|
Trefzekere verhalen van rasverteller Faber
MICHEL FABER DE FAHRENHEIT-TWEELING
Door GEURT FRANZEN Michel Faber is een fabuleus schrijver. Na de robuuste roman Lelieblank, scharlakenrood, verschijnt nu een bundel verhalen met daarin zeventien stuk voor stuk uitstekende verhalen. In De Fahrenheit-tweeling toont de in Nederland geboren maar in het Engels schrijvende auteur zich opnieuw een rasverteller wiens verhalen zonder horten en stoten uit zijn pen vloeien. Zo leest het althans. Ze hebben alle die typische Fabertoets: een beetje eigenzinnige, typische personages die zich bewegen in een wat mistige wereld. Onmiskenbaar de werkelijkheid waarin ook wij ons bewegen, maar het zou zo heel goed een schaduwwereld van de onze kunnen zijn. Maar misschien is dat wishful thinking. Fabers wereld is een grauwe en daar hoop je zo graag van dat die niet op de onze van toepassing is. Het licht magische effect paste Faber al toe in Onderhuids, zijn eerste roman (1999). Het was niet alleen de surrealistische setting van dat boek – een alien-achtige vrouw die mannelijke lifters ontvoert en voor onalledaags gebruik ‘verwerkt’ – die de sfeer opriep. Het was toen al de combinatie van trefzekere taal en typische personages die, hoe gedetailleerd Faber ze ook beschreef, een zekere afstand hadden tot de lezer. Figuren waarin de gemiddelde lezer zich moeilijk kan verplaatsen en waarvoor je niet zo gauw empathie voelt. Met de personages in De Fahrenheit-tweeling is dat zo’n beetje overal het geval. Het titelverhaal is misschien wel het duidelijkste voorbeeld. Twee wereldvreemde antropologen die een volk bestuderen en op een koud, afgelegen eiland boven de poolcirkel wonen, hebben samen een tweeling. De obsessie van de ouders, zo gedetailleerd mogelijk de aard en leefwijze van de Guhiynui beschrijven, drijft hen zo ver dat ze de tweeling, een jongen en een meisje, volledig verwaarlozen. De twee maken er maar het beste van en groeien zeer zelfstandig op. Wanneer moeder plotseling overlijdt, stuurt vader de kinderen de toendra op, met het lijk van de moeder achterop de slee gebonden. Als de kinderen later de proviandbuidel openen die vader heeft ingepakt, blijkt die zo goed als leeg en ontpopt het verhaal zich als een polaire variant van Klein Duimpje: vader wil van de tweeling af. Als ook de husky’s die de slee voorttrekken honger krijgen, lijkt vaders wens te worden verzilverd. Steeds vaker werpen de honden een verlekkerde blik op de malse kinderboutjes achterop de slee. Maar dan stuiten de kinderen op het wrak van een gecrashte helikopter waarin zich, wonderbaarlijk genoeg, een nest woelmuizen bevinden. Daar weten de hongerige honden wel raad mee. Nog zo’n magisch-realistisch verhaal is dat van de dakloze die op een goede dag ontwaakt in een trappenhuis en ontdekt dat hij een T-shirt draagt bwaarop zijn doopceel staat vermeld. Zwervend door de stad in zijn opvallende shirt wordt hij door iedereen aangestaard en belandt hij bijna als vanzelf in een opvanghuis voor daklozen. Iedereen draagt daar een T-shirt met daarop het verhaal van zijn of haar zwerverschap gedrukt. De meeste van Faber’s personages zijn drop-outs of slachtoffers. Waarmee het moeilijk identificeren is. Daar waar het personage de rol van dader krijgt toebedeeld, is dat zo mogelijk nog moeilijker. Het verhaal van een vrouw met postnatale depressie die haar pasgeborene met precisie mishandelt, tot de dood erop volgt, getuigt daarvan. Als Faber schrijft hoe Christien zich voelt na haar onbegrijpelijke daad, heeft de auteur zich volledig in zijn personage genesteld: “Vanaf die dag bezorgde Christien’s baby haar geen overlast meer. Hij hield zich bij zijn wieg en stelde geen eisen. De natuur had hrt overgenomen (…).” Het aparte sfeertje en de afstand tot de personages maken Faber’s verhalen niet minder krachtig. Hooguit word je er wat onrustig van. Omdat je weet dat zijn werkelijkheid verduiveld veel op de ons omringende lijkt. Michel Faber, De Fahrenheit-tweeling, vertaling Harm Damsma en Niek Miedema, Podium, 306 blz, € 18,00
|
Michel Faber De Fahrenheit-tweeling
Fragment
Michel Faber foto: Eva Youren
|