Haar prachtige zwarte haren liggen als een waaier over haar hoofdkussen gespreid. Het is een beeldschoon meisje, een modern Doornroosje in een grote Japanse stad. Eri Asai slaapt, maar ze is de enige in de nieuwe roman van Haruki Murakami. De Japanse topauteur houdt alle andere personages uit hun slaap. After Dark beslaat de tijdspanne van één nacht en in die nacht zwerven enkele bijzondere mensen door de grote stad. Elk personage doet dat met een eigen doel, een eigen plan. Soms alleen maar om te zwerven, om bewust weg te blijven van een warm bed. Elk kruist het pad van de ander, soms hebben ze contact, soms passeren ze elkaar zonder elkaar te zien. After Dark is een echte Murakami. Kleine mysterieuze gebeurtenissen die op het oog weinig met elkaar te maken hebben, wisselen zich af. Opgejaagde bewoners van een moderne Japanse stad leven naast elkaar heen, verschuilen zich achter gedisciplineerde werktempo’s, doen zich te goed aan ongebreideld consumentisme. En dan is er nog een onzichtbare verteller die de lezer bij de hand neemt, hem de ene keer alleen achterlaat bij een van de personages en hem enkele passages later optilt, meesleurt naar een vogelperspectief hoog boven de stad om hem vanuit dat hoge standpunt te wijzen op dat vreemde organisme daar beneden. Een krioelen van mensen, elk met een eigen persoonlijkheid, maar elk tegelijkertijd een anoniem deeltje van een groter, samengesteld lichaam. Zo heel veel gebeurt er niet in deze roman. Een jonge studente, Mari genaamd, zou je de hoofdpersoon kunnen noemen. Het is het zusje van de schone slaapster. Mari brengt de nacht al lezend door in goedkope restaurants en cafés. De vreemde slaapziekte waar haar zus aan lijdt, lijkt bij haar het tegenovergestelde te hebben opgeroepen: een bijna neurotische dwang om wakker te blijven. Mari krijgt in de loop van de nacht gezelschap van een slungelige jongen. Takahashi speelt trombone. In een benauwde kelder blaast hij zijn partijtjes tijdens de nachtelijke repetities van zijn band en in de pauzes dringt hij zich – op een plezierige wijze overigens – op aan Mari. Dan is er nog de wipper. Een louche hotelletje waar je kamers per uur kunt huren, waar goedkope hoertjes hun diensten aanbieden aan eenzame nachtwerkers die tussen twee klussen door wel aan een verzetje toe zijn. De schrijver gunt zijn lezer korte blikken in de obscure peeskamertjes. In een hoekje van een van die kamertjes ligt een Chinees meisje zachtjes te snikken. Haar kleren zijn verdwenen. Ze is gewond, er ligt bloed op de vloer. Als in zijn vorige boeken – De opwindvogelkronieken is zijn bekendste – gaat het er Murakami ook in After Dark vooral om een sfeer op te roepen. After Dark lijkt een logisch vervolg op de verhalenbundel De olifant verdwijnt die vorig jaar verscheen. De verhaallijn is van ondergeschikt belang. De schrijver is geïnteresseerd in het overgangsgebied tussen het ene zijn en het andere zijn, tussen de ene tijd en de andere, tussen het donker van de nacht en het licht van de dag. Bij Murakami kun je als lezer dwars door het scherm van een televisietoestel worden gesleurd. Aan gene zijde gebeuren dezelfde dingen, maar net een tikkeltje anders. Het is de wereld van de illusie. Zonder gids heb je het daar moeilijk, maar met Murakami aan je zijde, sta je niets uit. Hij leidt ons in zijn wonderschone, vederlichte stijl langs fraaie decors en ondertussen wijst hij op de kleine, diepzinnige mysteries die ons leven omringen, die het leven diepte geven. Haruki Murakami, After Dark, vertaling Jacques Westerhoven, Atlas, 218 blz, € 18,50.
Verdunde olifanten en andere Kafkaiaanse verhalen uit Japan
haruki murakami de olifant verdwijnt
Door GEURT FRANZEN In de verhalen van Haruki Murakami gebeuren vreemde dingen. Maar de Japanner beschrijft het op een zo organische wijze dat je al na een paar bladzijden niet beter weet en zonder veel moeite meegaat over de grens tussen droom en werkelijkheid. Vergelijk het met de wonderbaarlijke verhalen van de Nederlandse schrijver Belcampo, of met die van Franz Kafka. Murakami, die bekendheid verwierf met titels als Hard-boiled Wonderland en De opwindvogelkronieken, laat de verhalen in zijn nieuwe bundel, De olifant verdwijnt, afspelen in buitenwijken van Tokio. Zijn hoofdpersonen wonen in appartementen, hebben een drukke baan en vage, weinig uitgediepte relaties die er eigenlijk niet toe doen. De vervreemding waar deze lieden mee te maken krijgen, wordt versterkt door het onpersoonlijke, individualistische karakter van dit soort slaapwijken. Een verhaal met een typisch Kafkaiaans karakter is TV People. Stel je voor dat er op zekere zondagavond een paar monteurs in je kamer staan met een tv-toestel. Je hebt geen tv, je hebt niet eens een kabelaansluiting. Zonder een woord te wisselen plaatsen de mannen de tv op een kastje, steken de stekker in het stopcontact, zetten het toestel aan en verlaten het pand, nog steeds zonder een woord te zeggen. Ondertussen verstoren ze de orde van het door je echtgenote zo precies ingerichte appartement. Als zij thuiskomt, merkt ze echter geen enkele verandering op. De man die dit overkomt, doet niets. Hij is verbaasd, zeker wel, maar meer over het feit dat zijn vrouw niets opmerkt dan over het toestel dat daar ineens staat te sneeuwen. Het verhaal wordt nog sterker. Ook op zijn werk, midden in een vergadering, loopt ineens een ploegje TV People met een televisie naar binnen. Alleen onze hoofdpersoon schijnt ze op te merken, de andere aanwezigen lijken niets te zien en gaan door waar ze mee bezig zijn. Hoe vreemder de dingen die gebeuren, des te passiever reageert de man. Als een van de TV People op een goede dag vertelt dat zijn vrouw niet meer terugkomt, reageert hij heel afgemeten: “‘Waarom niet?’ ‘Omdat er niets meer aan jullie huwelijk te doen is,’ zegt hij. Zijn stem is als de plastic kaarten die in een hotel als sleutel dienstdoen: vlak en ongemoduleerd, maar door de nauwe spleet glijdt hij glad naar binnen.” In een ander verhaal, De dansende dwerg, beschrijft Murakami een wel heel merkwaardige fabriek. Er worden olifanten verdund. Dat wil zeggen: er worden olifanten geproduceerd en wel zodanig dat echte olifanten worden ontleed en dat van elk van de ledematen en organen van het dier vier nieuwe exemplaren worden gemaakt. Waarom dat wordt gedaan? Omdat de mensen te ongeduldig zijn om te wachten op het tempo van de natuur. Een olifant krijgt maar eens in de vier, vijf jaar een jong en dat duurt gewoon te lang, zo vertelt de hoofdpersoon van het verhaal. Zelf werkt hij op de orenafdeling. Een gemakkelijke afdeling. Als de man tien oren afheeft, kan hij de rest van de dag op zijn lauweren rusten. Murakami’s stijl is eenvoudig; slechts af en toe laat hij zich verleiden tot stilistische fijnschrijverij en dat gaat hem goed af: “In de lucht dreven een paar wolkjes, simpel en scherpomlijnd als een middeleeuwse kopergravure. Alles wat ik zag was zo prachtig helder dat mijn eigen lichaam me ontzettend vaag en vormeloos voorkwam.” Hoe vreemd en magisch de verhalen van Murakami ook overkomen, het zijn stuk voor stuk transparante vertellingen. De maatschappij die hij ons in spiegelbeeld toont, is niet zoveel anders dan die waarin wij ons dagelijks bewegen. Het is niet zo dat zijn verhalen vermomde staaltjes van maatschappijkritiek zijn. Maar in zijn subtiele verhalen legt hij duidelijk het accent op een aantal kenmerken van de moderne samenleving, denk aan consumentisme, individualisme, natuurexploitatie, waarvan de vanzelfsprekendheid ineens in een ander daglicht komt te staan. Haruki Murakami, De olifant verdwijnt, 17,50
|
Haruki Murakami After Dark Fragment Haruki Murakami De olifant verdwijnt Fragment
Haruki Murakami
|