Kent u die mop van die man die op reis ging?

 

laurent graff de man die op reis ging

 

Door GEURT FRANZEN

Laurent Graff heeft door dat het leven zinloos is. Daar schrijft hij boeken over. Kleine ironische romans die misschien wel net zo zinloos zijn als het leven zelf. Maar zoals dat leven zelf toch heel aangename momenten kent – hoe kort soms ook -, kan lezing van een boek van deze jonge Franse schrijver een heel plezierige bezigheid zijn.

Graff (1968) werkt bij een Franse uitgeverij als archivaris. Beperken we ons even ongenuanceerd tot het clichématige beeld van dat beroep, dan is dat stoffige, eenzame en eentonige van zijn professie heel wel herkenbaar in Graff’s personages. In Les jours heureux - nog niet vertaald - voert Graff een jongeman ten tonele die al op zijn achttiende voldoende van het leven heeft gezien om te concluderen dat het leven weinig inhoud heeft. Hij koopt alvast een graf. Op zijn 38e neemt hij zijn intrek in een bejaardentehuis. Het kan alvast maar gebeurd zijn.

Het personage dat Graff in zijn nieuwste roman, De man die op reis ging, laat optreden, is ook al zo’n uitgebeend, kleurloos type. Patrick Perrin heet hij. Niet voor niets laat Graff hem woonachtig zijn in, zoals hij het zelf noemt ‘de treurigste stad van Frankrijk’: Caen.  Patrick is vrijgezel, woont tweehoog in een tweekamerwoning, dichtbij het station. Niet dat hij daar ooit is geweest want hij kent niemand om daar af te halen of naartoe te brengen. Patrick verdient zijn geld als croupier in het casino van Caen. Dat lijkt nog een beetje een avontuurlijke job, maar het tegendeel is waar. Caen is immers geen Nice of Monaco. Er komen eenzame, wat verlopen types aan de speeltafel. Vreemde snuiters soms die heel bewust op een avond hun hele bezit er door draaien. Het is avond- en nachtwerk dus Patrick zit overdag veel thuis. Op zijn flatje, starend naar de kraakheldere muren waar niets tegenaan hangt.

Het enige reliëf in Patrick’s leven wordt gevormd door het voornemen dat hij heeft. Ooit gaat hij op reis. Wanneer is niet bekend. Waar naartoe al evenmin. Maar dát hij op reis zal gaan, staat voor Patrick zo vast als een huis. Hij heeft alvast een koffer gekocht. Van geïmpregneerd polypropeen. En een overlevingsmes. En terwijl het boek vordert, komen daar nog wat reisvoorwerpen bij. Zoals een paar teenslippers en een kostuum van ongebleekt linnen. Met enige regelmaat loopt Patrick bij een reisbureau binnen voor de allernieuwste folders naar verre landen en tropische stranden. Het is de enige stapel in zijn huis die groeit. Voor het overige heeft Patrick genoeg aan een bed en een tafel en twee stoelen.

U kent misschien wel die flauwe mop van die man die naar Parijs ging. Nou, hij ging niet. Ook bij de lezer van De man die op reis ging ontstaat gaandeweg het vermoeden dat deze man wel eens helemaal niet op reis zal gaan. Dat vermoeden slaat op een gegeven moment om in het besef dat het er eigenlijk helemaal niet toe doet of de hoofdpersoon daadwerkelijk op reis gaat. Ook al komt de koffer uiteindelijk wel degelijk van pas. Waar het in De man die op reis ging om gaat, is de zingeving van het leven zelf. Het is al even aangestipt: Laurent Graff is een ironisch schrijver. Zijn droogkomische stijl, afgewisseld door wat anekdotische scénes waarin de hoofdpersoon zich verliest in uitspattingen die je helemaal niet verwacht bij zo’n ingetogen jongen, wijst maar op één ding: je moet toch íets doen in het leven. Laat het dan slechts het verlangen naar iets anders zijn. Dat maakt van het leven al heel wat.

Laurent Graff, De man die op reis ging, vertaald door Han Meyer, Nijgh & Van Ditmar, 127 blz, € 14,90.

(De Gelderlander, 8 juni 2006)

 

 

 


Laurent Graff

 De man die op reis ging


Laurent Graff