|
Antonio
Gómez Rufo De ziel der vissen
Door GEURT FRANZEN De Vis-God is niet zo onschuldig als hij zich voordoet. Hij is een gemakkelijke prooi voor zijn grote broers in de zee, maar pas op! Eenmaal beland in de ingewanden van zijn argeloze belager, begint hij hem onmiddellijk van binnenuit op te vreten, waarna hij zijn slachtoffer, zieltogend en vernietigd, weer verlaat. De metafoor van de vis valt te lezen in het sleutelhoofdstuk van De ziel der vissen, de opkomst en ondergang van Bruno Weiss. Het is het eerste boek van de Spanjaard Antonio Gómez Rufo (1954) dat in het Nederlands verschijnt. De metafoor van de vis staat voor het menselijk bestaan, zegt de Spanjaard. Het heeft de effecten van een religie of van een pervers politiek gedachtegoed, schrijft hij. Veel mensen menen dat ze roem en rijkdom bereikt hebben doordat de weg ernaartoe gemakkelijk is geweest, maar hebben niet in de gaten dat de weg hen slechts in het verderf heeft gestort. Gómez Rufo verpakt zijn metafoor in een roman over een gewetenloos type. Gewetenloos in de zuiverste betekenis: een man zonder geweten, zonder ziel zelfs. De literatuur heeft ons al met heel veel meedogenloze personages opgezadeld. Meestal geeft de schrijver er wel een handleiding bij, een waarom waaruit de ontsporing van zijn protagonist blijkt. Een slechte jeugd, een weggelopen geliefde, een miskend genie, u kent de motieven wel. Maar Bruno Weiss, het gewetenloze type in Ziel der vissen, kan zich niet op verzachtende omstandigheden beroepen. Hij heeft een onbekommerde jeugd en als zijn vader overlijdt, Bruno is dan twintig, erft hij een klein fortuin. Voor de jongeman is het niet genoeg. Hij wil het Oostenrijkse stadje waar hij woont – we schrijven eind negentiende eeuw – geheel in zijn macht hebben. En vervolgens vernietigen. Waarom? Uit minachting, zo lezen we. Uit diepe minachting, maar waaruit die minachting is ontsproten, dat lezen we niet. Wel dat ze diep zit: "De wereld is aan het verrotten, zei hij bij zichzelf, en spuwde op de grond als om in speeksel alles te verstikken wat hem omringde, of die paar sporen uit te wissen die hij niet op aarde wilde achterlaten." Bruno Weiss kijkt niet op een mensenleven. Hij doodt de man die hem schietles geeft met evenveel gemak als de wijze rechter die hem als een vader heeft behandeld. Om vervolgens zonder scrupules diens dochter met geweld te nemen in het bed waarin de rechter is doodgebloed. Zijn in het casino vergaard geld – Weiss weet een succesvol systeem te ontdekken aan de roulettetafel – investeert hij in werkgelegenheidsprojecten in Weisberg, om vervolgens zijn dankbare medeburgers met behulp van intriges en machtsspelletjes tot moord en doodslag aan te zetten. Ondanks de gewelddadige scènes is Gómez Rufo's boek niet afschrikwekkend. Het heeft zelfs poëtische kracht en het getuigt van een rijk taalgevoel. Over het veelgeplaagde Oostenrijk schrijft de Spanjaard bijvoorbeeld: "Want zo was het leven van dat land dat overleefde door soep te koken uit de steeds ranziger botten van zijn herinnering." En over de bewoners van het gedoemde stadje Weisberg, waar het bijna altijd lijkt te sneeuwen: "De mannen zochten werk, de vrouwen een man en de kinderen bloemen. Maar niemand van hen vond wat hij zocht. In Weisberg roken alle nachten naar bederf." Dat is mooie taal. Maar helaas wordt die niet aangewend om te vertellen waaróm Bruno Weiss zich gedraagt zoals hij zich gedraagt. De mooie metafoor van de Vis-God ten spijt. Antonio Gómez Rufo, De ziel der vissen, de opkomst en ondergang van Bruno Weiss, Uitgeverij De Prom, 159 blz,
|
Antonio Gómez Rufo De ziel der vissen Fragment Antonio Gómez Rufo
|