david bezmozgis natasja

 


De dokter leidde Rita en Misja naar de dierenkliniekversie van een intensivecareafdeling. Tapka lag op haar kleine bedje, met Klontsjik pal naast haar. Bij het zien van Rita en Misja begon Tapka zwakjes met haar staart te kwispelen. Er was weinig meer dan een uur verstreken sinds ik haar voor het laatst had gezien, maar op de een of andere manier was Tapka in de loop van die tijd aanzienlijk gekrompen. Ze was altijd al een klein hondje geweest, maar nu zag ze er uitgedroogd uit. Ze was de belichaming van verslagenheid. Rita begon te huilen en smeerde haar mascara uit tot groteske vormen. Met trillende handen en met opperste tederheid streelde ze Tapka's kop.

'Mijn God, mijn God, wat is er met je gebeurd, mijn Tapkatsjka?'